
De milieuprestatie van gebouwen (mpg) drukt uit hoe zwaar de gebruikte bouwmaterialen het milieu belasten over de volledige levenscyclus van een gebouw. Denk aan effecten als klimaatverandering, fijnstofvorming, waterschaarste en landgebruik. De score wordt uitgedrukt per vierkante meter bruto vloeroppervlakte per jaar: hoe lager het getal, hoe milieuvriendelijker het gebouw. De berekening verloopt via de Bepalingsmethode Milieuprestatie Bouwwerken, die als basis de Europese standaard EN 15804 gebruikt. Via de Nationale Milieudatabase raadplegen bouwbedrijven productkaarten met milieudata om die score te berekenen.
Normen per gebouwtype
Het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) legt de maximale mpg-waarden vast. Voor woningen geldt per 1 juli 2026 een maximum van 1,6, voor kantoren 1,55. Nieuw is dat ook een grote groep gebouwen nu voor het eerst aan een mpg-eis moet voldoen: voor bijeenkomstfuncties, celfuncties, gezondheidszorgfuncties, industriefuncties, logiesfuncties, onderwijsfuncties, sportfuncties en winkelfuncties geldt een maximum van 1,85. Overige gebruiksfuncties mogen maximaal 1,8 scoren. Voor woonwagens en bouwwerken die geen gebouw zijn, geldt geen eis. De praktijktoets mpg onderzocht eerder al hoe de bouwsector zich op zulke aanscherpingen kan voorbereiden.
Uitzonderingen
Niet elk gebouw hoeft aan de standaardnorm te voldoen. Kleine woningen krijgen een soepelere eis: appartementen kleiner dan 60 vierkante meter en vrijstaande woningen kleiner dan 80 vierkante meter mogen een hogere mpg-score hebben dan de standaard. De achtergrond is technisch: bij kleine gebouwen stijgt de milieubelasting per vierkante meter onevenredig snel, omdat de hoeveelheid gebruikte materialen niet evenredig afneemt met het vloeroppervlak. Ook kantoren met een relatief grote buitenschil ten opzichte van het gebruiksoppervlak vallen onder een soepelere eis. Daarvoor geldt een formule: is de totale oppervlakte van alle buitenschilonderdelen gedeeld door de gebruiksoppervlakte groter dan 2,5, dan mag de milieuprestatie-eis soepeler zijn. Industriefuncties en overige gebruiksfuncties in gebouwen kleiner dan 50 vierkante meter, zoals fietsenstallingen of kleine nutsgebouwen, zijn volledig vrijgesteld.
Nevengebruiksfuncties
Een kantinefunctie in een kantoorpand is een nevengebruiksfunctie. In zulke gevallen mag die nevenruimte de mpg-waarde van de hoofdfunctie aanhouden. Zo hoeft een kantine niet te voldoen aan de strengere kantooreis van 1,55, maar mag zij de norm van 1,85 hanteren. Bij gebouwen met meerdere hoofdfuncties geldt een formule die de eisen naar rato van de gebruiksoppervlakte combineert tot één gewogen eis.
Extra zonnepanelen
Alleen de zogenoemde constructieonderdelen tellen mee in de mpg-berekening: de bouwkundige en installatietechnische onderdelen die nodig zijn om aan de Bbl-eisen te voldoen. Denk aan de draagconstructie, brandveiligheidsvoorzieningen, leidingen en kabels, liftschachten en vloerafscheidingen. Ook infrastructuur buiten het gebouw voor de opwekking of het transport van elektriciteit, aardgas of warmte telt mee, voor zover die direct samenhangt met het energiegebruik van het gebouw.
Inrichting en aankleding, zoals meubels, gordijnen, tapijt en systeemplafonds, tellen niet mee. Hetzelfde geldt voor onderdelen die verder gaan dan het wettelijk minimum, mits die als afzonderlijk te beschouwen zijn. Zo tellen extra zonnepanelen boven wat de energieprestatie-eis vereist niet mee in de berekening.
Relatie energieprestatie
De mpg en de energieprestatie van een gebouw zijn verwante maar verschillende grootheden. Hogere eisen aan de energieprestatie leiden doorgaans tot een hogere milieubelasting, omdat daarvoor extra materiaal nodig is. De herziene bepalingsmethode werkt met 19 milieucategorieën in plaats van de vroegere 11, waardoor scores over het algemeen hoger uitvallen, ook al blijven de minimumeisen ongewijzigd.
Eerder speelde die spanning ook bij zonnepanelen: producten die vanuit de bijna-energieneutrale gebouw (BENG)-eisen verplicht zijn, konden de mpg-score juist nadelig beïnvloeden door onnauwkeurige milieudata in de database.
De mei 2026-editie van Solar & Storage Magazine is uit. Het tijdschrift kent artikelen over Intersolar Europe, dubbele energiebelasting bij thuisbatterijen, recycling van batterijen en het Nationaal EMS Programma.