
Een woningeigenaar in Ermelo heeft daarmee zijn rechtszaak tegen een dakopbouw bij zijn buurman verloren, ondanks dat de rechtbank het gemeentelijk besluit vernietigde. De man vreesde voor 40 procent minder opbrengst van zijn zonnepanelen door schaduwwerking van de geplande dakopbouw. De rechtbank Gelderland stelt de gemeente Ermelo ten onrechte gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid om af te wijken van de eigen beleidsregels, maar dat de omgevingsvergunning voor de dakopbouw desondanks wel verleend had mogen worden.
Rijtjeswoning
De gemeente Ermelo verleende in augustus 2023 een omgevingsvergunning voor het plaatsen van een dakopbouw op een rijtjeswoning. Met de dakopbouw ontstaat een goothoogte van 8,46 meter en een bouwhoogte van 8,7 meter. De woning valt niet binnen het bouwvlak van het bestemmingsplan ‘Kom Ermelo’ en is vergund met een projectafwijkingsbesluit uit 2013. Dat betrof een woning met een plat dak en een hoogte van 6,6 meter.
De buurman maakte bezwaar tegen de vergunning omdat de dakopbouw schaduw zou veroorzaken op zijn zonnepanelen. De gemeente verklaarde het bezwaar ongegrond. De voorzieningenrechter vernietigde dit besluit in een eerdere uitspraak en oordeelde dat de gemeente was afgeweken van de eigen beleidsregels zonder dit voldoende te motiveren. De gemeente moest opnieuw beslissen.
Beleidsregel over maatvoering
In de nieuwe beslissing op het bezwaar van 2 december 2024 hield de gemeente het primaire besluit in stand. De gemeente stelde dat de in de beleidsregels opgenomen verwijzing naar de Nota omgevingskwaliteit over de maximale hoogte van dakopbouwen buiten beschouwing moest worden gelaten. De gemeente vond dat deze bepaling bedoeld was voor bouwplannen die zonder ontheffing vergund kunnen worden en dat de beperking tot een onevenredige beperking zou leiden wanneer besloten is medewerking te verlenen op basis van het kruimelbeleid.
De rechtbank oordeelde dat de gemeente ten onrechte gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid om af te wijken van het beleid. Het criterium over de maatvoering in de Nota omgevingskwaliteit verwees naar het bestemmingsplan voor de maximale hoogte, maar het bestemmingsplan bevat ter plaatse geen maximaal toegestane goot- of bouwhoogte. De verwijzing is daarom zinledig en staat de verlening van de vergunning niet in de weg.
Maatwerk wel geleverd
De rechtszaak over schaduwwerking draaide verder om de vraag of de gemeente voldoende maatwerk had geleverd bij de beoordeling van de vergunningaanvraag. De beleidsregels voor dakopbouwen vereisen dat per specifieke aanvraag maatwerk wordt geleverd, waarbij het uitgangspunt is dat terughoudend wordt omgegaan met het verlenen van een afwijkingsbesluit.
De rechtbank stelt dat de gemeente hieraan heeft voldaan door in het primaire besluit de vergunningaanvraag langs de in de beleidsregels gestelde voorwaarden te leggen. Daarnaast bleek dat de vergunningaanvraag in een eerder stadium onderwerp van vooroverleg was geweest en het plan meerdere malen is gewijzigd. ‘Dat daarnaast in de beleidsregels is bepaald dat terughoudend moet worden omgegaan met het verlenen van een vergunning betekent niet dat er geen of nooit een vergunning kan worden verleend’, aldus de rechtbank.
Fictief bouwplan meetellen
De buurman betoogde dat zijn belangen door de gemeente onvoldoende waren meegewogen. Hij verwees naar een bezonningsstudie waaruit zou blijken dat de jaaropbrengst van de 8 zonnepanelen op zijn dak in de vergunde situatie met ongeveer 40 procent zou afnemen. De gemeente had een eigen bezonningsstudie uitgevoerd en geconcludeerd dat de schaduweffecten acceptabel waren en niet onevenredig belemmerend voor het doel waarvoor de zonnepanelen zijn geïnstalleerd.
De rechtbank volgde de gemeente in haar betoog. De maximale bouwhoogte van een hoofdgebouw mag volgens het bestemmingsplan 11 meter zijn, terwijl de hoogte van het gebouw in de vergunde situatie 8,7 meter bedraagt. De rechtbank verwees naar rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waaruit volgt dat de gemeente bij de belangenafweging mag meewegen dat negatieve gevolgen van een bouwplan ook kunnen worden veroorzaakt door de fictieve realisering van een bouwplan dat in overeenstemming is met het bestemmingsplan.
‘Dat het huidige bouwplan mogelijk negatieve invloed heeft op de zon- en schaduwwerking op de zonnepanelen, is een gevolg dat dus ook mogelijk in iets mindere mate had kunnen optreden bij het bouwen in overeenstemming met wet- en regelgeving’, aldus de rechtbank.
Proceskosten vergoed
Omdat het beroep gegrond is, moet de gemeente het griffierecht van 194 euro aan de buurman vergoeden. Ook krijgt hij een vergoeding van de proceskosten van in totaal 2.569,80 euro. Dit bedrag bestaat uit 1.868 euro voor rechtsbijstand en 701,80 euro voor de kosten van de door hem ingeschakelde deskundige voor het in kaart brengen van de schaduwhinder.
Eerdere rechtszaken over schaduwwerking op zonnepanelen lieten wisselende uitkomsten zien, waarbij rechters meestal de woonbelangen zwaarder laten wegen dan het rendement van zonnepanelen.
De maart 2026-editie van Solar & Storage Magazine is verschenen. Het tijdschrift bevat artikelen over de vakbeurs Solar Solutions Amsterdam, stekkerbatterijen, zonnepaneelbeleid bij woningcorporaties en onderhoud van zonnepanelen.