logo
© TP Solar | Leudal Energie
© TP Solar | Leudal Energie
27 augustus 2026

Faillissement dreigt voor coöperatieve zonneparken, oproep voor tijdelijk noodfonds

Energiecoöperaties met eigen zonneparken staan er financieel slecht voor. Faillissementen zijn niet langer uitgesloten, als de marktomstandigheden niet snel verbeteren. Dat concludeert een nieuw onderzoek.

Het is een somber beeld. Het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat liet onderzoeksbureau AS I Search een diepgaand onderzoek uitvoeren naar de staat van lokaal eigendom van wind- en zonneparken in Nederland. Lokaal eigendom wil zeggen dat burgers, lokale bedrijven of overheden mede-eigenaar zijn van een wind- of zonnepark.

Eenduidig beeld
Op basis van bijna 40 interviews met coöperaties, projectontwikkelaars, financiers, brancheorganisaties en overheden rijst een eenduidig beeld: de sector staat er slecht voor, in het bijzonder voor zonneparken. ‘Coöperaties sluiten niet uit dat een of meerdere van hun projecten failliet gaat als er binnen 1 à 2 jaar geen verbetering optreedt in de situatie’, stelt onderzoeker Anne Marieke Schwencke in het rapport onomwonden vast.

Energie Samen, de brancheorganisatie van energiecoöperaties, richtte vorig jaar zomer al een crisisteam op om coöperaties in nood te ondersteunen. Aan een structurele oplossing ontbreekt het volgens AS I Search echter vooralsnog.

Markt volledig gekanteld
De kern van het probleem ligt in de energiemarkt zelf. Op zonnige en windrijke dagen is er zoveel stroom beschikbaar dat de elektriciteitsprijzen dalen en soms negatief worden. Producenten die toch blijven produceren, moeten in dat geval meebetalen om hun stroom op het elektriciteitsnet te mogen zetten, in plaats van daarvoor te worden betaald. De enige uitweg is het tijdelijk stilleggen van de installatie, oftewel curtailen. Dat kost echter 10 tot 20 procent van de jaarproductie, terwijl de vaste kosten gewoon doorlopen. Analisten van Aurora Energy Research waarschuwden vorig jaar al dat het aantal uren met negatieve stroomprijzen richting 2030 kan verdubbelen als er onvoldoende flexibel vermogen bijkomt.

Als de markt onvoldoende oplevert, is de SDE++-subsidie bedoeld als vangnet om projecten ook bij lage marktprijzen rendabel te houden. Maar het rapport stelt vast dat de SDE++ en diens voorgangers onvoldoende bescherming bieden: de subsidieregeling keert geen subsidie uit over periodes met negatieve prijzen, en de jaargemiddelde correctieprijs waarmee de SDE rekent is hoger dan de werkelijke marktprijs. Daardoor keert de subsidieregeling minder geld uit dan verwacht. ‘10 jaar geleden was er sprake van een eenvoudige businesscase met een SDE-subsidie en relatief eenvoudige contracten. Dit is echt volledig gekanteld’, aldus een coöperatiebestuurder in het rapport.

Kosten overal omhoog
Tegelijkertijd zijn de operationele kosten fors gestegen. De hoge inflatie van 2022 werkt nog steeds door in grondvergoedingen, onderhoudscontracten en verzekeringen. De onroerendezaakbelasting op wind- en zonneparken is gestegen door hogere WOZ-waarden én hogere tarieven. De grootste stijger is echter de netkosten. Een windpark van 6 megawatt betaalde in 2021 nog zo’n 1.000 euro per maand aan aansluitkosten aan netbeheerder Liander; in 2025 is dat opgelopen tot 2.100 euro per maand. Een verdubbeling in 4 jaar tijd.

Bovenop die verdubbeling dreigt er een extra kostenpost. De Autoriteit Consument en Markt (ACM) werkt aan een invoedingstarief voor producenten van elektriciteit, een heffing op stroom die zij op het stroomnet zetten. Schwencke noemt dit in haar rapport expliciet een ‘serieuze bedreiging voor de duurzame energiesector’. Op een al krappe businesscase kan zo’n extra last fataal zijn voor bestaande en nieuwe projecten.

Banken haken steeds verder af
Financiers reageren op de verslechterde markt door terughoudender te worden. 2 à 3 jaar geleden financierden banken nog 80 tot 90 procent van de investering in een wind- of zonnepark met een subsidiebeschikking. Nu is dat teruggelopen tot 60 à 70 procent, terwijl de rente is gestegen en de voorwaarden zijn aangescherpt. Eigenaren moeten zelf 30 tot 40 procent eigen vermogen inbrengen, een forse verzwaring ten opzichte van een paar jaar geleden.

Voor energiecoöperaties is dit volgens het onderzoek extra pijnlijk. Zij halen dat eigen vermogen traditioneel op bij hun leden en andere mensen uit de omgeving. Maar met lage of afwezige rendementen is de aantrekkelijkheid van zo’n investering voor particulieren sterk afgenomen. Coöperaties die eerder rente- en aflossingsbetalingen aan hun participanten moesten opschorten, ondervinden dat leden niet warm lopen voor nieuwe investeringen. ‘In de huidige markt zijn de risico’s te groot’, aldus een coöperatie in het rapport. ‘Bovendien komt het geld pas laat vrij uit het project.’

Doelstelling 2030 ver weg
Ondertussen is de doelstelling van het klimaatakkoord verder weg dan ooit. De afspraak uit 2019 was dat de helft van de productie van wind- en zonneparken op land in 2030 in lokale handen is. Eind 2024 is dat 21,3 procent voor zonneparken en 43,8 procent voor windparken. Bewonerscoöperaties, de partijen waar beleidsmakers doorgaans naar verwijzen als het om lokaal eigendom gaat, bezitten slechts 3,7 procent van de productie van zonneparken en 7,6 procent van windenergie. Van de circa 700 energiecoöperaties in Nederland heeft nog geen 20 procent een operationeel wind- of zonnepark.

Consolideren én versterken
Het rapport tekent 2 sporen uit. Het eerste is consolidatie: beleid om het bestaande lokale eigendom overeind te houden. Concreet denkt het rapport aan een tijdelijk noodfonds of overbruggingskrediet om acute liquiditeitsproblemen bij zonneparken te overbruggen, aanpassing van de SDE-systematiek zodat negatieve prijsuren beter worden gecompenseerd, en het vermijden van nieuwe kostenverhogingen zoals het invoedingstarief.

Het tweede spoor is versterking voor de langere termijn: meer ontwikkellocaties beschikbaar stellen, de financieringsstructuren voor coöperaties verbeteren en de ondersteuning van de sector professionaliseren. Een bijzondere aanbeveling betreft publiek eigendom: overheden die lokaal eigendom hoog in het vaandel dragen, zouden ook zelf kunnen overwegen om als mede-eigenaar op te treden. Gemeente Groningen loopt daarin al voorop, met plannen voor 80 procent publiek eigendom van Zonnepark Meerstad-Noord, een zonneweide van 220 megawattpiek, samen met een lokale coöperatie en private investeerders.

Het gevaar van inactiviteit is echter groot, waarschuwt het rapport. Vertrouwen dat moeizaam is opgebouwd bij coöperatieleden en in de bredere samenleving dreigt verloren te gaan als de eerste faillissementen zich aandienen. ‘Zorgvuldig opgebouwd sociaal vertrouwen in de coöperatieve aanpak dreigt verloren te gaan en is, eenmaal verloren, niet gemakkelijk te herstellen’, besluit het onderzoek.

Holland Solar: lokaal eigendom niet enige maatstaf voor geslaagd participatieproces

Holland Solar roept het kabinet, provincies en gemeenten op de aanbevelingen uit het onderzoek van AS I Search over te nemen, en zich niet blind te staren op lokaal eigendom als enige maatstaf voor een geslaagd participatieproces.

Nold Jaeger, directeur beleid van Holland Solar, legt de kern van het probleem bloot: ‘Iedereen begrijpt het idee van lokaal eigendom. Maar eigendom betekent ook risico dragen. Het gaat vaak om investeringen van miljoenen euro’s, terwijl de rendementen onder druk staan en de onzekerheid groot is.’ Daarom is het essentieel om ook andere vormen van financiële participatie serieus te nemen: een omwonendenregeling, obligaties of een omgevingsfonds.

Hoe groot het financiële obstakel in de praktijk is, laat zonnepark Kriekampen in Oirschot zien. De lokale energiecoöperatie wilde graag voor 50 procent mede-eigenaar worden van het 25 hectare grote park. De prijs: circa 4 miljoen euro. Vanwege lagere energieprijzen, toenemende negatieve prijsuren op het stroomnet, hogere rentes en een subsidietarief dat onvoldoende dekking biedt voor de risico’s, bleek de businesscase onhoudbaar. ‘De businesscase was mager en het perspectief op rendement onzeker’, vertelt René Hendriks, directeur van zonnepark-exploitant TPSolar. ‘Daarom hebben we samen gezocht naar andere manieren om de omgeving te laten meeprofiteren.’ Dit probleem speelt breder: eerder dit jaar bleek al dat projecten van energiecoöperaties ondanks subsidie vaak niet rendabel zijn, door stijgende kosten en dalende stroomprijzen.

Omgevingsfonds doet het werk
Bij Kriekampen is een omgevingsfonds opgezet dat is gekoppeld aan de stroomproductie van het park. De afdracht loopt 25 jaar en levert de buurt jaarlijks tussen de 7.000 en 28.000 euro op. Een gelijk bedrag gaat naar het duurzaamheidsfonds van de gemeente Oirschot. Bovendien kregen 10 huishoudens in de directe omgeving gesponsorde zonnepanelen op het eigen dak. Holland Solar concludeert dat dergelijke vormen van participatie minstens zo effectief bijdragen aan lokaal draagvlak als direct eigendom.

Maak Solar & Storage Magazine jouw voorkeursbron in Google

Met een nieuwe functie van Google bepaal je zelf welke bronnen je als eerste ziet wanneer je zoekt naar nieuws. Volg ons en mis nooit meer het laatste nieuws over zonne-energie en energieopslag.

Deel dit artikel:

Nieuwsbrief

Meld u aan voor de nieuwsbrief met het laatste nieuws!
Ja, ik wil de nieuwsbrief ontvangen en heb de privacy policy gelezen.

Laatste Nieuws

Bekijk al het nieuws

Meest gelezen

Producten