
De vaste commissie voor Klimaat en Groene Groei van de Tweede Kamer heeft een waslijst met vragen voorgelegd aan minister Van Veldhoven (D66) van Klimaat en Groene Groei. Die gaan over de actualisatie 2026 van het Nationaal Plan Energiesysteem (NPE) die op Prinsjesdag werd gepresenteerd. Het kabinet kondigde vorig jaar aan dat de actualisatie meer inzicht zou geven in het kostenbeeld van het energiesysteem, en juist over kosten, aannames en rekenmethodes vraagt de Tweede Kamer nu door.
Batterijen onder vuur
Voor de energieopslag- en zonne-energiesector springen de vragen over batterijen in het oog. Het NPE bevat voor het eerst een landelijke richtwaarde voor batterijopslag: 110 gigawattuur opslagcapaciteit en 28 gigawatt vermogen in 2040. De Kamerleden vragen waarop de haalbaarheid van die 28 gigawatt aan batterijen met een opslagduur van 4 uur is gebaseerd en welke berekening aan het streven ten grondslag ligt.
Ter vergelijking: hoogspanningsnetbeheerder TenneT rekent in zijn jongste monitor op 15,8 gigawatt batterijvermogen in 2035, waarmee het vermogen in de 5 jaar daarna nog bijna zou moeten verdubbelen.
14 dagen van kou
Ook de vraag wat er gebeurt als windmolens en zonnepanelen het laten afweten, keert meermaals terug. ‘Van welke behoefte aan regelbaar vermogen gaat het NPE uit voor perioden met weinig zon en wind en welke aannames zijn daarbij gemaakt over de bijdrage van opslag, vraagsturing en import?’, luidt een van de vragen.
Regelbaar vermogen is productievermogen dat op afroep aan- en uitgezet kan worden, zoals een gascentrale. De commissie wil daarnaast uitkomsten zien voor 2030, 2035 en 2040 bij een koude periode van 14 dagen met weinig zon en wind en gelijktijdige schaarste in omringende landen, inclusief de hoeveelheid energie die opslag en vraagrespons dan leveren.
Stroomvraag ter discussie
Het NPE gaat uit van circa 260 terawattuur elektriciteitsvraag in 2040, terwijl de Klimaat- en Energieverkenning (KEV) 2026 een bandbreedte van 148 tot 218 terawattuur hanteert. De Tweede Kamer vraagt welke aannames per sector dat verschil verklaren en welke investeringen in productie en infrastructuur afhankelijk zijn van de hogere vraag. Daarbij valt de term stranded assets: infrastructuur die wordt aangelegd, maar onbenut blijft doordat de verwachte industriële activiteit tegenvalt. ‘Hoe voorkomt u zoveel mogelijk stranded assets?’, willen de Kamerleden weten.
De Kamerleden vragen verder of het klopt dat de doelstelling van CO2-neutrale elektriciteitsproductie in 2035 uit het NPE van 2023 is losgelaten. ‘Waarom is in het NPE 2026 geen nieuwe datum, bijvoorbeeld 2040, opgenomen voor CO2-neutrale elektriciteitsproductie?’, aldus de commissie.
Wind op land
Over de doorgroei van wind op land naar 12 tot 14 gigawatt in 2040 en de voorkeur voor decentrale opwek, stroom die dicht bij de gebruiker wordt opgewekt, vragen de fracties welke kosten en effecten zijn meegewogen.
‘Welke beslissingsruimte houden gemeenten en provincies bij de verdeling van de doorgroei, en welke wettelijke instrumenten zijn beschikbaar indien zij niet instemmen?’, willen ze weten. De minister moet daarnaast opheldering geven over de vollasturen waarmee wordt gerekend voor wind op zee, wind op land, zon, kernenergie en gascentrales. Dat is het aantal uren per jaar dat een installatie omgerekend op vol vermogen draait. Ook de verdeling van de richtwaarde van 7 gigawatt kernenergie in 2050 komt aan bod.
Wie betaalt rekening?
De betaalbaarheid loopt als een rode draad door de lijst. ‘Welk deel van de verwachte stijging van netwerkkosten komt uiteindelijk terecht bij huishoudens?’, vragen de Kamerleden. Ze willen ook weten welke huishoudens niet profiteren van de beschreven wijziging van de nettarieven en hoe groot hun jaarlijkse nadeel is.
Voor wind en zon voorziet het NPE contracts for difference (cfd’s), subsidiecontracten waarbij de overheid het verschil bijpast als de stroomprijs onder een afgesproken niveau zakt. De Tweede Kamer vraagt welke verwachte en maximale publieke verplichtingen daaruit volgen. ‘Welke extra cfd-uitgaven zijn geraamd wanneer het windvermogen op zee groter is dan de transportcapaciteit en productie moet worden afgeschakeld?’, licht de commissie toe. De jaarlijkse systeemkosten bedragen volgens het NPE nu circa 70 miljard euro en in 2050 100 tot 120 miljard euro. De Tweede Kamer wil weten welke kostenposten in die bedragen nog ontbreken.
Wanneer de minister de vragenlijst zal beantwoorden, is nog niet bekend. Normaliter bestaat er voor Kamervragen een beantwoordingstermijn van 3 weken en een eenmalige uitsteltermijn van 6 weken.
Maak Solar & Storage Magazine jouw voorkeursbron in Google
Met een nieuwe functie van Google bepaal je zelf welke bronnen je als eerste ziet wanneer je zoekt naar nieuws. Volg ons en mis nooit meer het laatste nieuws over zonne-energie en energieopslag.
De juni 2026-editie van het tijdschrift Solar & Storage Magazine is uit. Dit nummer staat in het teken van de beurs Sustainable Solutions Kortrijk, het naderende einde van de salderingsregeling en thuisbatterijen.