Zonnestroomscore van Eneco zet huishoudens met zonnepanelen aan tot actie, energiebedrijven moeten gedoe wegnemen en automatiseren
Huishoudens passen hun stroomverbruik niet vanzelf aan het stroomnet aan. 5 veldproeven bij ruim 700.000 huishoudens laten zien dat vooral financiële prikkels, automatisering en gerichte boodschappen wel werken.
De resultaten van het onderzoek zijn gepubliceerd door het Behavioural Insights Platform. Dat valt onder het User-Centred Energy Systems Technology Collaboration Programme (Users TCP) van het Internationaal Energie Agentschap (IEA), waarin 14 overheden samenwerken.
Gewoonte veranderen
Het stroomverbruik van huishoudens is op werkdagen het hoogst in de late middag en avond, als mensen thuiskomen, koken en de verwarming hoger zetten. Om die piek op te vangen worden elders fossiele elektriciteitscentrales bijgeschakeld. Huishoudens kunnen op 3 manieren helpen: door hun gewoonten te veranderen, bijvoorbeeld door apparaten buiten de piekuren aan te zetten, door deel te nemen aan programma’s en tarieven voor vraagrespons, en door technologie aan te schaffen die flexibiliteit mogelijk maakt, zoals thuisbatterijen en elektrische auto’s.
In het Britse Demand Flexibility Service krijgen deelnemers de dag van tevoren een sms met het verzoek op een bepaald moment minder stroom te gebruiken, en ontvangen ze tegoed als dat lukt. Meer dan 2 miljoen Britse huishoudens doen mee aan de proef. Toch haken veel huishoudens af. De onderzoekers noemen economische factoren, zoals de vraag of het de rekening verlaagt, vertrouwen in energiebedrijven en datagebruik, praktische beperkingen als vaste routines, gedoe bij aanmelden of installeren en een gebrek aan energiekennis.
Score voor zonnestroom
Het Nederlandse deel van het onderzoek draaide om klanten van Eneco met zonnepanelen. Veel van hen benutten hun opgewekte stroom niet optimaal, omdat ze overdag van huis zijn als de opbrengst het hoogst is en pas ’s avonds stroom nodig hebben, als de zonnepanelen veel minder leveren. De onderzoekers ontwikkelden daarom een zonne-efficiëntiescore (red. solar efficiency score): het deel van de opgewekte zonnestroom dat een huishouden zelf gebruikt in plaats van terug te leveren aan het stroomnet. Een score van 30 procent betekent dat 30 procent zelf werd verbruikt en 70 procent terugging naar het stroomnet.
In totaal deden 26.086 Eneco-klanten met zonnepanelen mee. Een controlegroep van 6.141 klanten kreeg geen informatie, de andere 19.943 kregen in april vorig jaar een e-mail met de uitnodiging hun score te berekenen. Daarvoor vulden ze het aantal zonnepanelen in; op basis daarvan en het verbruik van de voorgaande maand schatten de onderzoekers opbrengst, verbruik en teruglevering. Van de aangeschreven klanten opende 77 procent de e-mail en gebruikte 18 procent de calculator. Daarna konden huishoudens zich aanmelden voor 3 maandelijkse nieuwsbrieven met tips, wat 10 procent deed, ongeveer 2.000 huishoudens.
Teruglevering verlagen
Alleen al de uitnodiging verlaagde het verbruik tijdens de brede avondpiek van 16.00 tot 20.00 uur met gemiddeld 0,031 kilowattuur per dag, een daling van 1,46 procent. Wie de calculator echt gebruikte, verminderde het avondverbruik met 9,30 procent, ongeveer 0,194 kilowattuur per avondpiek.
Het totale dagverbruik veranderde niet significant en ook buiten de piek nam het verbruik niet significant toe. ‘Er was geen verschuiving, het was piekafvlakking’, duiden de onderzoekers. Bij het terugleveren zagen de onderzoekers tegengestelde effecten. Huishoudens die al een hoge score hadden, verlaagden hun teruglevering na de uitnodiging verder, terwijl huishoudens met een lage efficiëntie juist meer teruglevering lieten zien. Voor wie niet erg efficiënt was, pakte de score averechts uit. Volgens de onderzoekers kan een lage score de motivatie en het gevoel van eigen effectiviteit verminderen, een ‘waarom zou ik het proberen’-reactie.
Gedoe als drempel
Voorafgaand aan de proef onderzocht Mariella Rietgerk, sociaal psycholoog en promovenda aan de TU Delft, onder 3.200 Eneco-klanten of boodschappen over het risico op stroomuitval, geld en milieu de bereidheid vergroten om verbruik naar zonnige uren te verschuiven. Het type boodschap maakte geen verschil, maar veel mensen, deels boos, meldden een gebrek aan autonomie, mede doordat de tariefstructuren op dat moment veranderden. Dat leidde tot de zonne-efficiëntiescore. Een extra vraag, of het gedoe is om apparaten zo te programmeren dat ze op zonnige uren draaien, leverde een duidelijk resultaat op.
‘Gedoe bleek een significante barrière voor de bereidheid van huishoudens om hun verbruik naar zonnige uren te verschuiven’, vertelt Rietgerk. Haar promotieonderzoek over gewoonten en gedoe in de energietransitie wordt naar verwachting in het eerste kwartaal van 2027 afgerond.
Een vervolgonderzoek onder 2.000 mensen uit de algemene bevolking onderscheidde 6 soorten gedoe, samen afgekort tot IPSTOA. Allereerst informatiegedoe, zoals tarieven uitzoeken, en ten tweede planninggedoe, zoals een ander moment vinden om de auto te laden, sociaal gedoe. Verder het afstemmen met huisgenoten, gedoe om het in het dagritme te passen, gedoe met bedieningsmiddelen, zoals een energiemanagementsysteem voor in huis dat te weinig vrijheid geeft, en gedoe om beschikbaarheid te garanderen, bijvoorbeeld door te weinig batterijlading of ontbrekende was.
Worstelen met planning
Welk gedoe zwaar weegt, verschilt per huishouden en per apparaat. Bij huishoudens zonder zonnepanelen speelde bij het laden van de elektrische auto sociaal gedoe in de afwegingsfase en gedoe met het dagritme bij de uitvoering, bij de was vooral informatiegedoe en bij de afwas sociaal gedoe. Huishoudens met zonnepanelen worstelden vooral met planning in de afwegingsfase en bij het laden van de auto met het dagritme. Het sociale gedoe is het interne debat in een huishouden, licht Rietgerk toe. ‘Een van de huisgenoten heeft de auto de volgende ochtend nodig en de ander niet.’
Op een schaal van 7 punten lag het gemiddelde gedoe volgens Rietgerk in het midden tot hoge deel, al wist ze niet hoeveel mensen helemaal geen gedoe ervoeren. Het verband met de bereidheid om te verschuiven was wel zeer sterk: wie veel gedoe meldde, was veel minder bereid het verbruik te verplaatsen.
Vijf lessen
Uit alle proeven halen de onderzoekers 5 principes. Het eerste is dat flexibiliteit de moeite waard moet zijn. Een aanbod moet duidelijke voordelen bieden ten opzichte van de inspanning, en programma’s die veel van huishoudens vragen, hebben een flinke beloning nodig om op te schalen. Bij de thermostaten werkte het omdat huishoudens na aanmelding de financiële prikkel kregen en het apparaat konden installeren en vergeten. Het tweede is risico en onzekerheid verkleinen. Huishoudens weten bij tijdsafhankelijke tarieven niet of hun rekening daalt of stijgt en bij thermostaten niet of hun comfort blijft. Een rekeninggarantie voor de eerste 2 à 3 maanden of een proefperiode waarna zonder boete terugstappen kan, helpt volgens de onderzoekers meer dan een eenmalige bonus. ‘Het klinkt logisch, maar zoals markten nu werken, is het erg moeilijk om terug te stappen naar je oorspronkelijke tarief’, aldus de onderzoekers.
Controlegevoel versterken
Het derde principe is het gevoel van controle versterken. Flexibiliteit kan voelen alsof de regie wordt afgenomen, bijvoorbeeld als een energiebedrijf de thermostaat mag sturen. Heldere informatie en terugkoppeling over het eigen verbruik helpen. ‘Ze moeten weten dat ze de instelling kunnen overrulen als ze dat willen’, benadrukken de onderzoekers. Het vierde is automatiseren, omdat gewoontes veranderen een van de moeilijkste dingen is. Daarbij gaat het om slimme thermostaten met voldoende vertrouwen en automatische warmtepompen die in combinatie met gunstige tarieven in daluren voorverwarmen, altijd met toestemming en met de mogelijkheid om in te grijpen.
Het vijfde principe is maatwerk per consumentengroep. De Nederlandse proef zegt weinig over kwetsbare huishoudens, omdat de onderzoekers geen gegevens over inkomen verzamelden en huishoudens met zonnepanelen vaak welvarender zijn. In een Britse proef met energiebedrijf EDF onder ongeveer 255.000 huishoudens bleek het voor huishoudens met een laag inkomen en kwetsbare huishoudens lastig om zich aan te melden voor het Demand Flexibility Service. Ze gaven aan al weinig te verbruiken, sommigen hangen af van medische apparatuur die stroom nodig heeft en voor aanmelden zijn digitale vaardigheden nodig. Het Britse Centre for Net Zero plaatste gratis zonnepanelen en batterijen bij ongeveer 600 huishoudens met een laag inkomen. Dat leverde volgens de onderzoekers grote voordelen op, voor de huishoudens en voor het net, omdat de batterijen stroom opslaan voor piekmomenten. Binnen Users TCP start nu een onderzoeksprogramma over deze groepen, waaraan Nederland meedoet.
Maak Solar & Storage Magazine jouw voorkeursbron in Google
Met een nieuwe functie van Google bepaal je zelf welke bronnen je als eerste ziet wanneer je zoekt naar nieuws. Volg ons en mis nooit meer het laatste nieuws over zonne-energie en energieopslag.
Eerder
Laatste Nieuws
Nieuwsbrief
Meest gelezen
Vacatures
Nu in Het Tijdschrift
De juni 2026-editie van het tijdschrift Solar & Storage Magazine is uit. Dit nummer staat in het teken van de beurs Sustainable Solutions Kortrijk, het naderende einde van de salderingsregeling en thuisbatterijen.















