logo
© Svleusden | Dreamstime.com
© Svleusden | Dreamstime.com
26 maart 2026

SER pleit voor verplichte verduurzaming woningen en gebouwen

De Sociaal-Economische Raad (SER) pleit voor verplichtende maatregelen bij verduurzaming van woningen en bedrijfspanden, gekoppeld aan natuurlijke momenten zoals een renovatie of vervanging van de cv-ketel.

De SER is de belangrijkste adviesraad voor de Nederlandse regering en het parlement over sociaal-economische vraagstukken en heeft een nieuw adviesrapport gepubliceerd.

Belemmeringen verduurzaming
Huishoudens en kleine ondernemers lopen bij het verduurzamen van hun woning of bedrijfspand volgens de SER vaak tegen belemmeringen aan. Voor de een is verduurzamen te kostbaar, voor de ander te complex en weer een ander is te afhankelijk van derden. Voor wie wel kan verduurzamen maar dat niet wil, ontbreekt soms een duidelijke stimulans. Verder zijn de randvoorwaarden niet op orde. Zo blijkt netcongestie op steeds grotere schaal een uitdaging en zijn vakkrachten lastig te vinden.

Dat terwijl tempo blijven maken met de energietransitie in de ogen van de SER van groot belang is. Verduurzaming draagt bij aan meer grip op de energierekening, een gezondere woon- en werkomgeving, vermindert de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen en gaat klimaatverandering tegen. Geopolitieke ontwikkelingen en stijgende energieprijzen maken deze noodzaak nog sterker voelbaar.

Voorspelbaarheid nodig
De SER adviseert daarom om overheidsbeleid rondom de energietransitie duidelijker en voorspelbaarder te maken, zodat mensen weten waar ze aan toe zijn. Ook in de uitvoering moeten stevige stappen worden gezet om de verduurzaming van de gebouwde omgeving naar een hoger tempo te krijgen.

‘Het is belangrijk om in te spelen op de zorgen en belangen die huishoudens en kleine ondernemers ervaren rond verduurzaming’, vertelt Kim Putters, voorzitter van de SER. ‘Willen we de energietransitie laten slagen dan is een mensgerichte aanpak onontbeerlijk. Zeker voor huishoudens met lage en middeninkomens. De overheid kan burgers en bedrijven perspectief en houvast geven door een begrijpelijk en realistisch verhaal te vertellen. Door onzekerheden over voortzetting van regelingen weg te nemen ontstaat meer draagvlak en kunnen huishoudens, particuliere verhuurders en kleine ondernemers investeringsbeslissingen nemen.’

Wat wil de SER verplichten?

De SER pleit voor verplichtende maatregelen als aanvulling op vrijwillige verduurzaming, maar benadrukt dat normering moet aansluiten bij de praktijk van huishoudens en ondernemers. Verplichtingen bieden duidelijkheid over de gewenste richting en het tijdspad, en werken als stok achter de deur voor wie wel kan investeren maar dit uitstelt.

Voor huiseigenaren adviseert de SER een labelsprongverplichting op natuurlijke momenten, zoals bij vervanging van een cv-ketel of een grootschalige renovatie. Dit geeft keuzevrijheid in welke investering op welk moment wordt gedaan. Wel moet duidelijk zijn hoe een energielabel wordt bepaald en verbeterd, en is coulance nodig voor gevallen waarin echt niet aan de verplichting kan worden voldaan.

Voor kleine ondernemers gelden nu de energiebespaarplicht en het minimumenergielabel van hun pand. Ook hier moet verduurzaming worden gekoppeld aan natuurlijke momenten, zodat kosten beheersbaar blijven en het bedrijfsproces minimaal wordt verstoord. De SER waarschuwt voor regeldruk en overnormering. Flankerend beleid blijft nodig om verborgen kosten op te vangen, zoals het verstevigen van dakconstructies bij zonnepanelen of verzwaring van aansluitingen bij elektrificatie.

Voortzetting na 2030
De SER benadrukt dat van groot belang daarbij de route van het jaar 2030 naar 2050 is: er moet duidelijkheid komen over de voortzetting van diverse regelingen na 2030.

Omdat huishoudens en ondernemers tegen verschillende problemen aanlopen, pleit de SER voor een aanpak op meerdere fronten. Enerzijds is er meer ondersteuning nodig, zodat men beter in staat is om te verduurzamen en iedereen mee kan in de energietransitie. Dat kan bijvoorbeeld door succesvolle subsidieregelingen de komende jaren voort te zetten met daarbij ook oog voor de zogenaamde verborgen kosten van verduurzaming, zoals het verzwaren van elektriciteitsaansluitingen. Ook moet informatie over verduurzaming toegankelijker, overzichtelijker en gemakkelijker vindbaar zijn. Daarnaast kan de overheid wijk- of straatinitiatieven om samen te verduurzamen verder financieel ondersteunen. Initiatieven van onderop, zoals buren die samenwerken, kunnen de energietransitie een flinke boost geven.

Ontzorging is vooral nodig voor groepen die niet goed in staat zijn om zelf te verduurzamen. Bijvoorbeeld vanwege hun leeftijd, het wonen in een huurhuis, een laag inkomen of het niet goed beheersen van de taal. De SER stelt dat er een zorgtaak ligt voor deze groepen, waarbij lokale energiehulpinitiatieven en informatiepunten in de wijk, zoals energieloketten van gemeenten, een belangrijke rol spelen. Ook beveelt de SER structurele maatregelen aan voor huishoudens in energiearmoede, zoals isolatie en hulp bij energiebesparing naast de inzet van een noodfonds voor huishoudens in energiearmoede waarvan de woning nog niet verduurzaamd is.

Normering met keuzevrijheid
Ten slotte is er ook een stok achter de deur nodig, zodat diegenen die wel kunnen investeren in verduurzaming dat ook daadwerkelijk doen. Dit geldt voor zowel ondernemers, huishoudens als verhuurders. Een realistische normering is een onmisbare aanvulling op vrijwillige maatregelen, maar het is wel belangrijk dat dit in een goede balans en stapsgewijs gebeurt, met enige keuzevrijheid en oog voor de praktijk van huishoudens en kleine ondernemers. Denk bijvoorbeeld aan het verbeteren van het energielabel van een pand op natuurlijke momenten, zoals bij een verhuizing, een grote renovatie of het vervangen van een cv-ketel. Normering kan het meest effectief bijdragen aan versnelling van verduurzaming als regels duidelijk en handhaafbaar zijn.

Wisselend beleid verlamt
Vertrouwen in overheidsbeleid is van belang voor het doen van investeringen, maar zowel huishoudens als ondernemers zien instabiel beleid als een belemmering. Ze worden verlamd door wisselingen in beleid. Een veelgehoorde opmerking is: ‘Jarenlang was je gek als je nog geen zonnepanelen op je dak had liggen, maar nu willen we dat ineens niet meer?’ Bijna driekwart van de ondernemers ervaart sinds 2025 meer economische onzekerheid, mede door beleid. Ondernemers hebben consistentie en voorspelbaarheid nodig om risico’s te kunnen nemen. Wisselend beleid creëert vraagtekens over het nut en de noodzaak van verduurzaming, wat een belemmering is. Mensen haken af wanneer ze het gevoel hebben dat hun inspanningen weinig opleveren.

De vervroegde afschaffing van de salderingsregeling is daar een voorbeeld van. De regeling dateert uit 2004, toen zonnepanelen nog relatief duur en inefficiënt waren, en is succesvol geweest. Oorspronkelijk zou de salderingsregeling vanaf 2024 tot 2031 geleidelijk worden afgebouwd. In 2024 werd echter binnen een paar maanden besloten en wettelijk vastgelegd dat de salderingsregeling in 2027 volledig ten einde komt. De vervroegde afschaffing is te begrijpen met het oog op het verminderen van netcongestie en het rechtvaardig verdelen van de kosten. Maar de afschaffing en het uitblijven van een duidelijke vervolgroute heeft het draagvlak voor verduurzaming en de marktvraag naar zonnepanelen verkleind. Ook huishoudens en ondernemers die in zonnepanelen hebben geïnvesteerd, voelen zich gedupeerd.

Het advies Energie voor iedereen – een mensgerichte aanpak voor verduurzaming van de gebouwde omgeving – is uitgebracht door de SER-adviescommissie Energietransitie gebouwde omgeving, onder voorzitterschap van kroonlid prof. dr. Mijntje Lückerath-Rovers.

Deel dit artikel:

Nieuwsbrief

Meld u aan voor de nieuwsbrief met het laatste nieuws!
Ja, ik wil de nieuwsbrief ontvangen en heb de privacy policy gelezen.

Laatste Nieuws

Bekijk al het nieuws

Meest gelezen

Producten