logo
© SCX Solar
© SCX Solar
8 juli 2026

Woningcorporaties dreigen te stoppen met EPV door einde salderingsregeling

Woningcorporaties dreigen te stoppen met de Energieprestatievergoeding (EPV) door de afschaffing van de salderingsregeling voor zonnepanelen. Dat blijkt uit een evaluatie in opdracht van het kabinet.

Onderzoeksbureau Sijpheer Energie voerde de evaluatie in opdracht van het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO) uit, met medewerking van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO), woningcorporatiekoepel Aedes en de Woonbond.

Complex en onzeker
Het rapport vormt de langverwachte, bredere evaluatie van de EPV die eerder al was aangekondigd naast het onderzoek naar herijking van de EPV-bedragen, nadat toenmalig minister Keijzer vorig jaar aankondigde de EPV te willen aanpassen vanwege de terugleverkosten voor zonnepaneeleigenaren. In aanvulling op het evaluatierapport heeft RVO bovendien DGMR gevraagd wat het effect is van het einde van het salderen op de hoogte van de energierekening van bewoners die wonen in een EPV-woning.

De respondenten van het onderzoek van Sijpheer Energie vertegenwoordigen 40 corporaties die samen ongeveer 10.300 EPV-woningen verhuren. Nog eens 47 corporaties, die zelf geen EPV toepassen, vinden de regeling doorgaans complex, onzeker en administratief zwaar, zo blijkt uit de evaluatie.

Grootste bedreiging
Het wegvallen van de salderingsregeling per 1 januari 2027 vormt volgens de evaluatie veruit de grootste bedreiging voor de continuïteit van de EPV. Van de woningcorporaties met EPV-woningen geeft ongeveer 60 procent aan dat de afschaffing directe gevolgen heeft voor hun projecten. Bij een derde van deze groep wordt bij nieuwe projecten geen verregaande verduurzaming meer doorgevoerd, of worden kosten op een andere manier verrekend, bijvoorbeeld via een huurverhoging waar dat mogelijk is. Bij sociale huur is die ruimte beperkt.

Een kleinere groep corporaties past de EPV nog slechts beperkt of in uitzonderingsgevallen toe. Verdere opschaling van de regeling blijft daardoor uit. Respondenten pleiten voor consistent toekomstig beleid, los van de actuele discussie over het vervroegd afschaffen van salderen.

Hoge administratieve lasten
Het tweede knelpunt, genoemd door ongeveer 45 procent van de corporaties, betreft de hoge administratieve en monitoringslasten. Veel woningcorporaties typeren de regeling als complex, bureaucratisch of tijdrovend.

Meer dan 70 procent van de respondenten geeft aan dat de overstap naar EPV 2.0 niet heeft geleid tot lagere lasten. Monitoring, rapportage en interpretatieverschillen tussen accountants en toezichthouders kosten volgens de corporaties veel capaciteit, vooral bij kleinere organisaties.

Onduidelijk voor huurders
Circa 35 procent van de corporaties noemt de uitlegbaarheid richting huurders als knelpunt. Huurders vinden de relatie tussen huur, EPV en energierekening moeilijk te begrijpen, wat leidt tot extra communicatie-inspanningen en soms weerstand.

Ook de compensatieregeling zorgt voor onzekerheid bij zowel huurders als corporaties, ondanks dat slechts ongeveer 5 procent van de corporaties daadwerkelijk compensatiegevallen rapporteert. Toenemende complexiteit en beleidswijzigingen maken de uitlegbaarheid er volgens de corporaties niet eenvoudiger op.

Financiële onzekerheid meerkosten
Ongeveer 30 procent van de corporaties noemt financiële onzekerheid en een beperkte dekking van meerkosten als knelpunt. Vooral extra installatiekosten, isolatie, monitoring en het risico op compensatie worden genoemd als onvoorziene kostenposten.

Zonder salderingsregeling verwacht bijna 80 procent van de corporaties dat EPV-woningen minder aantrekkelijk worden dan alternatieve manieren om woningen vergaand te verduurzamen.

Complexe regelgeving
Een vijfde, minder vaak genoemd knelpunt betreft de complexe en soms onduidelijke regelgeving van zowel EPV 1.0 als EPV 2.0. Veel corporaties vinden de voorwaarden en rekenregels van EPV 2.0 niet duidelijker dan die van de voorganger.

Interpretatieverschillen tussen adviseurs, corporaties en toezichthouders leiden tot vertraging en risico’s. EPV 2.0 is volgens de corporaties inhoudelijk wel moderner, maar niet eenvoudiger in de uitvoering.

Weinig geschikt voor hoogbouw
Het zesde en minst genoemde knelpunt is de beperkte toepasbaarheid van de EPV bij collectieve opwek en meergezinswoningen. De regeling sluit vooral aan bij individuele woningen: 87 procent van alle EPV-woningen uit de enquête betreft eengezinswoningen, tegenover 13 procent meergezinsbouw.

Dat maakt de regeling minder bruikbaar voor stedelijke corporaties en projecten met collectieve systemen, zoals warmtenetten of gedeelde zonnepaneelinstallaties.

Principe werkt, uitvoering niet
Ondanks de knelpunten waarderen alle corporaties die aan het onderzoek meewerkten en EPV-woningen verhuren het principe van de vergoeding: het helpt meerkosten te dekken, stabiliseert woonlasten en verkleint de zogeheten split-incentive tussen verhuurder en huurder. Ook de geïnterviewde huurders beoordelen het wooncomfort van hun woning als hoog. Tegelijkertijd neemt hun onzekerheid over de woonlasten toe door wisselend beleid, terugleverkosten en beperkte uitleg over de verrekening.

Toekomstbestendigheid
Het onderzoek concludeert dat de EPV als concept werkt, maar dat de huidige regeling in deze vorm niet toekomstbestendig is. Vooral de sterke koppeling aan zonnepanelen en teruglevering maakt de regeling kwetsbaar voor beleids- en marktontwikkelingen, zoals het verdwijnen van de salderingsregeling en de invoering van terugleverkosten.

Toekomstbestendigheid vraagt volgens de evaluatie niet alleen om stabiel beleid en lagere uitvoeringslasten, maar ook om een minder sterke afhankelijkheid van teruglevermechanismen, betere aansluiting bij verschillende woningtypen, waaronder collectieve systemen, en duidelijke communicatie over de effecten van beleidskeuzes op de woonlasten van huurders.

Opvolger maken
Naar aanleiding van deze knelpunten adviseren Sijpheer Energie en de woningcorporaties om een toekomstbestendig opvolginstrument te ontwikkelen. Door het beëindigen van de salderingsregeling verschuift de balans tussen investering en energiebesparing, waardoor de EPV als prikkel om de split-incentive op te lossen aan effectiviteit verliest. Corporaties zien hierdoor risico’s ontstaan en vragen om een eenvoudigere en robuustere systematiek.

Concreet wordt geadviseerd om een EPV-opvolger te ontwikkelen waarin de reductie van de energievraag en de prestaties van de woning centraal staan, in plaats van het teruglevermechanisme. Ook oppert het bureau een woonlastenprestatievergoeding (WPV), die eenvoudiger te beheren en stabieler zou zijn en zich beter zou lenen voor collectieve opwek of warmtenetten. 

Deel dit artikel:

Nieuwsbrief

Meld u aan voor de nieuwsbrief met het laatste nieuws!
Ja, ik wil de nieuwsbrief ontvangen en heb de privacy policy gelezen.

Laatste Nieuws

Bekijk al het nieuws

Meest gelezen

Producten