
In welke mate hebben batterijen de aandacht van ODE?
Devriendt: ‘Veel. Heel wat van onze leden zijn ermee aan de slag. Wij volgen het beleid daaromtrent heel sterk op. Alleen zijn we hierin nog niet zichtbaar genoeg. Daarom organiseren we ons daar nu beter op, bij ODE en PV Vlaanderen. We willen stakeholders rond energieopslag en aansturing aantrekken en verwelkomen, in het bijzonder gericht op optimalisatie achter de meter. Die zijn noodzakelijk om onze missie te vervullen: naar 100 procent hernieuwbare energie.’
Hoe kijken jullie naar elektrificatie en de consequenties voor het netgebruik?
Devriendt: ‘Het kan niet snel genoeg gaan. Vroeger was de vraag: als we elektrificeren, waar gaan we de groene stroom vandaan halen? Nu is het omgekeerd: de opwek loopt voor op de vraag; we moeten nu af en toe al knijpen op hernieuwbare energieproductie. Wat netcongestie betreft, is er sprake van een zekere problematiek. Maar Vlaanderen heeft goed gekeken naar Nederland en geleerd; begrijpt de urgentie en wil niet in dezelfde situatie terechtkomen.’
Hoe ernstig is de congestieproblematiek voor bedrijven vandaag de dag?
Vandaele: ‘Netcongestie is de file bij afname op het stroomnet. We moeten onderscheid maken tussen de papieren en fysieke congestie. Op het Elia-net speelt fysieke congestie wel degelijk. Op Fluvius-niveau, waar het merendeel van onze leden zit, is dat momenteel minder het geval. Op beide niveaus was wel een grote papieren congestie, mede door de exponentiële groei van aanvragen voor batterijen en datacenters de laatste 1,5 jaar. Daar zijn echter stappen op gezet. Dat leidde onder meer tot invoering van specifieke contracten zoals het Fall Back flex-contract. Flexibele afnameovereenkomsten zijn een deel van de oplossing, maar er zijn meer specifieke maatregelen nodig om de flexibiliteit op korte termijn verder te ontsluiten.’
Welke maatregelen?
Devriendt: ‘Nettarieven zijn belangrijke maatregelen om te sturen. Op laag- en middenspanning vragen wij al lang om aanpassing van het capaciteitstarief. Nu betaal je voor een piek in je afname die, ook al was die maar eenmalig, heel lang blijft meetellen in je nettarief. De aanzienlijke kost van deze piek zet een rem op veel te verbruiken wanneer heel veel groene stroom beschikbaar is. Effectief verbruik, waarmee het net en de energietransitie geholpen zouden zijn, wordt zo niet gestimuleerd. Een van de mogelijkheden waar wij aan denken: reken in de zonnige maanden tussen 11 en 17 uur niet de volledige piek door, maar de helft, zodat je dan bijvoorbeeld je warm water kunt opwarmen. Nederland kiest voor een nettarief met meerdere tijdsblokken per dag. Wij stellen een eenvoudigere tijdsverdeling voor omdat we willen waken over de eenvoud en begrijpbaarheid, ook voor de particulier.’
Speelt dit ook op hoogspanningsniveau?
Vandaele: ‘Zeer zeker. De federale energieregulator CREG publiceerde eind juni de tariefmethodologie voor 2028-2031. De kaders waarbinnen Elia mag bewegen voor de nettarieven, zijn verruimd. Vroeger was er geen capaciteitstarief voor injectie en moesten de injectietarieven in België worden gebenchmarkt met die in onze buurlanden. Nu is de mogelijkheid gecreëerd om een capaciteitstarief voor injectie op hoogspanning in te voeren en de benchmarkverplichting vervallen. We zijn daar zeer bezorgd over. ODE pleit voor nettarieven die in lijn zijn met de ons omringende Europese landen.’
Hoe kijken jullie in dit verband naar batterijen?
Vandaele: ‘Een energieopslagsysteem is een prachtig middel om het elektriciteitsnet te ondersteunen. Een batterij kan onder meer worden ingezet voor het opvangen van onbalans, door elektriciteit op te slaan of juist terug te leveren. Op midden- en laagspanningsniveau ontbreekt daarvoor door het capaciteitstarief echter de prikkel. Dat belast de piekafname en houdt geen rekening met wat het net op dat moment nodig heeft. Daardoor worden batterijen nu vooral geplaatst om het verbruik achter de meter te optimaliseren. Een ander knelpunt: sla je hernieuwbare energie op in een batterij en injecteer je die later, verlies je momenteel je garantie van oorsprong. Daarover zijn we in dialoog met het Vlaams Energie- en Klimaatagentschap (VEKA). We hopen daar tegen het einde van het jaar een oplossing voor te vinden.’
Gaat de uitrol snel genoeg?
Devriendt: ‘De netbeheerders, zowel midden als hoogspanning, hebben intussen al meer aanvragen voor aansluiting van batterijen dan werd ingeschat door verschillende academische studies. De vraag is echter of die projecten ook allemaal effectief gebouwd zullen worden. Binnenkort publiceert Elia zijn Flexibility Needs Assessment-studie, die veel inzicht zal geven in de flexibiliteitsnood richting 2030.’
Welke rol zien jullie voor thuisbatterijen in het bieden van flexibiliteit?
Vandaele: ‘Die zijn primair bedoeld voor de optimalisatie van eigen verbruik en peak shaving bij de gebruiker thuis. Netondersteuning is voorlopig niet weggelegd voor de massa, misschien wel op termijn, via aggregators. Op Elia-niveau bestaat een congestiemarkt, maar daar kan je met een thuisbatterij niet op inspelen. Fluvius experimenteert momenteel met wintertesten op middenspanning, om per geografisch gebied in kaart te brengen wanneer er congestie optreedt. Partijen kunnen daar dan op inbieden, al is dat voorlopig nog niet toegankelijk voor de particuliere markt.’
Delen jullie het optimisme van Fluvius over afname van de wachtrij voor netaansluiting?
Devriendt: ‘We hebben bij onze leden rondgehoord. Het blijkt dat ze intussen eindelijk reactie krijgen op hun aanvragen, na maanden wachten in onzekerheid. De wachtrij voor batterij-aansluitingen was lang, maar ook daar komen nu de eerste voorstellen los, in de vorm van Fall Back Flex. Bij die manier van contracteren krijg je een gegarandeerd deel van je aansluiting, en daarnaast een niet-gegarandeerd deel. Dit nieuwe mechanisme is even wennen voor onze achterban. Het is bovendien een tijdelijke oplossing, uiteindelijk is het de bedoeling om naar een Flexibele Aansluitingsovereenkomst te evolueren (FAO). We zitten daar momenteel in fase 2 van een consultatietraject met de Vlaamse Nutsregulator, en gaan in het najaar naar fase 3. Pas daarna volgt de concrete invulling door Fluvius, met eigen consultaties, onder andere over de vergoeding.’
Wat moet gebeuren in het kader van vooruitgang?
Devriendt: ‘Zorgen dat de maatschappij verder elektrificeert. Daar begint het mee. Vervolgens dienen assets, zoals warmtepompen, elektrische wagens en e-boilers, flexibel te worden ingezet. Om dit mogelijk te maken moet onder meer het capaciteitstarief worden herbekeken. Dat wordt momenteel onderzocht voor laagspanning. Wij staan open voor een aanpak in stappen, eerst op middenspanning en dan op laagspanning. Maar laat er geen twijfel over bestaan: we willen dat die nu ook echt worden gezet. Zonder deze maatregel zien we, zeker op laagspanning, nog veel te weinig gebruik van impliciete flex: eindgebruikers die via de juiste prikkels zelf hun verbruik verschuiven. Daar moet dringend op geschakeld worden. Voor ons staat voorop dat vraag en aanbod van elektriciteit zoveel mogelijk via die weg, dus via de markt, op elkaar worden afgestemd. Pas als allerlaatste redmiddel mag de netbeheerder zelf rechtstreeks ingrijpen op het net, via technische flex.’
De juni 2026-editie van Solar & Storage Magazine is uit. Dit nummer staat in het teken van de NEN1010:2020 die in de wet vastgelegd wordt, zonnepanelen op huurwoningen en de druk op het Vlaamse stroomnet.