logo
© Tweede Kamer
© Tweede Kamer
10 september 2026

ACM kan niet garanderen dat omstreden invoedingstarief Nederland geld gaat besparen

De ACM kan de Kamer niet garanderen dat het invoedingstarief de totale maatschappelijke kosten per saldo verlaagt. Dat erkende bestuurslid Manon Leijten tijdens een technische briefing aan de Tweede Kamer.

Tijdens een technische briefing van de vaste Kamercommissie voor Klimaat en Groene Groei lichtte de Autoriteit Consument & Markt (ACM) woensdag haar plannen voor het invoedingstarief toe. Bestuurslid Manon Leijten benadrukte dat netbeheerders de komende jaren circa 195 miljard euro moeten investeren in het elektriciteitsnet, en dat een efficiënter gebruik daarvan noodzakelijk is om de kosten beheersbaar te houden. ‘Geen tarief, geen prikkel om het net efficiënt te gebruiken en daardoor hogere kosten dan nodig’, aldus Leijten.

Omvang aansluiting
Nu betalen alleen afnemers mee aan de kosten van het elektriciteitsnet. Met het producententarief gaan ook grote producenten en grootverbruikers meebetalen, zodra hun aansluiting groter is dan 3 keer 80 ampère.

Volgens projectleider Judith van Dijk maakt niet het spanningsniveau het onderscheid tussen wie wel of niet betaalt, maar de omvang van de aansluiting. ‘Dus dit zal ook gewoon voor middenspanning, hoogspanning, tussenspanning gaan gelden’, verduidelijkte zij. Kleinverbruikers, waaronder huishoudens met een thuisbatterij of bidirectioneel ladende elektrische auto, blijven buiten schot.

Duitsland als ijkpunt
Voor de omvang van de overgangsperiode kijkt de toezichthouder nadrukkelijk naar de oosterburen. Manager Monique Coenraad-van der Zande legde uit dat de termijn van 20 jaar is gebaseerd op wat Duitsland hanteert en op een globale doorrekening van de businesscase van energieprojecten. De ACM gaf deze overgangstermijn eerder al aan, maar lichtte de onderbouwing nu voor het eerst uitgebreid toe aan de Kamer.

Leijten garandeerde dat de termijn nooit korter wordt dan 20 jaar, ook niet als Duitsland zelf zou inkorten, en dat het Nederlandse tarief nooit hoger uitvalt dan het Duitse. Verlengt Duitsland de eigen overgangstermijn, dan weegt de ACM een aanpassing opnieuw af.

Twijfel in de Kamer
Meerdere Kamerleden zetten vraagtekens bij zowel de legitimiteit als de effectiviteit van het besluit. Henk Vermeer (BBB) worstelde met de vraag waar precies de grens ligt tussen onafhankelijke tariefregulering en energiebeleid dat aan het kabinet en parlement toebehoort. Leijten wees op de energiewet en de onderliggende Europese elektriciteitsverordening, die de tariefstructuur exclusief bij de nationale regulator legt. ‘Dat betekent niet dat iedereen het helemaal eens is met wat we doen, maar dat wij de bevoegde instantie hierop zijn, deelt het ministerie, deelt Europa, deelt ook de markt’, aldus Leijten.

Scherper werd het bij de vraag van Felix Klos (D66) of de waakhond kan garanderen dat het invoedingstarief de totale maatschappelijke kosten, inclusief effecten op subsidies, import en leveringszekerheid, per saldo verlaagt. Leijten erkende dat een harde, kwantitatieve garantie vooraf niet te geven is. ‘Je moet zoveel aannames maken, zoveel scenario’s, dan gaan we elkaar bestoken met rapporten, met andere aannames’, stelde zij, wijzend op landen als België, Denemarken en het Verenigd Koninkrijk die al langer een vergelijkbaar tarief kennen. Wel zegde de ACM toe het tarief na 1 tot 2 jaar te evalueren en bij te sturen als het niet het beoogde effect heeft. Diezelfde onzekerheid over de kosteneffectiviteit klonk eerder al door in de kritiek van energiebedrijven op de maatregel.

Vragen over overgangsrecht
Ook op de uitwerking van het overgangsrecht liggen nog vragen open. Volgens Coenraad-van der Zande geldt de uitzondering van 20 jaar voor projecten waarvan de definitieve investeringsbeslissing vóór 2032 valt, met als werkdefinitie dat minimaal 50 procent van het investeringsbedrag onomkeerbaar moet zijn vastgelegd. Of levensduurverlenging of repowering van bijvoorbeeld windparken daarbij als een nieuwe investeringsbeslissing telt, moet de ACM nog uitwerken. Daniël van den Berg (JA21) betwijfelde bovendien of een invoedingstarief dat geen rekening houdt met de netkosten die verschillende productietechnieken veroorzaken, per saldo wel tot een efficiënter elektriciteitsnet leidt, gezien de extra behoefte aan balancering en congestiemanagement bij veel zon- en windvermogen tegelijk.

Twee varianten
Ook de exacte vormgeving van het tarief zelf staat nog niet vast. De ACM werkt aan twee varianten: een combinatie van een vast tarief met een dynamisch nettarief, naar Duits voorbeeld, of een time-of-use-tarief dat vooral belast op momenten dat invoeding geen waarde toevoegt voor het net. Een besluit hierover volgt naar verwachting in de loop van 2027.

Eerder waarschuwde Energy Storage NL al dat de uiteindelijke vormgeving de inzet van batterijen niet mag ontmoedigen. Voorzitter Jantine Zwinkels (CDA) sloot de briefing af met de toezegging dat de Tweede Kamer de toelichting kan meenemen bij de energiedebatten die nog volgen.

Maak Solar & Storage Magazine jouw voorkeursbron in Google

Met een nieuwe functie van Google bepaal je zelf welke bronnen je als eerste ziet wanneer je zoekt naar nieuws. Volg ons en mis nooit meer het laatste nieuws over zonne-energie en energieopslag.

Deel dit artikel:

Nieuwsbrief

Meld u aan voor de nieuwsbrief met het laatste nieuws!
Ja, ik wil de nieuwsbrief ontvangen en heb de privacy policy gelezen.

Laatste Nieuws

Bekijk al het nieuws

Meest gelezen

Producten