
De 4 brancheverenigingen roepen de toezichthouder op om het invoedingstarief voor energieproducenten niet in te voeren, omdat uit onderzoeken blijkt dat de totale kosten voor stroom hierdoor stijgen.
Import neemt toe
Met de invoering van het invoedingstarief wil de waakhond ervoor zorgen dat de kosten voor het elektriciteitsnet eerlijker verdeeld worden over afnemers en opwekkers van stroom. De ACM wil dat grote producenten van elektriciteit zoals wind- en zonneparken daartoe gaan bijdragen aan de stijgende netkosten, die nu alleen door Nederlandse afnemers worden betaald.
Volgens de brancheverenigingen worden investeringen in energieopwekking duurder en minder aantrekkelijk door het invoedingstarief, in welke vorm dan ook het tarief ingevoerd zou worden. Daardoor neemt de opwek van stroom in Nederland af en wordt het energiesysteem afhankelijker van duurdere import uit het buitenland. Adviesbureau Aurora Energy Research berekende dat er jaarlijks tot 1,4 miljard euro extra aan energie uit het buitenland geïmporteerd zou moeten worden. Die kosten komen volgens de brancheverenigingen rechtstreeks terecht op de energierekening van huishoudens en bedrijven.
De enige manier om binnenlandse duurzame opwek toch rendabel te houden, is door deze extra kosten te compenseren met subsidies. Aurora berekende dat er jaarlijks tot 1,4 miljard euro extra subsidie nodig is voor wind- en zonne-energieprojecten als Nederland de klimaatdoelen wil halen. Alleen al voor bestaande projecten loopt de benodigde compensatie in 2027 op tot 406 miljoen euro per jaar.
Rondpompen van geld
Zo ontstaat een situatie waarin geld onnodig wordt rondgepompt, stellen de brancheverenigingen. Eerst maakt beleid investeringen duurder, vervolgens is extra subsidie nodig om dat effect weer te repareren. Wijnand van Hooff, algemeen directeur van Holland Solar en NedZero, noemt dit een duidelijke misrekening. ‘Het invoedingstarief wordt gepresenteerd alsof het een voordeel op moet leveren, maar in werkelijkheid verhoogt het de kosten voor álle eindgebruikers’, zegt Van Hooff. ‘Of we betalen meer voor dure importstroom, of we moeten meer subsidies inzetten om duurzame opwek in Nederland overeind te houden. In beide gevallen wordt het energiesysteem duurder.’
Femke Brenninkmeijer, voorzitter van Energie-Nederland, benadrukt dat het invoedingstarief zijn doel voorbijschiet. ‘Een goed functionerend energiesysteem vraagt om stabiele spelregels en prikkels die investeringen stimuleren in plaats van afremmen’, zegt Brenninkmeijer. ‘Het invoedingstarief doet precies het tegenovergestelde: het verhoogt de risico’s en jaagt de kosten op voor iedereen die deel uitmaakt van het energiesysteem.’
Eerdere waarschuwingen
Dit is niet de eerste keer dat de energiesector waarschuwt voor negatieve effecten van het invoedingstarief. Adviesbureau SiRM concludeerde eerder al dat een invoedingstarief niet bijdraagt aan een eerlijkere verdeling van de netkosten. Het draagt ook niet bij aan een efficiënter gebruik van het stroomnet en zal waarschijnlijk zelfs de welvaart verlagen, aldus het onderzoeksbureau.
Alternatieve maatregelen
De 4 brancheverenigingen roepen de ACM op om af te zien van het invoedingstarief en in plaats daarvan maatregelen te nemen die het elektriciteitssysteem efficiënter maken. Volgens de organisaties leveren beloningen voor flexibiliteit, investeringen in congestiemanagement – het beheren van overbelasting van het stroomnet –, lokaal energiedelen en betere inzet van opslag meer op voor zowel netbeheerders als eindgebruikers.
De ACM maakte in oktober 2024 bekend te starten met voorbereidingen voor het invoeren van een invoedingstarief voor batterijen en zonnepanelen. De toezichthouder streeft ernaar in 2026 een ontwerpbesluit op te stellen voor het opnemen van het invoedingstarief in de Tarievencode elektriciteit.
De Solar & Storage Magazine Marktgids 2026 is verschenen. De jaarlijks terugkerende marktgids biedt een totaaloverzicht van de energieopslag- en zonne-energiemarkt en is een bijlage van de december 2025-editie van Solar & Storage Magazine. De marktgids kent dit jaar 14 rubrieken en bovendien zijn in samenwerking met een groot aantal bedrijven en organisaties de belangrijkste ontwikkelingen qua projecten, markt en technieken in kaart gebracht.