
Dat schrijft de minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening in een brief aan de Tweede Kamer. De EPV is een wettelijke vergoeding die een woningcorporatie aan een huurder mag vragen wanneer de woning met bijvoorbeeld zonnepanelen energie opwekt. De vergoeding mag de woningcorporatie vragen als de woning een gegarandeerde, zeer energiezuinige prestatie levert.
Principe werkt, praktijk hapert
Bij het besluit in 2023 om de EPV te moderniseren – wat leidde tot de EPV 2.0 – kondigde het kabinet al aan dat de EPV zou worden geëvalueerd. ‘Daarbij is ook aangekondigd dat de wettelijk vastgelegde tarieven zo nodig worden herijkt in verband met wijzigingen in de salderingsregeling‘, aldus Boekholt-O’Sullivan. Toenmalig minister Keijzer meldde vorig jaar al de EPV te willen aanpassen vanwege de terugleverkosten voor zonnepaneeleigenaren.
Minister Boekholt-O’Sullivan heeft de Tweede Kamer nu de resultaten van de evaluatie van de EPV opgestuurd. Het evaluatierapport, dat opgesteld is door Sijpheer Energie, bevestigt dat het principe van de EPV werkt: het biedt een oplossing voor de zogeheten split-incentive en stimuleert energiebesparing.
Regeling complex en onzeker
‘Anderzijds achten veel verhuurders de EPV complex, administratief belastend en financieel onzeker’, duidt de bewindsvrouw. ‘Daarbij geven woningcorporaties aan dat toekomstbestendigheid van de EPV vraagt om meer ruimte voor collectieve opwek, gedeelde installaties en toepassing in meergezinscomplexen.’
Ook blijkt volgens Boekholt-O’Sullivan uit de evaluatie dat het verwachte, maar versnelde wegvallen van de salderingsregeling de continuïteit onder druk zet. ‘Woningcorporaties heroverwegen lopende projecten en zetten nieuwe EPV-projecten grotendeels stil.’
Tarieven gaan omlaag
Onderzoeksbureau DGMR onderzocht in opdracht van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) hoe sterk de EPV-tarieven moeten worden herzien nu de salderingsregeling verdwijnt, met oog voor de belangen van zowel verhuurders als huurders.
Voor verhuurders spelen de tarieven een rol in de exploitatiemogelijkheden van de woning, voor huurders gaat het om de maandelijkse woonlasten. Uit het onderzoek blijkt dat de tarieven moeten dalen om woonlastenneutraliteit voor huurders te behouden na het afschaffen van salderen.
Woonlastenneutraal
Een eerdere raming van Aedes en de Woonbond wijst uit dat woonlastenneutrale tarieven voor corporaties een inkomstenderving van ongeveer 10 miljoen euro per jaar zouden betekenen, wat volgens de minister een financieel verdelingsvraagstuk oplevert tussen lagere woonlasten voor huurders en lagere inkomsten voor verhuurders.
‘Dit creëert een financieel verdelingsvraagstuk’, aldus de minister. ‘Ik zal de huidige EPV-tarieven herzien in het licht van de afschaffing van de salderingsregeling. Een wijziging van de tarieven vereist een aanpassing van de regelgeving. De internetconsultatie hiertoe start deze zomer.’
Andere instrumenten centraal
De minister stelt verder vast dat de meerwaarde van de EPV voor de verduurzamingsopgave beperkt is geweest. Bovendien heeft de modernisering naar EPV 2.0 volgens haar de knelpunten op het gebied van complexiteit en administratieve lasten niet voldoende weggenomen. Voor de huursector zet het kabinet daarom vooral in op andere instrumenten voor verduurzaming, zoals het Woningwaarderingsstelsel, de Nationale Prestatieafspraken, het uitfaseren van energielabels E, F en G bij huurwoningen en diverse financiële regelingen.
‘De EPV in haar huidige vorm is hiermee geen breed schaalbaar instrument meer voor verduurzaming’, is Boekholt-O’Sullivan stellig.
EPV blijft wel bestaan
Toch kiest de minister er niet voor om de EPV af te schaffen. Verhuurders die goede ervaringen hebben met de regeling en deze willen blijven toepassen, krijgen daarvoor de ruimte.
‘Verhuurders van bestaande EPV-woningen behouden zo de mogelijkheid deze woningen onder de huidige systematiek te blijven verhuren, en de regeling blijft beschikbaar voor verhuurders die in nieuwe projecten bewust voor toepassing van de EPV kiezen’, duidt de bewindsvrouw.
Eisen en kwalificaties
De minister past de technische eisen en kwalificaties van de EPV op dit moment ook niet aan, omdat een aanpassing van het concept naar verwachting onvoldoende extra toepassing zal opleveren, gezien de beperkte meerwaarde voor de verduurzamingsopgave.
Samen met het ministerie van Economische Zaken en Klimaat en marktpartijen blijft de minister wel kijken naar mogelijkheden om de gevolgen van het afschaffen van de salderingsregeling te dempen en de EPV rendabeler te maken. Boekholt-O’Sullivan besluit: ‘Gedacht kan worden aan het monitoren van de effecten van opslag en het inzetten op slimme sturing. Ook zal ik bezien of behoefte bestaat aan een eenvoudiger en breder toepasbaar instrument dat een oplossing kan bieden voor de split incentive, minder afhankelijk is van salderen en beter aansluit bij wensen uit de markt, zoals bij collectieve systemen.’
De juni 2026-editie van Solar & Storage Magazine is uit. Dit nummer staat in het teken van de NEN1010:2020 die in de wet vastgelegd wordt, zonnepanelen op huurwoningen en de druk op het Vlaamse stroomnet.