
Dat is de harde conclusie van adviesbureau Rebel in een rapport voor de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland over de Stimulering Duurzame Energieproductie en Klimaattransitie (SDE++). De SDE++ is de belangrijkste subsidieregeling voor grootschalige zonne-energieprojecten in Nederland. Via de regeling ontvangt een zonnedak of zonnepark jarenlang een aanvullende vergoeding wanneer de marktprijs voor stroom te laag is om de investering rendabel te maken.
Dubbele functie
Voor banken heeft de SDE++ een dubbele functie: zij garandeert niet alleen inkomsten, maar biedt ook een vangnet als de stroomprijs drastisch daalt. Zonder die subsidie weten financiers niet zeker of hun lening terugbetaald wordt, en daarom weigeren zij bij grotere projecten financiering te verstrekken of stellen zij zulke strenge voorwaarden dat het project soms alsnog niet doorgaat.
Rebel onderzocht in opdracht van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) hoe de markt voor financiering van zonneparken eruitziet voor projecten zonder deze subsidie. Het rapport combineert interviews met banken, projectontwikkelaars en initiatiefnemers met deskresearch en de praktijkervaring van Rebel als financieel adviseur in de zonne-energiesector.
Vrijwel onhaalbaar
De conclusie is helder: zonder SDE++ is projectfinanciering voor de grote, zelfstandige zonneparken die de afgelopen jaren de markt domineerden in de praktijk vrijwel onhaalbaar geworden.
Projectfinanciering is een financieringsvorm waarbij een bank uitsluitend kijkt naar de inkomsten van het zonnepark zelf als terugbetalingsbron. Er is geen andere zekerheid: als het park minder oplevert dan verwacht, kan de bank niet terugvallen op andere bezittingen van de ontwikkelaar. Banken verstrekken projectfinanciering doorgaans alleen bij projecten vanaf circa 7,5 miljoen euro, mede vanwege de hoge transactiekosten van zo’n constructie.
Negatieve prijzen baren zorgen
Het is geen toeval dat financiers steeds kritischer zijn geworden. De marktomstandigheden voor zonneparken zijn de afgelopen jaren aanzienlijk verslechterd. Het grootste zorgpunt is het toenemende aantal uren met negatieve stroomprijzen. Producenten moeten dan betalen om hun stroom kwijt te raken, of ze schakelen hun installatie af en missen inkomsten.
In 2025 waren de stroomprijzen in Nederland 585 uren negatief, een stijging van circa 30 procent ten opzichte van 2024. In dat laatste jaar vond 20 procent van alle zonne-energieproductie plaats op momenten dat de stroomprijs negatief was op de zogeheten day-aheadmarkt, de dagelijkse stroomveiling voor de volgende dag. Marktpartijen schatten in dat zonneparken de komende 5 jaar 15 tot 30 procent van hun productie moeten afschakelen of gratis weggeven door negatieve prijsblokken.
Structureel lager rendement
Dit zogeheten profieleffect, het structureel lagere rendement van zonneparken op zonnige pieken, maakt de businesscase van een zonnepark steeds onzekerder. Zonder SDE++ zijn die risico’s volledig voor rekening van de producent. Banken vertalen dat onmiddellijk in strengere leenvoorwaarden: hogere risicopremies, kortere looptijden en een hogere minimumverhouding tussen projectinkomsten en aflossingsverplichtingen. In de praktijk betekent dit dat er bij een gelijkblijvende investering minder geld geleend kan worden, waardoor het project moeilijker rond te rekenen is. Financiers gaven aan de onderzoekers aan in de praktijk vrijwel geen grote zonneparken zonder SDE++ te financieren via projectfinanciering.
Daar komt bij dat de SDE++ zelf minder zeker is geworden. Nieuwe beschikkingen geven minder dekking tijdens periodes met negatieve prijzen, onbalanskosten worden niet meer vergoed in het correctiebedrag, en de zogenoemde overwinstgrensregeling zorgt ervoor dat bij hoge stroomprijzen een deel van de winst terugvloeit naar de overheid. Dat maakt de SDE++ minder aantrekkelijk als garantie voor banken, zelfs als projecten er wél gebruik van kunnen maken.
Kleine projecten wel haalbaar
Toch is financiering zonder subsidie niet volledig uitgesloten. De onderzoekers maken een helder onderscheid: de projecten die zonder SDE++ wél doorgang vinden, zijn bijna uitsluitend kleinere zon-op-dakinstallaties, van circa 100 kilowattpiek tot 1 megawattpiek. Voor deze projecten wordt doorgaans balansfinanciering ingezet, een lening op niveau van het hele bedrijf in plaats van het individuele project.
Bij balansfinanciering kijkt de bank niet alleen naar de inkomsten van de zonnepanelen, maar naar de totale financiële gezondheid van de onderneming. Tegenvallers in het zonnepark kunnen worden gecompenseerd door andere activiteiten van het bedrijf.
Strategische motieven
Kleinere zon-op-dakprojecten worden bovendien vaak niet primair vanuit financieel oogpunt gebouwd, maar vanuit strategische motieven: het verduurzamen van bedrijfsprocessen, het verlagen van de energierekening of het voldoen aan gebouweisen. Bij vastgoedprojecten kan de businesscase voor de zonnepanelen zelfs volledig worden meegefinancierd als onderdeel van de bredere vastgoedinvestering, waarbij de opbrengsten van zonne-energie geen doorslaggevende rol spelen. Een deel van deze projecten wordt ook volledig met eigen vermogen gefinancierd, zonder externe leningen.
Steeds meer projecten kiezen bovendien voor meer eigen gebruik van de opgewekte stroom, gedreven door netcongestie. Voor projecten die niet of nauwelijks terugleveren aan het net, is de SDE++ sowieso niet beschikbaar, omdat de regeling uitgaat van netlevering en verkoop op de markt. Die projecten zijn daardoor per definitie aangewezen op balansfinanciering of eigen vermogen.
Stroomafnameovereenkomst als reddingsboei
Voor grotere zonneparken boven de 10 megawatt piekvermogen bestaat er wél een alternatieve route naar financiering zonder subsidie: de corporate power purchase agreement (cppa). Dat is een langjarig stroomafnamecontract dat rechtstreeks wordt afgesloten tussen een producent en een eindafnemer, zonder tussenkomst van een energieleverancier. Wanneer een producent voor 10 jaar of langer een vaste prijs afspreekt met een kredietwaardige afnemer, creëert dat een stabiele, voorspelbare inkomstenstroom die banken als zeker genoeg kunnen beschouwen voor projectfinanciering.
Financiers stellen echter strenge eisen aan zo’n stroomafnameovereenkomst: de afnemer moet bij voorkeur een hoge kredietrating hebben, het contract moet een vaste prijs bieden voor minimaal 10 jaar, en het aandeel van de productie dat onder het contract valt moet groot genoeg zijn om de financiering te dragen. Het probleem is dat de cppa-markt in Nederland nog beperkt is ontwikkeld. Grote bedrijven die bereid en in staat zijn zulke langlopende contracten af te sluiten zijn er wel, maar vormen een minderheid. Voor de meeste zonneparkontwikkelaars is een cppa daarmee een theoretisch alternatief dat in de praktijk slechts voor een kleine groep projecten bereikbaar is.
Oplossingen voor de markt
Het rapport van Rebel schetst meerdere mogelijke beleidsinterventies om de financierbaarheid van zonneparken zonder subsidie te verbeteren. Een garantiefonds kan de barrière verlagen door het risico af te dekken dat een afnemer zijn betalingsverplichtingen niet nakomt. Standaardisatie van cppa-contracten en bundeling van de vraag van meerdere kleinere afnemers kunnen de markt toegankelijker maken voor projecten die te klein zijn voor een bilateraal contract met een groot bedrijf.
Combinatieprojecten, zonnepanelen gecombineerd met batterijen of laadinfrastructuur, bieden eveneens perspectief. Een batterij kan de opgewekte stroom tijdelijk opslaan en op een beter moment leveren, waardoor negatieve prijsuren worden vermeden en de inkomsten stabieler worden. Bovendien kan een batterij zelfstandig inkomsten genereren via arbitrage op stroommarkten. Wel worden dit soort combinatieprojecten aanzienlijk complexer om te ontwikkelen en te financieren.
Tot slot pleit het rapport voor standaardisatie van netaansluitingsoplossingen in congestiegebieden. Alternatieve aansluitvormen, zoals cable pooling waarbij meerdere installaties dezelfde netaansluiting delen, verminderen de onzekerheid en projectspecifieke kosten, wat de financierbaarheid ten goede kan komen.
Contracts for difference
De markt bevindt zich in een transitiefase. De overheid bereidt een contract for difference (cfd) voor als opvolger van de SDE++. De invoering staat gepland voor 2027.
Een cfd werk als een tweerichtingssubsidie: als de stroomprijs te laag is, vult de overheid aan en als de prijs hoger is dan afgesproken, betaalt de producent terug. Dit geeft banken meer zekerheid over de inkomsten, ook wanneer de stroomprijs tijdelijk sterk daalt of stijgt. De introductie van een cfd kan volgens Rebel de financierbaarheid van zonneparken aanzienlijk verbeteren, mits de exacte voorwaarden goed worden vormgegeven. Het rapport van Rebel benadrukt dat bij de invoering een zogeheten carve-out noodzakelijk is: een uitzondering waardoor projecten met een cppa niet worden verdrongen door de subsidieregeling, zodat beide financieringsroutes naast elkaar kunnen blijven bestaan.
De mei 2026-editie van Solar & Storage Magazine is uit. Het tijdschrift kent artikelen over Intersolar Europe, dubbele energiebelasting bij thuisbatterijen, recycling van batterijen en het Nationaal EMS Programma.