
In 30 energieregio’s werken provincies, gemeenten en waterschappen samen met netbeheerders, inwoners en bedrijven aan de opwek van duurzame elektriciteit, gebundeld in de Regionale Energiestrategie (RES). Volgens de nieuwste ‘foto’ van het Nationaal Programma RES (NP RES) stokt de bouw van nieuwe windmolens en zonnepanelen. De oorzaken zijn volgens het programma dezelfde als voorgaande jaren: netcongestie, het uitblijven van nieuwe milieunormen voor windenergie, beperkt draagvlak onder omwonenden en onrendabele businesscases. Zelfs bestaande windturbines dreigen te verdwijnen zonder dat er nieuwe voor in de plaats komen.
Urgentie groeit
Ondertussen groeit de urgentie. Richting 2040 is ongeveer 2 keer zoveel windenergie op land nodig als nu, en 3 keer zoveel zonne-energie. Regio’s kijken daarom al verder dan 2030 en vragen om een realistisch beeld van beschikbare duurzame-energiebronnen, plus een helder doel voor wind- en zonneparken op land voor de periode daarna. Waar regio’s hun doelen niet halen, kan dat de onderlinge samenwerking onder druk zetten, terwijl datzelfde tekort elders juist voor meer saamhorigheid zorgt vanuit een gedeeld gevoel van urgentie.
Peter Derk Wekx, directeur van het Nationaal Programma RES, wijst op de beperkte tijd die resteert. ‘Het jaar 2030 begint over 3,5 jaar. In het energiesysteem, waar projecten tot 12 jaar kunnen duren, is dat zo goed als de dag van morgen. Wie in 2040 wil oogsten, moet vandaag beginnen.’
Politiek draagvlak brokkelt af
De brancheorganisaties Nederlandse Vereniging Duurzame Energie (NVDE), Energie-Nederland, Holland Solar, NedZero en Energy Storage NL herkennen het beeld dat het NP RES schetst en noemen het in de nieuwste voortgangsrapportage geschetste beeld zowel herkenbaar als zorgwekkend. Volgens de organisaties neemt het politieke en bestuurlijke draagvlak voor hernieuwbare energieprojecten af, en worden ook de afspraken uit de RES’en minder vanzelfsprekend. Zorgelijk vinden zij dat sommige gemeenten bestaande afspraken zelfs ter discussie stellen of opzeggen.
‘Daarnaast maakt oranje-groene energie van eigen bodem ons minder afhankelijk van het buitenland en gaan we zo klimaatverandering tegen’, licht Olof van der Gaag, voorzitter van de NVDE, toe. Extra lokale, schone energie kan volgens hem ondernemers vooruithelpen die tegen de grenzen van het stroomnet aanlopen. ‘Projecten zouden niet moeten vastlopen omdat overheden ze niet in hun buurt willen. Regio’s hebben juist extra stroom nodig, willen maatschappelijke ontwikkelingen niet stil komen te vallen’, aldus Van der Gaag.
De organisaties herinneren aan de afspraak uit het Klimaatakkoord van 2019: marktpartijen zorgen voor voldoende projectinitiatieven, innovatie en kostendalingen, terwijl overheden voldoende locaties beschikbaar stellen. Overheden blijven volgens hen op die gezamenlijke verantwoordelijkheid steeds vaker in gebreke, wat zich op termijn tegen henzelf kan keren, omdat gewenste ontwikkelingen stroom nodig hebben.
Netcongestie: nog altijd hobbel
Netcongestie blijft volgens alle betrokkenen een van de grootste belemmeringen op weg naar meer lokale energie. Regio’s willen dat zij, samen met provincies, gemeenten en netbeheerders, meer inzicht krijgen in elkaars gegevens en concrete plannen. Ook zou het vermijden van netcongestie financieel beloond moeten worden, stelt het NP RES. Collectieve oplossingen zoals warmtenetten en batterijen kunnen helpen congestie te vermijden op momenten dat er weinig netcapaciteit is, maar dat wordt nu niet meegenomen in het financiële plaatje. Daardoor ontbreekt de prikkel om hierin te investeren. Het inzetten van de experimenteerbepaling uit de Omgevingswet kan volgens de rapportage helpen om tijdelijk af te wijken van knellende regels, zodat in de praktijk getest kan worden wat wel en niet werkt.
De brancheorganisaties wijzen daarnaast op een toenemend aantal stilgelegde aanvragen voor aansluitingen en transportcapaciteit in gebieden met netcongestie. Dat belemmert projecten onnodig voor onder meer woningbouw, bedrijvigheid en mobiliteit, terwijl het wettelijke uitgangspunt blijft dat een aansluiting gerealiseerd moet worden, waarbij zo nodig congestiemanagement wordt ingezet.
Stevige doorbraken nodig
Voor de periode na 2030 zijn volgens het NP RES stevige doorbraken nodig. Regio’s vragen onder meer om een snelle keuze over nieuwe milieunormen voor windenergie, om betere businesscases via aanpassing van de SDE++ en andere subsidies, en om meer planologische sturingsmogelijkheden voor gemeenten en provincies. Ook stimulering van warmtenetten wordt genoemd als noodzakelijke stap.
Ook energieopslag verdient volgens de brancheorganisaties meer ruimte in de planning, naast opwek en infrastructuur. Diverse provincies ontwikkelen hiervoor inmiddels beleid, wat de organisaties toejuichen; provincies die nog achterblijven roepen zij op dit snel alsnog te doen. Zonder energieopslag – veelal batterijen – blijven volgens hen kansen liggen om het stroomnet te ontlasten en de elektrificatie verder te brengen. De huidige afspraken voor het opwekken van schone energie lopen tot 2030, terwijl zowel de ontwikkeling van projecten als het maken van nieuwe afspraken volgens de organisaties te lang duurt. Zij pleiten daarom voor een duidelijk perspectief voor de periode daarna.
De brancheorganisaties roepen op tot een voortvarende uitvoering, zowel voor de resterende jaren tot 2030 als daarna, omdat woningbouw, bedrijvigheid en mobiliteit tijdig van voldoende energie moeten worden voorzien.
De juni 2026-editie van Solar & Storage Magazine is uit. Dit nummer staat in het teken van de NEN1010:2020 die in de wet vastgelegd wordt, zonnepanelen op huurwoningen en de druk op het Vlaamse stroomnet.