
De Tweede Kamer had de minister om een onderbouwing gevraagd van de richtinggevende keuzes in het plan, dat het kabinet op Prinsjesdag presenteerde. De vaste Kamercommissie voor Klimaat en Groene Groei legde de minister daarnaast 122 vragen over het plan voor, onder meer over de stroomvraag en de systeemkosten. Ook konden Kamerleden hun inhoudelijke vragen kwijt tijdens een technische briefing op 15 oktober.
Europees doel bepalend
Met het Nationaal Plan Energiesysteem 2026 (NPE 2026) zet het kabinet een ontwikkelpad uit voor het energiesysteem richting 2040. ‘Met het ontwikkelpad zoals opgenomen in het NPE 2026 daalt de importafhankelijkheid van ongeveer 80 procent nu naar ongeveer 50 procent in 2040’, aldus Van Veldhoven. Het pad is volgens haar in lijn met het nieuwe klimaatdoel van de Europese Unie (EU) voor 2040.
Het plan rust op een brede set publieke belangen, waarvan het kabinet weerbaarheid, concurrentievermogen en duurzaamheid centraal stelt. ‘Een bepalend uitgangspunt in het NPE 2026 is dat het in lijn is met de klimaatdoelen’, licht de minister toe. Het gaat om het Europese doel voor 2040 en het Nederlandse doel om in 2050 klimaatneutraal te zijn. ‘De EU 2040-doelen waren er nog niet ten tijde van het vaststellen van het NPE 2023 en dat is dus voor dit NPE ook een belangrijk nieuw uitgangspunt.’
Nieuwe inzichten industrie
Bij de actualisatie is vooral ingezoomd op onderwerpen waar sinds 2023 veel is veranderd. Voor de energievraag ging de meeste aandacht naar industrie en mobiliteit. Daar zat in het vorige plan de grootste onzekerheid, en er zijn nieuwe inzichten over hoe industriële sectoren waarschijnlijk zullen verduurzamen. Dat werkt door in de cijfers: het NPE 2026 rekent voor 2040 met ongeveer 260 terawattuur stroomvraag, een vijfde minder dan in het NPE 2023.
Alle aannames staan volgens Van Veldhoven in een bijlage bij het Verdiepingsdocument van het plan, inclusief de bronnen waarop ze zijn gebaseerd. Het gaat bijvoorbeeld om de verwachte economische activiteit en de bijbehorende energievraag. Ook de realistische potentie voor de opwek van hernieuwbare energie en de productie van groen gas staat erin. ‘Het volledige overzicht is te groot om hier in de brief te herhalen’, schrijft de minister.
Niet één scenario
Voor het ontwikkelpad keek het ministerie naar een breed palet aan systeemstudies en scenario’s. Daaronder valt de Trajectverkenning Klimaatneutraal 2050 van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). Ook de systeemstudies van TNO tellen mee, net als de scenario’s van Netbeheer Nederland en de aanvullende scenariovarianten die de koepel van netbeheerders dit jaar publiceerde. Die studies schetsen sterk uiteenlopende beelden van de toekomstige economie, energievraag, energieproductie en import. ‘Het NPE kiest hieruit niet één scenario, maar combineert de verschillende inzichten in het gekozen ontwikkelpad’, duidt de minister.
Een belangrijk uitgangspunt is dat de nationale kosten zo laag mogelijk moeten blijven. Daarvoor kijkt het kabinet onder meer naar systeemstudies die rekenen met de laagste kosten. Om dat bij volgende actualisaties beter te kunnen doen, is gestart met het verbeteren van kosteninschattingen in studies en scenario’s. Bij elk daadwerkelijk investeringsbesluit wordt bovendien opnieuw gewogen of de investering met de inzichten van dat moment nog opportuun is.
Uitvoering als toets
Gesprekken met netbeheerders, energiebedrijven, provincies en andere partijen lieten volgens Van Veldhoven nadrukkelijk zien dat het tempo grenzen kent. ‘De mogelijkheden om energie van zee aan land te brengen en naar gebruikers in het hele land te transporteren, of de snelheid waarmee opslag van waterstof ontwikkeld kan worden, zijn bijvoorbeeld in de tijd beperkt’, stelt ze. ‘Het stakeholderproces is dan ook een belangrijke validatietoets, zowel op de inhoud als op de uitvoerbaarheid in de praktijk.’
Herijking in 2029
Het pad wordt de komende jaren verfijnd. In de Energieafspraken tussen het Rijk en de medeoverheden moet de komende 2 jaar duidelijk worden hoeveel er van de verdere groei van hernieuwbare energie op land kan worden verwacht. Ook moet blijken hoe dicht dat bij de richtwaarden uit het NPE 2026 komt. Voor zon rekent het plan op 75 tot 95 gigawattpiek in 2040, terwijl het verwachte installatietempo volgens branchevereniging Holland Solar ongeveer 3 keer te laag ligt. Het nieuwe Programma Energie Hoofdstructuur (PEH), dat in 2028 verschijnt, levert daarnaast nieuwe inzichten op over de ruimtelijke inpassing. Beide worden meegenomen in de volgende actualisatie van het NPE in 2029.
Dat er onzekerheden blijven, is volgens de minister onvermijdelijk. Toch wil ze niet wachten. ‘Maar langer studeren, of teveel in detail willen optimaliseren, kan ook leiden tot afwachten en een impasse’, schrijft ze. Er is volgens haar juist behoefte aan ‘richting in samenhang’. ‘Een belangrijke boodschap van het NPE 2026 is dat voor een heel groot deel van de energietransitie de hoofdrichting duidelijk is, dat de techniek daarvoor beschikbaar is en er draagvlak is bij stakeholders om daar op in te zetten. Daar wil het kabinet mee aan de slag.’
Het plan alleen is volgens Van Veldhoven niet genoeg om de doelen te halen. ‘Voldoende beschikbare financiële middelen, normerend en beprijzend beleid en uitvoeringskracht zijn essentieel om de doelen richting 2040 te halen’, besluit ze.
Maak Solar & Storage Magazine jouw voorkeursbron in Google
Met een nieuwe functie van Google bepaal je zelf welke bronnen je als eerste ziet wanneer je zoekt naar nieuws. Volg ons en mis nooit meer het laatste nieuws over zonne-energie en energieopslag.
De juni 2026-editie van het tijdschrift Solar & Storage Magazine is uit. Dit nummer staat in het teken van de beurs Sustainable Solutions Kortrijk, het naderende einde van de salderingsregeling en thuisbatterijen.