logo
wvhj2023
© Digikhmer | Dreamstime.com
© Digikhmer | Dreamstime.com
3 mei 2023

Hybride warmtepomp verplicht vanaf 2026, uitzondering voor flats en monumenten

De (hybride) warmtepomp wordt in Nederland vanaf 2026 definitief verplicht op het moment dat een cv-ketel wordt vervangen. De eis geldt voor de meeste grondgebonden woningen; flats en monumenten worden uitgezonderd.

Het kabinet had eind 2021 in het coalitieakkoord al normering aangekondigd gericht op het stimuleren van (hybride) warmtepompen en vorig jaar mei maakte minister De Jonge bekend de (hybride) warmtepomp vanaf 2026 te willen gaan verplichten.

De norm
De minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening heeft nu de details van de bijbehorende normering bekendgemaakt. Door vanaf 2026 bij vervanging van de cv-ketel hogere eisen te stellen aan de efficiëntie van verwarmingsinstallaties. Daardoor wordt de (hybride) warmtepomp de norm voor het verwarmen van woningen, winkels, scholen en kantoren.

Deze nieuwe standaard geeft volgens De Jonge een impuls aan de verduurzaming van woningen en gebouwen, wordt het verbruik van aardgas verminderd en de technische ontwikkeling van de warmtepomp gestimuleerd.

2 onderzoeken
Minister De Jonge heeft voor het vaststellen van de verscherpte eisen 2 onderzoeken laten uitvoeren. Nieman Raadgevende Ingenieurs heeft  de wijze waarop de normering voor verwarmingsinstallaties opgenomen kan worden in de bouwregelgeving verkend. W/E adviseurs heeft vervolgens onderzoek gedaan naar de grenswaarden, uitzonderingssituaties en de uitvoering en handhaving van de normering van verwarmingsinstallaties.

Daarnaast heeft TNO in opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken onderzoek gedaan naar de milieu-impact van (hybride) warmtepompen; zowel van het materiaalgebruik als van de energieprestatie. ‘In de bestaande bouw is een hybride warmtepomp altijd beter voor het milieu dan een cv-ketel’, stelt De Jonge, die zich daarbij baseert op een nieuwe verkennende studie van TNO. ‘In vergelijking met een cv-ketel zorgt de productie van een hybride warmtepomp voor een grotere belasting van het milieu, maar dat wordt in de meeste gevallen ruimschoots gecompenseerd doordat er veel minder CO2 wordt uitgestoten bij het gebruik. Hoeveel beter de hybride warmtepomp is, hangt af van de situatie en de gekozen warmtepomp. Het gebruik van een milieuvriendelijk koudemiddel en groene stroom kan naast energiebesparing bijdragen aan een goede milieuprestatie.’

Energieprestatie-eis
Minister De Jonge voert de nieuwe energieprestatie-eis om de uitrol van (hybride) warmtepompen te stimuleren vanaf 1 januari 2026 in. Het betreft de aanscherping van een bestaande eis in het Bouwbesluit (red. met de invoering van de Omgevingswet wordt dit besluit opgevolgd door het Besluit bouwwerken leefomgeving) en houdt in dat mensen bij vervanging van de cv-ketel over moeten stappen op een substantieel efficiënter alternatief.

In de onderzoeken die zijn uitgevoerd door Nieman Raadgevende Ingenieurs en W/E adviseurs wordt geadviseerd een energieprestatie-eis van 0,7 te gaan hanteren voor het systeem van ruimteverwarming. ‘Dit komt overeen met een goed presterende hybride warmtepomp bij een goed ingeregeld verwarmingssysteem’, stelt De Jonge. ‘Ik zal dit advies in principe qua richting en ambitieniveau overnemen. Uitgangspunt is dat iedereen zijn woning comfortabel en kostenefficiënt moet kunnen verwarmen. Voor de meeste grondgebonden woningen verdient een hybride warmtepomp zichzelf doorgaans in 7 jaar terug, en wordt het dus verplicht om over te stappen.’

Volledige systeem
De eis voor efficiëntie geldt voor het volledige systeem bestaande uit de combinatie van warmteopwekker (cv-ketel of (hybride) warmtepomp) het afgiftesysteem (bijvoorbeeld radiatoren of vloerverwarming), leidingwerk en de inregeling en aansturing van het systeem (thermostaat). De normering is gericht op een gebouw met een gebouwgebonden verwarmingsinstallatie. Een gebouw kan zowel een woning als een utiliteitsgebouw zijn. Gebouwen die worden verwarmd met een warmtenet vallen niet onder de normering.

Uitzonderingsmogelijkheden
Volgens De Jonge kan met de gekozen aanpak de doelstelling uit zijn programma Versnelling verduurzaming gebouwde omgeving (PVGO) van 1 miljoen hybride warmtepompen voor 2030 gehaald worden. Voor de meeste grondgebonden woningen verdient een hybride warmtepomp zichzelf in 7 jaar terug en in dat geval wordt het verplicht om over te stappen op een warmtepomp bij de vervanging van de cv-ketel. Er komt echter een uitzonderingsmogelijkheid voor situaties waarin de norm niet goed kan worden toegepast, bijvoorbeeld vanwege geluidseisen, noodzakelijke aanpassingen aan de woning of wanneer de verwarmingsinstallatie tot onevenredig hoge kosten leidt; bijvoorbeeld omdat binnen 10 jaar een collectieve wijkoplossing zoals een warmtenet wordt gerealiseerd.

Naast de uitzondering van de verplichting voor huizen waar de (hybride) warmtepomp een te lange terugverdientijd kent, voert de minister een uitzondering in voor monumenten en gestapelde bouw. De Jonge: ‘Dat betekent dat alle appartementen – en dus de meeste Verenigingen van Eigenaren (VvE’s) – buiten de normering vallen, en de eis alleen van toepassing zal zijn op grondgebonden woningen. In gestapelde bouw spelen verschillende complicerende factoren, zoals ruimtegebrek, uitdagingen rondom geluidseisen, en benodigde besluitvorming in VvE’s. Hiermee wordt ruim een derde van de woningvoorraad uitgezonderd. Als er via de wijkaanpak binnen 10 jaar wordt overgestapt op een collectieve duurzame oplossing.’

De hoogte van de eis en de vormgeving van de uitzonderingen zal periodiek worden geëvalueerd. Zodra goed betaalbare verwarmingssystemen met betere prestaties beschikbaar zijn, kan een scherpere eis volgens De Jonge mogelijk worden en wenselijk zijn.

Deel dit artikel:

Nieuwsbrief

Meld u aan voor de nieuwsbrief met het laatste nieuws!
Ja, ik wil de nieuwsbrief ontvangen en heb de privacy policy gelezen.

Laatste Nieuws

Bekijk al het nieuws

Meest gelezen

Producten