logo
© KU Leuven
© KU Leuven
19 mei 2026

Agri-pv in België: nieuwe groeibriljant in solar?

Agri-pv biedt kansen voor de energietransitie én boeren. KU Leuven-onderzoekers Zoë Scheerlinck en Cas Lavaert temperen echter te hoge verwachtingen. ‘Grootschalige uitrol in België is vooralsnog niet evident.’

KU Leuven doet al even onderzoek naar agri-pv…
Lavaert: ‘Dat startte rond 2019, met name in de vorm van kleinschalige projecten. We zagen dat het combineren van zonnepanelen en gewassen verbouwen in onze omringende landen werd opgepakt. Wij wilden de mogelijkheden in België bestuderen. We waren vrij sceptisch ook; ons land staat nu eenmaal niet bekend om zijn overvloed aan zon.’

Wat voor projecten?
Lavaert: ‘Het begon met een proef bij een boer in Grembergen – suikerbietenteelt tussen verschillende types zonnepanelenstructuren, zoals verticale bifaciale pv-panelen en een trackingsysteem. Een tweede pilot betreft een perenboomgaard in Bierbeek met daarboven semitransparant pv. Daarnaast keken we naar een hoge overkapping van zonnepanelen boven wintertarwe en spinazie. En de onderzoeksgroep waarvan ik deel uitmaak, Elektrische Energiesystemen en -toepassingen (ELECTA) in Gent, bouwde een simulatiemodel dat gebruikt werd voor het ontwerpen van al deze sites.’

Wat voor simulatiemodel?
Lavaert: ‘Daarmee simuleren we op basis van diverse parameters de impact van agri-pv op de lichtverdeling, energieopbrengst en teelt. We rekenen bijvoorbeeld door hoeveel licht de gewassen krijgen, wat de impact op de gewasopbrengst zou kunnen zijn en hoeveel elektriciteit de installatie produceert. Zo kunnen verschillende opstellingen virtueel worden getest voordat er wordt gebouwd. Het model is online beschikbaar voor gebruik in onderzoek en praktijk. Dat gebeurt steeds vaker, ook door boeren.’

Waar staan jullie momenteel, wat is het vervolg?
Lavaert: ‘De techniek van agrivoltaïsche systemen verschilt elektrotechnisch feitelijk niet van andere pv-toepassingen. De onderbouwen zijn bovendien de afgelopen tijd verbeterd; minder staal en dus lagere kosten. Er zijn in de omringende landen ondertussen bedrijven die deze systemen aanbieden. Maar er zijn zeker nog andere research gaps binnen agrivoltaics.’

Welke?
Scheerlinck, PhD-onderzoeker bij de Afdeling Bodem- en Waterbeheer van KU Leuven: ‘Op het vlak van gewassen. We hebben er in 6 à 7 jaar onderzoek slechts enkele onderzocht; hoe die reageren op de combinatie met zonnepanelen. Er is ook nog veel te weten te komen over de invloed op het microklimaat; omgevingsfactoren zoals temperatuur, luchtvochtigheid, wind en licht. Mijn onderzoek richt zich specifiek op microklimaat en waterverdeling.’

Hoe minder zon op een gewas valt, hoe minder water nodig is…
Scheerlinck: ‘Dat is de hypothese. Minder zon betekent minder verdamping. De bodem blijft dus langer vochtig. Tegelijk valt regen niet overal gelijk, omdat de panelen een deel tegenhouden en het water op andere plekken geconcentreerder naar beneden komt. Ik kijk naar hoe dat het bodemvocht, de groei van de planten en de waterbehoefte beïnvloedt en hoe je slimmer met water kunt omgaan, bijvoorbeeld met irrigatie.’

Ook in nieuwe pilots?
Scheerlinck: ‘Van laag zachtfruit zoals frambozen en bramen is bekend dat het redelijk goed gedijt onder schaduwrijke omstandigheden. Daarnaast worden deze gewassen vaak al onder netten geteeld. De structuur om zonnepanelen op te leggen, is dus feitelijk vaak al aanwezig. Eind 2025 startte een pilot in Sint-Truiden in het kader van het VLAIO LA-traject “Agri-PV: Gecombineerd fruit en groene stroom produceren”, op een locatie van het Vlaamse proef- en onderzoekscentrum voor fruitteelt Pcfruit.’

Die behelst?
Scheerlinck: ‘We gaan na hoe verschillende types en transparanties van zonnepanelen de groei, opbrengst en kwaliteit van frambozen beïnvloeden. We onderzoeken er tevens de impact op watergebruik, ziekten en plagen en de economische rentabiliteit. Daarnaast zijn we betrokken bij een proef met blauwe bessen van Tom Mertens in Hoogstraten die nu zo’n 2 jaar draait: het eerste en enige commerciële agrivoltaics-systeem van België.’

Waarom is het daar tot nu toe bij gebleven?
Lavaert: ‘Het is heel erg duidelijk dat de vergunningverleners, het Vlaamse Departement van Landbouw en dergelijke, niet zitten te springen om dit soort installaties, onder meer omwille van de visuele impact op de omgeving. De wetgever laat deze alleen toe bij meerwaarde voor gewassen - een beschermende functie. Waar al sprake is van overkappingen van gewassen zijn er dus mogelijkheden, maar dit zijn ook net de systemen die veel duurder zijn dan reguliere zonneparken.’

De businesscase moet kloppen…
Lavaert: ‘Installaties met zonnepanelen laag bij de grond kunnen economisch interessant zijn, maar die worden niet vergund. Die met hoge overkappingen, boven fruit bijvoorbeeld, waarvoor de vergunningverleners eerder groen licht geven, zijn financieel niet haalbaar zonder subsidie. Zo komen we dus niet verder.’

Terwijl de potentie voor de energietransitie groot is…
Lavaert: ‘Die is enorm. 55 procent van het Vlaamse landoppervlak wordt voor agrarische activiteiten gebruikt. Wordt daar slechts 3 procent van benut voor agrivoltaics, dan wordt het aantal zonnepanelen in Vlaanderen meer dan verdubbeld. Het is dus een kwestie van politieke wil. Maar dan nog is het de vraag of grootschalige toepassing van agri-pv logisch is. De realisatie van gewone zonnevelden is veel goedkoper.’

Maar bij agri-pv is sprake van een win-win.
Scheerlinck: ‘Minder licht op gewassen betekent doorgaans een lagere opbrengst; bij onze proef met suikerbieten daalt die met 10 tot 20 procent, al bleef het suikergehalte behouden. Bij onze pilot met wintertarwe zagen we een afname van 30 procent. In de perenboomgaard van Jan Van der Velpen is de jaarlijkse oogst van voldoende kwaliteit, maar gereduceerd met zo’n 5 tot 15 procent, afhankelijk van wanneer en hoeveel de zon schijnt.’

Dat wordt gecompenseerd door de waarde van de zonnestroom?
Scheerlinck: ‘De land equivalent ratio (LER) vergelijkt de gezamenlijke opbrengst van gewassen en de opwek van groene stroom met toepassing los van elkaar, dus niet op hetzelfde stuk grond. In onze proef met peren is die 1,4; de grond wordt 40 procent efficiënter gebruikt in vergelijking met afzonderlijke productie. Bij suikerbieten is de LER 1.0 tot 1.2. Bij wintertarwe minder dan 1, maar dat lag mede aan de bodemverdichting tijdens de bouw van de installatie, waardoor ook de spinazieteelt op hetzelfde perceel onder de zonnepanelen niet succesvol was.’

Onder de streep?
Lavaert: ‘Het realiseren van agrivoltaïsche systemen vraagt om een minimale LER van 1, anders kan je het beter afzonderlijk doen, maar die zegt niet alles. Vele technische en economische parameters worden hier buiten beschouwing gelaten. Er wordt nogal eens gemakkelijk gesproken van een win-win, maar die is zeker niet vanzelfsprekend. Grootschalige uitrol is kortom niet evident in België. Op zeer zonnige, droge plekken, zoals in Zuid-Spanje, waar veel teelt onder schaduwnetten en plastic plaatsvindt, is het anders uiteraard.’

Jullie zijn niet positief?
Scheerlinck: ‘Wij zijn onderzoekers en kijken realistisch naar de uitdagingen en kansen, ook naar voordelen zoals dubbel ruimtegebruik en het verbeteren van bodem- en waterkwaliteit. Agri-pv is wat dat betreft zeker nuttig. Daarnaast kan zonnestroom een mooie extra verdienste zijn voor boeren, die het vaak toch al niet gemakkelijk hebben. Daarom mogen zij in Duitsland nu in principe 2,5 hectare gebruiken voor agri-pv. Daarnaast: ons klimaat verandert. Wat hier nu niet financieel interessant is, kan misschien over 10 jaar wel. Er zijn bovendien vele soorten systemen en gewassen. We moeten dus absoluut niet stoppen met het onderzoeken van de mogelijkheden.’

Deel dit artikel:

Nieuwsbrief

Meld u aan voor de nieuwsbrief met het laatste nieuws!
Ja, ik wil de nieuwsbrief ontvangen en heb de privacy policy gelezen.

Laatste Nieuws

Bekijk al het nieuws

Meest gelezen

Producten