
In de eerste nationale Flexibility Needs Assessment (FNA) schrijven Elia en de Belgische distributienetbeheerders dat het volledig integreren van hernieuwbare energie in 2035 tot 23 gigawatt extra niet-fossiele capaciteit vereist.
Verplicht instrument
Het assessment is een verplicht Europees instrument dat tweejaarlijks de behoefte aan niet-fossiele flexibiliteitscapaciteit in kaart brengt. De kernboodschap is een beleidsmatige koerswissel: niet schaarste maar overschot van hernieuwbare stroom wordt de dominante uitdaging voor balanshandhaving in België.
De FNA vormt de grondslag voor het vaststellen van nationale doelen voor niet-fossiele flexibiliteit.
2 grensgevallen
De studie hanteert 2 grensgevallen. In het eerste geval wordt alle wind- en zonne-energie volledig geïntegreerd, met vrijwel 0 afschakeling. Daarvoor is in 2030 een extra niet-fossiele flexibiliteitscapaciteit nodig van 9 tot 11 gigawatt, afhankelijk van het batterijscenario. In 2035 loopt die behoefte op naar 18 tot 23 gigawatt. In het tweede geval wordt geen extra flexibiliteit ingezet bovenop wat de markt al levert, en wordt de resulterende afschakeling geaccepteerd. In dat scenario kan de verloren hernieuwbare energie worden gecompenseerd door bescheiden toevoegingen van opwekcapaciteit: 0,2 tot 0,5 gigawatt extra onshore wind of 0,6 tot 1,7 gigawatt extra zon-pv in 2035.
De FNA maakt daarbij uitdrukkelijk duidelijk dat er geen voorkeur voor een van beide opties wordt uitgesproken. Met het rapport willen de netbeheerders beleidsmakers voorzien van kwantitatieve informatie over de afruil tussen extra flexibiliteit, acceptabele afschakeling en benodigde extra opwekcapaciteit. Elia benadrukte eerder al dat ingrijpen bij stroomoverschotten steeds urgenter wordt naarmate het geïnstalleerde vermogen van windmolens en zonnepanelen groeit.
Politiek vacuüm
Een opvallende bevinding in de FNA is dat België als enige van de eerste EU-landen die een dergelijk rapport publiceren, geen expliciete doelstelling heeft vastgelegd voor de maximaal acceptabele afschakeling van wind- en zonne-energie. Door die leemte kan de FNA voor België alleen bandbreedtes presenteren in plaats van een eenduidig flexibiliteitsdoel te berekenen. De opstellers van de studie dringen er uitdrukkelijk op aan dat beleidsmakers die doelstelling alsnog bepalen, zodat concrete nationale doelen voor niet-fossiele flexibiliteit kunnen worden vastgesteld.
Batterijscenario’s wijzigen uitkomsten
De uitkomsten van de studie variëren sterk naar gelang de aanname over de inzetbare batterijcapaciteit. Het basisscenario houdt rekening met de grootschalige batterijcapaciteit die reeds via het capaciteitsvergoedingsmechanisme (CRM) werd gecontracteerd tot en met 2024: 1,5 gigawatt. Het ruimere scenario verwerkt het volledige batterijpotentieel dat door Elia in AdeqFlex’25 in kaart werd gebracht: 4,5 gigawatt in 2030 en 5,7 gigawatt in 2035. Meer batterijcapaciteit verkleint de aanvullende flexibiliteitsbehoefte aanzienlijk. Sensitiviteitsanalyses in de FNA laten ook zien dat extra nucleaire capaciteit en een beperktere deelname van eindgebruikers aan flexibiliteitsmarkten de behoeften juist verhogen.
De FNA staat open voor publieke consultatie tot en met 4 september. Het volgende rapport wordt verwacht in het eerste semester van 2028.
De juni 2026-editie van Solar & Storage Magazine is uit. Dit nummer staat in het teken van de NEN1010:2020 die in de wet vastgelegd wordt, zonnepanelen op huurwoningen en de druk op het Vlaamse stroomnet.