logo
© Leudal Energie
© Leudal Energie
15 april 2026

Projecten energiecoöperaties ondanks subsidie vaak niet rendabel

Lokale energieprojecten blijven vaak onrendabel, zelfs met subsidie. Dat is de belangrijkste conclusie uit een evaluatie van de Subsidieregeling Coöperatieve Energieopwekking (SCE).

Het ministerie van Klimaat en Groene Groei heeft de SCE-regeling – ook wel bekend als de postcoderoossubsidie – door KWINK Groep laten evalueren. Tussen 2021 en 2025 zijn er door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) 880 van de 1.871 subsidieaanvragen goedgekeurd, waarvan er 565 daadwerkelijk zijn uitgevoerd. Maar de belangrijkste reden dat er niet meer projecten zijn, is dat ze vaak niet genoeg geld opleveren. Ook met de subsidie komen de inkomsten nauwelijks boven de kosten uit. In een aantal gevallen is zelfs de subsidie niet voldoende om projecten winstgevend te maken, zo concluderen de onderzoekers.

Kosten stijgen sneller
De afgelopen jaren is het steeds moeilijker geworden om projecten rond te krijgen. Kosten die eerder niet waren ingeschat, zoals beveiliging, verzekeringen en hogere rentes bij de bank, zijn flink gestegen. Tegelijkertijd zijn de prijzen voor groene stroom gedaald. Hierdoor verdienen veel energiecoöperaties te weinig aan hun zonnepanelen om alle kosten te kunnen betalen. Mede daardoor werden van 135 projecten de aanvragen alweer ingetrokken, voordat een beschikking kon worden afgegeven.

Dit probleem speelt niet alleen bij nieuwe projecten. Ook projecten die al draaien, hebben volgens KWINK Groep moeite om genoeg geld binnen te halen. Deze krappe financiële situatie zorgt er ook voor dat vrijwilligers bij energiecoöperaties minder enthousiast worden.

Veel aanvragen sneuvelen
Van alle aanvragen strandden 648 projecten – oftewel 35 procent – alsnog. Dat betekent dat de subsidie wel was toegekend, maar dat het project later niet doorging. Bovendien is slechts 26 procent van het beschikbare subsidiebudget uitgegeven. Er is dus veel geld overgebleven.

Toch is er volgens de onderzoekers wel vraag naar meer projecten. Er zijn energiecoöperaties die graag nieuwe projecten zouden willen starten, maar dat niet doen omdat eerdere projecten maar net genoeg geld opleverden. Ook zijn er nog veel mensen die geen lid zijn van een coöperatie. In 2024 was in bijna 89 procent van de gemeenten een energiecoöperatie actief, met in totaal ongeveer 139.000 leden. Dat is 1,7 procent van alle Nederlandse huishoudens.

Belangrijke rol regeling
Ondanks de problemen vervult de SCE-regeling volgens de onderzoekers wel een belangrijke rol. Zonder de subsidie waren de projecten überhaupt niet van de grond gekomen. De regeling is namelijk een zogenoemde exploitatiesubsidie, wat betekent dat er geld wordt uitgekeerd voor elke opgewekte kilowattuur. Veel andere regelingen en fondsen zijn alleen gericht op de opstartfase. De enige andere exploitatiesubsidie is de SDE++, maar die is alleen haalbaar voor grotere energiecoöperaties.

De SCE-regeling betaalt vooral uit voor kleinere installaties. Dat past goed bij kleine, startende energiecoöperaties die hogere kosten hebben en nog niet kunnen profiteren van schaalvoordelen. Veel coöperaties beginnen met een installatie voor zonnepanelen en breiden later uit naar andere onderwerpen zoals isolatie, energiearmoede en warmte.

Draagvlak voor energietransitie
De SCE-regeling draagt volgens de onderzoekers ook bij aan draagvlak voor de energietransitie, omdat initiatieven lokaal worden opgezet. Er zijn verschillende voorbeelden van projecten die bijdragen aan betrokkenheid in de directe omgeving, bijvoorbeeld door een groter gevoel van eigenaarschap bij omwonenden.

Tegelijkertijd zijn er ook projecten waar het effect beperkt is. Bijvoorbeeld wanneer de meest actieve mensen al eerder betrokken waren bij de energietransitie. In die gevallen zijn de overige omwonenden die lid zijn van de coöperatie wel financieel betrokken, maar nemen ze niet actief deel.

Hogere subsidie nodig
Voor de toekomst is het belangrijkste punt dat projecten meer geld moeten kunnen verdienen. Het belangrijkste signaal uit de evaluatie is dat projecten te weinig opleveren. Om dat op te lossen, moet de subsidie per kilowattuur omhoog. Ook zou de regeling moeten meebewegen met veranderende kosten, zodat projecten winstgevend blijven.

De huidige opzet van de regeling past volgens de onderzoekers ook niet langer bij de praktijk. De regeling is gericht op zoveel mogelijk stroom opwekken, waarbij teruglevering aan het net verplicht is. Maar het elektriciteitsnet wordt steeds voller en netcongestie is een terugkerend probleem. Daarbij wordt het voor coöperaties steeds moeilijker om de opgewekte energie te verkopen tegen de prijzen die nodig zijn.

Een andere focus van de regeling is volgens KWINK Groep waarschijnlijk beter voor de komende fase. Mogelijkheden die in de evaluatie naar voren komen zijn het ondersteunen van het eigen gebruik van de opgewekte energie of het stimuleren van andere oplossingen zoals het afschakelen (red. curtailment) bij overproductie of de installatie van batterijen.

Deel dit artikel:

Nieuwsbrief

Meld u aan voor de nieuwsbrief met het laatste nieuws!
Ja, ik wil de nieuwsbrief ontvangen en heb de privacy policy gelezen.

Laatste Nieuws

Bekijk al het nieuws

Meest gelezen

Producten