
Demissionanir minister Hermans van Klimaat en Groene Groei heeft in reactie op Kamervragen van de Tweede Kamerleden Felix Klos (D66) en Daniël van den Berg (JA21) erkend dat de plannen voor een invoedingstarief grote risico’s met zich meebrengen voor de energiesector. Het tarief, dat de Autoriteit Consument & Markt (ACM) wil invoeren voor grootverbruikers, kan volgens de minister leiden tot faillissementen en het vroegtijdig uit gebruik nemen van bestaande energiecentrales.
Geen compensatie mogelijk
De inschatting van het kabinet is dat producenten een producententarief slechts in beperkte mate kunnen doorberekenen in hun verkoopprijzen. ‘Dit komt ten eerste omdat veel producenten werken met bestaande prijsafspraken en ten tweede omdat Nederlandse producenten in de Noordwest-Europese elektriciteitsmarkt doorgaans niet prijszettend zijn’, schrijft Hermans. Marktpartijen hebben deze zomer in reactie op een consultatievoorstel gewaarschuwd dat een invoedingstarief kan leiden tot faillissementen en vroegtijdige sluiting van bestaande productielocaties.
Voor bestaande projecten is er volgens Hermans geen ruimte om compensatie te bieden voor de negatieve gevolgen. ‘Er is op dit moment geen budget of juridische grondslag om eventuele compensatie te bieden voor de negatieve gevolgen van een invoedingstarief voor bestaande, al getenderde of vergunde projecten’, aldus de minister. Voor projecten met een bestaande SDE++-beschikking is het effect extra nadelig. Deze projecten zien hun kosten stijgen zonder dat de subsidie meebeweegt, terwijl de subsidie wel wordt gekort als de elektriciteitsprijs stijgt door het invoedingstarief.
Klimaatdoelen onder druk
Het kabinet waarschuwt dat een invoedingstarief de klimaatdoelstellingen voor 2030 in gevaar kan brengen. ‘Als het invoedingstarief niet geabsorbeerd, doorberekend of gecompenseerd kan worden, zal dit een negatief effect hebben op de business case van deze projecten en daarmee op de hoeveelheid nationale productie van hernieuwbare elektriciteit’, stelt Hermans. Bij al getenderde maar nog niet gerealiseerde wind op zee-projecten bestaat het risico dat ontwikkelaars de businesscase niet meer rond krijgen en de ontwikkeling staken.
Ook voor Nederlandse projecten voor hernieuwbare energie op land die nog niet zijn gerealiseerd maar al wel een subsidiebeschikking hebben, bestaat een wezenlijk risico op non-realisatie. ‘Er bestaat daarom, afhankelijk van de vormgeving, hoogte, invoerdatum en overgangsperiode, een risico dat een invoedingstarief de realisatie van klimaatdoelstellingen voor 2030 in de weg staat of moeilijker maakt’, aldus de minister.
Hogere subsidiebehoefte
Voor nieuwe projecten kan in de subsidiebedragen eventueel rekening worden gehouden met de hogere kosten, maar dit betekent wel dat de subsidie-intensiteit omhooggaat. ‘Dit betekent dat met de beschikbare middelen minder opwek van hernieuwbare elektriciteit gestimuleerd kan worden’, schrijft Hermans. Het invoedingstarief zorgt voor een hogere kostprijs van de productie van elektriciteit. ‘Voor het deel van dit tarief dat niet kan worden doorberekend, resulteert dit in een hogere onrendabele top van hernieuwbare elektriciteit. Deze onrendabele top vertaalt zich in een hogere subsidiebehoefte.’
Dit betekent dat er bij invoering van een invoedingstarief meer middelen nodig zijn om dezelfde hoeveelheid elektriciteit uit hernieuwbare energieprojecten te produceren. Energiebedrijven waarschuwden eerder al dat een invoedingstarief de energietransitie uiteindelijk meer geld kost. Het kabinet erkent nu dat dit klopt. ‘Het lijkt dus waarschijnlijk dat de hogere kosten voor producenten deels door de overheid zullen moeten worden gecompenseerd.’’
|
Brancheverenigingen roepen op om af te zien van invoedingstarief Brancheverenigingen Holland Solar en NedZero zijn blij met op de erkenning van minister Hermans dat het invoedingstarief de uitrol van duurzame energie kan belemmeren. Samen met Energie-Nederland en Energie Samen roepen zij de ACM op om af te zien van invoering van het tarief. Ze herhalen dat uit onderzoek van Aurora Energy Research blijkt dat jaarlijks tot 1,4 miljard euro extra subsidie nodig is voor wind- en zonne-energieprojecten om de klimaatdoelen te halen. Alleen al voor bestaande projecten kan de benodigde compensatie in 2027 oplopen tot 406 miljoen euro per jaar. Zonder deze compensatie moet Nederland overgaan op import van dure energie uit het buitenland. Ook dit kost 1,4 miljard euro per jaar, berekende Aurora. ‘Als dit niet gebeurt, zal de businesscase voor duurzame-energieprojecten niet rond te rekenen zijn’, aldus Wijnand van Hooff, algemeen directeur van Holland Solar en NedZero. Hij waarschuwt dat deze importkosten rechtstreeks terechtkomen op de energierekening van huishoudens en bedrijven. |
Ongelijk speelveld Europa
Hermans stelt verder dat er in Europa grote diversiteit bestaat in invoedingstarieven. In circa 60 procent van de lidstaten bestaat geen of verwaarloosbaar invoedingstarief. Het aandeel lidstaten met een invoedingstarief lijkt over de jaren wel licht te groeien. Duitsland, de grootste handelspartner van Nederland, kent geen vergelijkbaar invoedingstarief. Dit kan leiden tot een ongelijk speelveld. ‘Indien Nederland een relatief hoog invoedingstarief zou invoeren en Duitsland niet, ontstaat er een ongelijk(er) speelveld tussen Nederlandse en Duitse elektriciteitsproducenten’, aldus Hermans.
Nederlandse gascentrales zijn efficiënter maar kunnen door het invoedingstarief na Duitse centrales in de merit order komen. Dit kan leiden tot een verslechtering van de concurrentiepositie van Nederlandse producenten, waardoor import van elektriciteit relatief aantrekkelijker wordt. ‘De afhankelijkheid van buitenlandse productie kan daardoor groter worden’, erkent de minister.
Minister machteloos
Op de vraag of het wettelijk kader zo kan worden aangepast dat het invoedingstarief niet kan worden doorgezet, antwoordt Hermans dat dit niet mogelijk is. De Europese Elektriciteitsrichtlijn schrijft dwingend voor dat de onafhankelijke nationale regulerende instantie, in Nederland de ACM, exclusief bevoegd moet zijn om de tarieven of tariefreguleringsmethode en de tariefstructuren van netbeheerders vast te stellen of goed te keuren.
‘De minister heeft hierbij geen rol en kan ook geen instructies geven aan de ACM gelet op de onafhankelijkheid van de ACM’, schrijft Hermans. Dat heeft het Europese Hof van Justitie in een aantal uitspraken in 2020 en 2021 nog eens bevestigd. Het kabinet heeft in gesprek met de ACM wel de nadelige gevolgen benadrukt en haar verzocht daar zo veel mogelijk rekening mee te houden.
De ACM startte in november een consultatie over de vormgeving van het invoedingstarief. De toezichthouder wil in 2026 een ontwerpbesluit opstellen voor het opnemen van het invoedingstarief in de Tarievencode elektriciteit. Het invoedingstarief zou alleen gelden voor grootverbruikers met een aansluiting met een aansluitcapaciteit van meer dan 3 keer 80 Ampère, zoals wind op zee, kerncentrales, gascentrales, windparken en zonneparken.
De Solar & Storage Magazine Marktgids 2026 is verschenen. De jaarlijks terugkerende marktgids biedt een totaaloverzicht van de energieopslag- en zonne-energiemarkt en is een bijlage van de december 2025-editie van Solar & Storage Magazine. De marktgids kent dit jaar 14 rubrieken en bovendien zijn in samenwerking met een groot aantal bedrijven en organisaties de belangrijkste ontwikkelingen qua projecten, markt en technieken in kaart gebracht.