
De energieprestatievergoeding (EPV) – de maandelijkse vergoeding die huurders van zeer energiezuinige woningen betalen bovenop de huurprijs – heeft volgens de landelijke belangenorganisatie van huurders geen toegevoegde waarde meer en moet worden afgeschaft. De Woonbond heeft een sterke voorkeur voor volledige afschaffing van het EPV-stelsel, eventueel met een uitfaseringsperiode. Het voorstel van minister Boekholt-O’Sullivan om de tarieven te verlagen vanwege het einde van de salderingsregeling voor zonnepanelen vindt de Woonbond weliswaar een stap in de juiste richting, maar zou tekortschieten om huurders werkelijk te beschermen.
Woonlastenneutraliteit niet gehaald
De kern van het bezwaar van de Woonbond is dat het kabinetsvoorstel het principe van woonlastenneutraliteit laat vallen. Dat principe stelt dat bewoners van een EPV-woning vergelijkbare totale woonlasten horen te hebben als bewoners van een reguliere verduurzaamde woning met een energielabel B. Onderzoeksbureau DGMR berekende dat een grotere verlaging dan wordt voorgesteld noodzakelijk is om dat basisuitgangspunt te borgen. De minister koos bewust voor een tussenpositie, om verhuurders in staat te stellen hun investeringen terug te verdienen.
De Woonbond vindt dat onacceptabel: woningen met de maximale EPV krijgen op basis van dit voorstel hogere woonlasten dan niet-verduurzaamde woningen met label B. De belangenbehartiger kondigt dan ook aan huurders en huurdersorganisaties te adviseren geen EPV-woningen met een maximale EPV te accepteren als de verlaging niet verder wordt doorgevoerd.

Verlaging nauwelijks merkbaar
Een tweede bezwaar van de Woonbond is dat de verlaging van het maximumtarief in de praktijk voor veel huurders nauwelijks merkbaar zal zijn. Onderzoek toont aan dat 40 procent van de woningcorporaties nooit het maximale EPV-tarief in rekening brengt en slechts 12 procent dit altijd doet. De Woonbond wijst erop dat corporaties die nu al een lager bedrag vragen – wat veelal is afgesproken als percentage van het maximum – hun tarief na de aanpassing van de maxima zullen verhogen naar het nieuwe maximum. Per saldo zullen huurders in de meest voorkomende EPV-categorie daardoor weinig of geen voordeel ondervinden van de tariefverlaging, terwijl zij wél te maken krijgen met hogere elektriciteitskosten door het einde van de salderingsregeling.
De Woonbond stelt daarom voor de verlaging niet te berekenen op het maximumtarief, maar op basis van een werkelijk gemiddeld gevraagd EPV-bedrag van 80 procent van het maximum. Dat zou in de meest voorkomende EPV-categorie neerkomen op een substantieel lager tarief dan het kabinet nu voorstelt.
Afschaffing en nieuw alternatief
Op langere termijn acht de Woonbond de EPV sowieso niet langer wenselijk. De regeling stimuleert gemiddeld zo’n 20 zonnepanelen per woning, terwijl de opbrengst van die zonnepanelen in de zomer weinig waard is en in de winter onvoldoende is om in het verbruik te voorzien. Dat leidt volgens de Woonbond tot een inefficiënte inzet.
Als alternatief bepleit de Woonbond een modernisering van de regels voor passend toewijzen: bij hogere energielabels – A en hoger – zou de toewijzingsgrens omhoog mogen, zodat verhuurders een duurzame woning bij mutatie tegen een iets hogere huur kunnen verhuren zonder de betaalbaarheid voor sociale huurders in gevaar te brengen. In de Nationale Prestatieafspraken is een eerste stap in die richting al gezet voor A+-woningen; samen met Aedes pleit de Woonbond ervoor dit verder uit te breiden naar label A.
De juni 2026-editie van Solar & Storage Magazine is uit. Dit nummer staat in het teken van de NEN1010:2020 die in de wet vastgelegd wordt, zonnepanelen op huurwoningen en de druk op het Vlaamse stroomnet.