
Minister Boekholt-O’Sullivan van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening heeft de Tweede Kamer per brief geïnformeerd dat een energieprestatievergoeding (EPV) voor woningen met collectieve zonnepanelen en warmtesystemen er niet komt.
5 redenen voor afwijzing
Verhuurders en woningcorporaties hadden bij het ministerie aangedrongen op zo’n regeling, omdat de huidige EPV alleen is toegesneden op zonnepanelen en installaties per individuele woning. Meer dan 1 miljoen sociale huurwoningen in gestapelde bouw, zoals flats en maisonnettes, vallen daardoor nu buiten de regeling, terwijl juist deze woningen zich vaak beter lenen voor een gedeelde warmtepomp of een collectief zonnepaneelveld op het dak.
Om die wens te onderzoeken, liet de minister adviesbureau BDH een apart onderzoek uitvoeren. ‘Uit dat onderzoek en gesprekken met de markt blijkt dat een EPV voor collectieve systemen niet doelmatig is’, schrijft Boekholt-O’Sullivan. Zij noemt daarvoor 5 redenen: de hoge technische complexiteit van collectieve installaties, de grote onderlinge verschillen tussen systemen, onzekerheid over de schaal waarop de regeling zou worden toegepast, de afhankelijkheid van de salderingsregeling binnen de bestaande EPV-systematiek, en de ervaringen die verhuurders al hebben met de huidige regeling.
Zonnepanelen en salderingsregeling
Dat laatste punt, de afhankelijkheid van de salderingsregeling, raakt de kern van waarom zonnepanelen zo’n groot struikelblok vormen. De EPV rekent namelijk met een vaste hoeveelheid duurzaam opgewekte stroom die een huurder nodig heeft voor huishoudelijk gebruik.
Nu de salderingsregeling per 1 januari 2027 verdwijnt, verandert de financiële waarde van die opgewekte stroom voor zowel de huurder als de verhuurder, wat de businesscase achter een collectieve EPV nog onzekerder maakt dan die van de bestaande, individuele regeling.
Miljoen woningen zonder oplossing
Het BDH-onderzoek zelf onderzocht juist hoe die complexiteit te ondervangen was. Zo werd voorgesteld om de eis voor primair energiegebruik te laten vervallen bij collectieve systemen, waardoor woningcorporaties minder zonnepanelen per woning nodig zouden hebben. Met het besluit van de minister om geen collectieve EPV in te voeren, is dat voorstel voorlopig van tafel. Voor de groep van ruim 1 miljoen sociale huurwoningen in gestapelde bouw blijft de EPV in de huidige vorm dus ontoegankelijk.
Praktijkvoorbeeld Hilversum
Hoe hardnekkig het knelpunt is, blijkt uit een van de praktijkcasussen in het BDH-onderzoek. Een gerenoveerd appartementencomplex aan de Kapittelweg in Hilversum met een collectieve warmtepomp voldeed niet aan de eisen voor de bestaande EPV: het gemeten primair energiegebruik van 39 kilowattuur per vierkante meter lag ruim boven de toegestane grens, en de aanwezige zonnepanelen leverden met 843 kilowattuur per jaar veel te weinig op ten opzichte van de vereiste bijna 3.500 kilowattuur. Alleen door het warme tapwater collectief op te wekken in plaats van via een individuele elektrische boiler, bleek er in dat geval genoeg dakoppervlak over te blijven om alsnog aan de EPV-eisen te voldoen.
De afwijzing van de collectieve EPV staat niet op zichzelf: de minister kondigde ook al aan de bestaande EPV-tarieven te herijken vanwege het einde van de salderingsregeling en wil de tarieven tot 54,5 procent verlagen. Uit een aparte evaluatie blijkt bovendien dat woningcorporaties dreigen te stoppen met de EPV nu de salderingsregeling wegvalt.
De juni 2026-editie van Solar & Storage Magazine is uit. Dit nummer staat in het teken van de NEN1010:2020 die in de wet vastgelegd wordt, zonnepanelen op huurwoningen en de druk op het Vlaamse stroomnet.