© Piotr Adamowicz | Dreamstime.com
27 februari 2025

Rechter verlaagt antidumpingheffing op import zonnepanelen uit China

De rechtbank Noord-Holland heeft geoordeeld dat een Duitse importeur van Chinese zonnepanelen een verlaagde antidumpingheffing moet betalen. De Belastingdienst had aanvankelijk een hogere heffing opgelegd.

De rechter oordeelt nu echter dat het importtarief moet worden aangepast, omdat de fabrikant uit China door de Europese Unie (EU) eerder is erkend als een ‘meewerkende onderneming’.

36,2 procent
De zaak draait om een uitnodiging tot betaling (utb) van ruim 154.000 euro die de Nederlandse Douane in 2018 oplegde aan het Duitse bedrijf. Het bedrag bestond uit antidumpingrechten, compenserende rechten en rente.

De rechtbank oordeelt dat de antidumpingheffing moet worden verlaagd van 53,4 naar 36,2 procent. De Chinese fabrikant heeft namelijk voldaan aan bepaalde eisen die door de Europese Commissie werden gesteld voor de toekenning van een lagere importheffing.

Zaak Seraphim
Het geschil ontstond nadat de Europese Commissie in 2017 een aantal facturen ongeldig verklaarde, waardoor eerdere vrijstellingen van antidumping- en compenserende rechten vervielen. De rechtbank volgde echter het recente arrest van het Europese Hof van Justitie in de zaak Jiangsu Seraphim, waarin werd bevestigd dat de Europese Commissie bevoegd is om dergelijke correcties door te voeren. Die uitspraak had gevolgen voor bedrijven die in de veronderstelling verkeerden dat zij recht hadden op een lager importtarief op basis van de oorspronkelijke verbintenissen.

Disproportioneel
De importeur had aangevoerd dat de opgelegde rechten disproportioneel waren en dat er onduidelijkheid bestond over de status van de facturen die werden gebruikt bij de import. De rechtbank erkende dat de regelgeving rondom antidumpingheffingen bijzonder complex is en dat bedrijven vaak te maken krijgen met interpretatieverschillen bij de toepassing ervan. Hierdoor heeft de rechtbank besloten dat het in dit geval redelijk is om de importheffing te verlagen.

Uiteindelijk betekent de uitspraak dat de importeur ‘slechts’ 113.660,31 euro moet betalen, in plaats van het eerder genoemde bedrag van 154.644,74 euro. Daarnaast kent de rechtbank een schadevergoeding van 2.000 euro toe aan de importeur vanwege de lange behandeltermijn van de zaak. De procedure duurde in totaal ruim 5 jaar, wat volgens de rechter een overschrijding was van de redelijke termijn voor een belastinggeschil. De Nederlandse staat moet daarnaast de proceskosten van 2.389 euro en het griffierecht van 354 euro vergoeden.

Maak Solar & Storage Magazine jouw voorkeursbron in Google

Met een nieuwe functie van Google bepaal je zelf welke bronnen je als eerste ziet wanneer je zoekt naar nieuws. Volg ons en mis nooit meer het laatste nieuws over zonne-energie en energieopslag.

Nieuwsbrief

Meld u aan voor de nieuwsbrief met het laatste nieuws!
Gelukt!
Oeps, daar ging iets fout...
Het lijkt erop dat u een adblocker gebruikt
Beste bezoeker, wij zien dat u gebruikmaakt van software om advertenties te blokkeren. Door het gebruik van deze software kan het zijn dat sommige onderdelen van onze website niet optimaal functioneren. Bovendien willen wij u wijzen op het feit dat advertentieopbrengsten het voor de redactie mogelijk maken om u kosteloos dagelijks van het laatste zonne-energienieuws te voorzien. Wij willen u daarom vragen om de betreffende software uit te schakelen. Dit heeft geen gevolgen voor uw privacy, omdat de website van Solar & Storage Magazine geen gebruikmaakt van advertentietrackers.