
De minister van Energie beantwoordde in de Vlaamse commissie Wonen, Toerisme, Energie en Klimaat vragen van Robrecht Bothuyne (cd&v) over de plug-and-playbatterijen en -zonnepanelen. Deze stekkerzonnepanelen en plug-inbatterijen – die zonder vaste installatie op een gewoon stopcontact worden aangesloten – zijn sinds april vorig jaar in Vlaanderen toegestaan, mits het toestel is gehomologeerd door Synergrid.
Onderschatting
Tot en met juni 2026 staan er volgens de minister 1.494 stekkerzonnepanelen en 9.795 stekkerbatterijen aangemeld bij netbeheerder Fluvius. Dat zijn volgens Depraetere ‘de beschikbare cijfers van de gemelde installaties’, en dus een onderschatting van het werkelijke aantal toestellen dat in gebruik is.
Hoeveel groter die kloof is, blijkt uit cijfers over alle thuisbatterijen samen, vaste installaties en stekkerbatterijen. Het AI-detectiemodel van Fluvius, dat injectie op het stroomnet herkent via de digitale meter, telt 130.000 batterijen, terwijl er slechts 111.000 zijn aangemeld. Hoeveel van deze 130.000 batterijen een plug-inbatterij betreft, heeft Depraetere niet bekendgemaakt. Wel meldt de minister dat Fluvius inmiddels 13.502 klanten aangeschreven heeft met het verzoek hun batterijen alsnog te melden.
Langere wachttijden Synergrid
Een onderscheid tussen gehomologeerde en niet-gehomologeerde toestellen kan het detectiesysteem van Fluvius niet maken: daarvoor zou het merk en model van elk toestel bekend moeten zijn, en die markt evolueert volgens de minister te snel om dat bij te houden.
Het aantal dossiers dat aan Synergrid wordt voorgelegd is sterk toegenomen, wat volgens Depraetere voor langere doorlooptijden zorgt. Synergrid voerde recent ‘een inhaalbeweging’ door waarbij dossiers volgens het first in, first out-principe versneld werden behandeld. Een dossier kan pas in behandeling worden genomen zodra alle technische informatie volledig is aangeleverd, wat volgens de minister niet altijd meteen het geval is.
800 watt blijft twistpunt
Bothuyne vroeg ook naar de vermogensgrens van 800 watt, waarop veel toestellen inspelen en waarvoor Depraetere ‘vorig jaar bij de Federale Regering’ zou hebben aangedrongen. Uit overleg met de FOD Economie blijkt echter dat er geen appetijt bestaat voor een wettelijke vermogensgrens van 800 watt voor plug-and-play toestellen.
‘De federale administratie bevestigde wel dat de toestellen met een vaste standplaats vanaf 2.600 watt een afzonderlijke elektrische kring nodig hebben’, duidt Depraetere. ‘Daarnaast werd bevestigd dat plug-and-playtoestellen in principe als een mobiel of verplaatsbaar toestel worden beschouwd en daardoor niet automatisch onder dezelfde regels vallen als een aangesloten installatie.’
Depraetere blijft zelf voorstander van de grens van 800 watt. Ze noemt die ‘een logische en verdedigbare grens’ die aansluit bij Europese regelgeving, al noemde een Nederlandse expert diezelfde 800 watt-grens eerder een ‘broodje aap’ omdat deze nergens wettelijk is vastgelegd.
Geen haastige nieuwe regels
Ondanks de schemerzones rond homologatie en aanmelding wil de minister niet overhaast ingrijpen. Gezinnen die een toestel kochten op basis van de geldende regels, hebben volgens haar recht op ‘een stabiel en voorspelbaar kader’. Bijkomende maatregelen – mocht de praktijk daar toch aanleiding toe geven – moeten zorgvuldig worden voorbereid, proportioneel zijn en gepaard gaan met duidelijke communicatie.
Bij een te late aanmelding kan Fluvius administratieve kosten in rekening brengen, maar de minister zet vooral in op sensibilisering in plaats van sancties. Bothuyne opperde tijdens het debat om ook installateurs en elektrozaken te betrekken bij het informeren van consumenten, een suggestie die Depraetere zei te zullen meenemen.
De juni 2026-editie van Solar & Storage Magazine is uit. Dit nummer staat in het teken van de NEN1010:2020 die in de wet vastgelegd wordt, zonnepanelen op huurwoningen en de druk op het Vlaamse stroomnet.