
Minister Boekholt-O’Sullivan van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening maakt de afgelopen week bekend de energieprestatievergoeding (EPV) te willen laten bestaan, maar de hoogte van de EPV-tarieven aan te passen vanwege het einde van de salderingsregeling voor zonnepanelen. Die aanpassing is nu uitgewerkt in een concept-wijzigingsbesluit van het Besluit energieprestatievergoeding huur, dat tot en met 18 augustus in consultatie is.
Kortingen lopen sterk uiteen
De voorgestelde verlaging verschilt flink per categorie woning. Bij de EPV 1.0, de regeling die gold tot de modernisering per 1 oktober 2023, wil het kabinet de volgende maximale tarieven per vierkante meter per maand gaan hanteren:
|
Nettowarmtevraag (kilowattuurth per vierkante meter per jaar) |
Huidig tarief |
Tarief per 1 januari 2027 |
Daling |
|
0 tot 30 |
1,89 euro |
1,43 euro |
24,3 procent |
|
30 tot 40 |
1,59 euro |
0,98 euro |
38,4 procent |
|
40 tot 50 |
1,35 euro |
0,75 euro |
44,4 procent |
Bij de EPV 2.0, van kracht sinds oktober 2023, wil minister Boekholt-O’Sullivan de volgende maximale tarieven gaan hanteren:
|
EPV-categorie |
Huidig tarief |
Tarief per 1 januari 2027 |
Daling |
|
EPV Basis eengezins- en meergezinswoningen (vóór 2019) |
1,38 euro |
0,83 euro |
39,9 procent |
|
EPV Hoogwaardig eengezinswoningen (vóór 2019) |
1,83 euro |
1,30 euro |
29,0 procent |
|
EPV Hoogwaardig eengezinswoningen (vanaf 2019) |
1,27 euro |
0,74 euro |
41,7 procent |
|
EPV Hoogwaardig meergezinswoningen (vóór 2019) |
1,55 euro |
1,01 euro |
34,8 procent |
|
EPV Hoogwaardig meergezinswoningen (vanaf 2019) |
0,99 euro |
0,45 euro |
54,5 procent |
De sterkste daling, 54,5 procent, geldt dus voor hoogwaardige meergezinswoningen vanaf 2019. De kleinste daling, 24,3 procent, geldt voor EPV 1.0-woningen met de laagste warmtevraag.
Niet volledige effect
Uit de toelichting blijkt dat het kabinet bewust niet het volledige effect van het wegvallen van de salderingsregeling doorrekent in de nieuwe EPV-tarieven. Een volledige herijking zou volgens onderzoeksbureau DGMR bij sommige categorieën neerkomen op bijna een halvering van de tarieven. Het kabinet wil daarom kiezen voor een tussenliggend ijkpunt, tussen de huidige situatie met saldering en terugleverkosten enerzijds en de situatie zonder saldering vanaf 2027 anderzijds.
Betekenis voor huurders
Voor huurders blijft ondanks de verlaging de volgende lastenstijging over:
|
EPV-categorie |
Verwachte stijging energielasten |
Verlaging EPV |
Resterend verschil per maand |
|
EPV 1.0 niveau 1 |
42,56 euro |
34,96 euro |
7,60 euro |
|
EPV 1.0 niveau 2 |
60,68 euro |
50,02 euro |
10,66 euro |
|
EPV 1.0 niveau 3 |
65,25 euro |
52,20 euro |
13,05 euro |
|
EPV 2.0 Basis eengezinswoning |
75,04 euro |
61,60 euro |
13,44 euro |
|
EPV 2.0 Hoogwaardig eengezinswoning |
60,65 euro |
49,29 euro |
11,16 euro |
|
EPV 2.0 Hoogwaardig meergezinswoning |
51,75 euro |
38,88 euro |
10,80 euro |
Het kabinet benadrukt dat deze bedragen zijn gebaseerd op het maximale EPV-tarief, terwijl uit onderzoek van Sijpheer Energie blijkt dat 40 procent van de woningcorporaties nooit het maximale tarief vraagt en slechts ongeveer 12 procent van de corporaties dat altijd doet. Huurders bij wie de corporatie al een lager tarief hanteert dan het nieuwe maximum, merken volgens de minister dus mogelijk niets van de verlaging, maar krijgen wel te maken met de gevolgen van het afschaffen van de salderingsregeling.
Verhuurders leveren fors in
Voor de sector als geheel raamt het kabinet de theoretische, maximale inkomstenderving op 8,2 miljoen euro per jaar voor woningen onder de EPV 1.0 en 2,1 miljoen euro per jaar voor de EPV 2.0. Ook hier geldt dat het werkelijke bedrag lager kan uitvallen omdat niet alle woningcorporaties het maximale tarief in rekening brengen.
Het kabinet erkent dat de tariefwijziging ertoe kan leiden dat verhuurders stoppen met de EPV en de gedane investeringen op een andere manier proberen terug te verdienen, bijvoorbeeld via de huur of de servicekosten. Volgens de toelichting zijn er al woningcorporaties die de EPV stopzetten en met huurders alternatieve financiële afspraken maken.
Ook duidelijkheid over overgangsrecht
Naast de tariefaanpassing verduidelijkt het besluit dat nu ter consultatie voor ligt het overgangsrecht voor bestaande EPV 1.0-woningen. Tot nu toe was onduidelijk of een verhuurder de oude, gunstigere EPV 1.0-tarieven ook mag blijven toepassen bij een nieuwe huurder, als de warmtevraag van de woning vóór 1 januari 2024 is vastgesteld. Met het nieuwe artikel 6a wordt dat nu expliciet geregeld: zolang de warmtebehoefte van de woning niet is gewijzigd, kan de verhuurder tot 1 januari 2054 de EPV 1.0-tarieven blijven hanteren, ook bij een opvolgende huurder.
Minister Boekholt-O’Sullivan wil het wijzigingsbesluit van de EPV-tarieven per 1 januari 2027 in werking laten treden, gelijktijdig met het afschaffen van de salderingsregeling. De consultatie geeft belanghebbenden de gelegenheid om op het concept te reageren voordat het besluit definitief wordt vastgesteld.
De juni 2026-editie van Solar & Storage Magazine is uit. Dit nummer staat in het teken van de NEN1010:2020 die in de wet vastgelegd wordt, zonnepanelen op huurwoningen en de druk op het Vlaamse stroomnet.