
De in het coalitieakkoord aangekondigde verplichting geldt voor woningen die niet op een warmtenet zijn of worden aangesloten en gaat in op het moment dat de cv-ketel wordt vervangen. Dat is meestal bij een verhuizing, een verbouwing of aan het einde van de levensduur, wat volgens het kabinet kapitaalvernietiging voorkomt.
Bestaande efficiëntie-eis aangescherpt
Het kabinet verwerkt de norm in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) door de bestaande efficiëntie-eis voor verwarmingsinstallaties aan te scherpen. Die eis is techniekneutraal en wordt zo gesteld dat een hybride warmtepomp eraan voldoet. Een volledig elektrische warmtepomp voldoet ook, maar een cv-ketel, infraroodpanelen of een elektrische kachel niet. Dat schrijft minister Boekholt-O’Sullivan van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening aan de Tweede Kamer, mede namens minister Van Veldhoven van Klimaat en Groene Groei.
Volgens Boekholt-O’Sullivan levert de overstap een lagere energierekening op. ‘Door je huis te verwarmen met een slimme en hybride warmtepomp gebruik je minder gas en heb je een lagere energierekening.’ Het kabinet werkt er volgens haar hard aan dat de overstap ‘eenvoudig, betaalbaar en uitvoerbaar’ wordt voor mensen.
Samen met cv-ketel
Een hybride warmtepomp werkt samen met een cv-ketel en verbruikt gemiddeld 65 procent minder aardgas, waardoor de CO2-uitstoot van een woning met ruim 30 procent daalt. Het kabinet wijst ook op een forse waardestijging van de woning.
Uit recent onderzoek blijkt volgens het kabinet bovendien dat huishoudens met een warmtepomp een lagere energierekening krijgen dan huishoudens met een cv-ketel, ook met de tijdsafhankelijke nettarieven die nu door de Autoriteit Consument & Markt (ACM) worden beoordeeld.
Flats en monumenten uitgezonderd
De precieze afbakening van de norm wordt nog uitgewerkt, maar het kabinet verwacht dat hij bij een groot deel van de woningen gaat gelden. Woningen die op korte termijn op een warmtenet worden aangesloten, appartementsgebouwen en monumenten vallen voorlopig buiten de regelgeving.
In flats is niet altijd ruimte voor een warmtepomp, kan geluidsoverlast ontstaan en rendeert een warmtepomp minder door het beperkte energieverbruik. Voor een warmtepomp bij een monument is een monumentenvergunning nodig, en als die niet wordt afgegeven kan een bewoner niet aan de verplichting voldoen. Het kabinet onderzoekt hoe en wanneer appartementen en monumenten alsnog onder de norm kunnen vallen, mede afhankelijk van de marktontwikkeling. Ook over utiliteitsgebouwen, zoals scholen en bedrijfsmatig vastgoed, beslist het kabinet nog.
Warmtepomp moet slim zijn
Om de belasting van het stroomnet te beperken, moet de warmtepomp ook slim zijn. Dat betekent regelbaar: de warmtepomp kan worden ingesteld om te verwarmen buiten de piekmomenten op het stroomnet of wanneer de stroomprijzen laag zijn. Volgens het kabinet dalen daardoor zowel de energiekosten voor bewoners als de netbelasting, en blijven woningen comfortabel verwarmd binnen de beschikbare netcapaciteit. Vanaf 2029 moeten alle nieuw geïnstalleerde hybride warmtepompen slim zijn. Waar een slimme warmtepomp aan moet voldoen, ligt vast in de Nederlandse Technische Afspraak (NTA) die de sector opstelde in opdracht van minister Van Veldhoven-van der Meer en deze week is gepubliceerd.
Vooruitlopend op de norm legde het ministerie van Klimaat en Groene Groei in augustus al 2 opties voor slimme warmtepompen voor in de Investeringssubsidie duurzame energie en energiebesparing (ISDE), met als doel de subsidie afhankelijk te maken van slimme aanstuurbaarheid.
Een hybride warmtepomp kan op koude winterdagen, wanneer het stroomnet vaak zwaarder wordt belast, bovendien overschakelen op aardgas. Dat beperkt volgens de minister de druk op het stroomnet op die momenten. Uit onderzoek blijkt daarnaast dat een hybride warmtepomp in de meeste gevallen geen zwaardere stroomaansluiting vraagt en goed past op een kleinere aansluiting met 1 fase, zodat de aansluiting zelf meestal geen belemmering vormt.
Installateurs moeten opschalen
De norm geeft ook richting aan de installatiesector. Die moet volgens het kabinet tijdig klaarstaan met voldoende gekwalificeerde installateurs om warmtepompen te plaatsen én te onderhouden, en fabrikanten moeten investeren om de toenemende vraag aan te kunnen. De norm geeft de sector de zekerheid dat die investeringen zich terugbetalen. Het kabinet stelt de plannen voor 2029 verder uit te werken in nauw overleg met verhuurders, woningeigenaren, de installatiebranche, warmtepompfabrikanten en gemeenten.
Om de overstap te vergemakkelijken kijkt het kabinet samen met de markt naar de aanschaf-, installatie- en gebruikskosten, onder meer in de Aanpak Warmtepompen. Huishoudens kunnen terecht bij subsidieregelingen voor warmtepompen en isolatie. Ook marktinitiatieven helpen volgens het kabinet: enkele fabrikanten introduceerden een prestatiegarantie die een besparing op de energierekening garandeert, en de installatiebranche verkortte de installatietijd, wat tot lagere kosten zal leiden.
Lange weg naar 2029
De norm komt voort uit het coalitieakkoord van D66, VVD en CDA, dat de normering terugbracht nadat het vorige kabinet de voorbereidingen voor een verplichting had stopgezet. Het kabinet noemt 2029 de vroegst haalbare ingangsdatum, omdat het wijzigen van de wetgeving een vast proces met een vaste doorlooptijd kent. Een extern onderzoek naar de gevallen waarin een hybride warmtepomp zich binnen de levensduur terugverdient, bepaalt de reikwijdte van de norm en wordt begin 2027 afgerond.
In het voorjaar van 2027 valt bovendien het besluit over aanvullende klimaatmaatregelen, waarvan de norm naar verwachting een belangrijk onderdeel is voor het beleidspakket voor de gebouwde omgeving na 2030. Minister Boekholt-O’Sullivan informeert de Tweede Kamer daarna verder over de uitwerking. Consultatie en voorhang, waarbij het parlement het voorstel vooraf bekijkt, staan gepland voor de zomer en het najaar van 2027, en de wijziging van het Bbl moet medio 2028 worden gepubliceerd.
Tussenstap naar aardgasvrij
Het kabinet noemt de hybride warmtepomp een tussenstap naar een aardgasvrije gebouwde omgeving in 2050, een verplichting die voortvloeit uit de Europese richtlijn voor de energieprestatie van gebouwen. Het huidige tempo waarin cv-ketels worden vervangen door warmtepompen is daarvoor te laag.
Een hybride warmtepomp gebruikt nog aardgas, maar geeft gebouweigenaren tussen 2030 en 2050 de tijd om bijvoorbeeld de isolatie aan te pakken, waarna ze kunnen overstappen op aardgasvrij. Waar een volledig elektrische warmtepomp al kan, heeft die de voorkeur van het kabinet, omdat dan ook de kosten van het resterende gasverbruik en de gasaansluiting kunnen vervallen.
|
Branchevereniging vraagt koersvastheid De Vereniging voor Duurzame Warmte (VDW) is positief over de normering. Volgens de branchevereniging geeft het voornemen consumenten, installateurs en fabrikanten de duidelijkheid die zij nodig hebben voor keuzes op de lange termijn. De slimme hybride warmtepomp is volgens de vereniging een betaalbare en praktisch uitvoerbare stap naar een aardgasvrije gebouwde omgeving. ‘De branche heeft vertrouwen in deze richting en staat klaar om verder op te schalen’, stelt VDW-voorzitter Peter Cool. ‘Na een periode van wisselende beleidskeuzes is koersvastheid nu essentieel’, voegt hij toe. Sinds de eerste aankondiging van de normering in 2022 heeft de branche geïnvesteerd in productie- en marktcapaciteit. Daaraan verbindt de sector de toezegging om in de toekomst alleen nog slimme warmtepompen te leveren. |
Maak Solar & Storage Magazine jouw voorkeursbron in Google
Met een nieuwe functie van Google bepaal je zelf welke bronnen je als eerste ziet wanneer je zoekt naar nieuws. Volg ons en mis nooit meer het laatste nieuws over zonne-energie en energieopslag.
De juni 2026-editie van het tijdschrift Solar & Storage Magazine is uit. Dit nummer staat in het teken van de beurs Sustainable Solutions Kortrijk, het naderende einde van de salderingsregeling en thuisbatterijen.