
De Flexibility Needs Assessment (FNA) is door hoogspanningsnetbeheerder Elia opgesteld in samenwerking met de regionale netbeheerders Fluvius, Sibelga, ORES, RESA en Arewal en toont hoe cruciaal energieopslag is voor de integratie van hernieuwbare energie. De FNA is een verplicht Europees instrument waarmee landen hun behoefte aan niet-fossiele flexibiliteit in kaart brengen en doelen kunnen stellen.
2 scenario’s
Het rapport vergelijkt 2 scenario’s voor de beschikbare batterijcapaciteit. In het basisscenario – gebaseerd op reeds via het Belgische capaciteitsvergoedingsmechanisme (CRM) gecontracteerde capaciteit tot en met 2024 – is 1,5 gigawatt grootschalige batterijcapaciteit beschikbaar. In het ruimere scenario, dat het volledige batterijpotentieel uit de Belgische adequaatheidsstudie AdeqFlex’25 verwerkt, loopt de beschikbare capaciteit op naar 4,5 gigawatt in 2030 en 5,7 gigawatt in 2035.
Het verschil is aanzienlijk: hogere batterijcapaciteit reduceert de hoeveelheid afgeschakelde wind- en zonne-energieproductie in 2030 met 40 tot 60 procent, en in 2035 met 30 tot 50 procent. Eerdere vergelijkbare analyses wezen in Nederland ook al op de rol van batterijen bij het beperken van curtailment van hernieuwbare energie.
Groeiende druk in 2035
Curtailment, het tijdelijk terugschroeven van de opwek van zonnepanelen of windturbines omdat het stroomnet de productie op dat moment niet kan verwerken, blijft volgens het onderzoek beperkt in omvang. In 2030 gaat het om 0,4 tot 1,3 procent van de jaarlijkse opwek van wind- en zonne-energie, afhankelijk van het batterijscenario; in 2035 loopt dat op naar 1,1 tot 2,5 procent.
De afschakeling concentreert zich in een beperkt aantal uren per jaar, hoofdzakelijk overdag en vaker tussen maart en september, wanneer de hoge opwek samenvalt met laag verbruik. Onder uitzonderlijke omstandigheden kan één aaneengesloten afschakelperiode 15 tot 19 uur duren. Op het piekniveau kan de maximale instantane vraag naar flexibele afschakeling in 2035 oplopen naar 5,4 tot 7,9 gigawatt, afhankelijk van de beschikbare opslagcapaciteit.
Spanningspiek in Limburg
Naast de langetermijncijfers signaleert de FNA ook een concrete uitdaging in de Vlaamse distributienetwerken. Vanaf 2022 nam het aantal klachten over omvormers van zonnepanelen die zichzelf uitschakelen door spanningsproblemen sterk toe, met een piek in het voorjaar van 2023. De provincie Limburg werd het hardst getroffen: per inwoner staat er 20 procent meer zon-pv-vermogen dan in West-Vlaanderen, dat op de tweede positie staat. Bovendien zijn de installaties in Limburg gemiddeld 10 procent groter dan elders in Vlaanderen.
Een omvormer zet de gelijkstroom van zonnepanelen om in wisselstroom die geschikt is voor het net. Bij te hoge netspanning schakelt het apparaat zichzelf automatisch uit als beveiligingsmaatregel. Dit doet zich met name voor in landelijke gebieden met lange kabels, waar veel zonnestroom gelijktijdig op het net wordt gevoed.
Actieplan Fluvius
Distributienetbeheerder Fluvius heeft inmiddels met succes een actieplan uitgerold om de spanningsproblemen te beperken. De maatregelen omvatten zwaardere kabels, aanpassing van de referentiespanning, aanvullende spanningsregelaars en de plaatsing van zogeheten OLTC-transformatoren. Dat zijn automatische regelaars die de tapstand bijstellen zonder de netspanning te onderbreken.
Eerder dit jaar meldde Fluvius dat het aantal klachten over uitvallende omvormers van zonnepanelen meer dan gehalveerd is vergeleken met het piekjaar, mede dankzij het gebruik van data van digitale meters voor vroegtijdige detectie.
Het FNA-rapport staat tot en met 4 september open voor publieke consultatie, waarna de Belgische energieregulator CREG het flexibiliteitsassessment zal beoordelen.
De juni 2026-editie van Solar & Storage Magazine is uit. Dit nummer staat in het teken van de NEN1010:2020 die in de wet vastgelegd wordt, zonnepanelen op huurwoningen en de druk op het Vlaamse stroomnet.