
De aanpak richt zich specifiek op het midden- en laagspanningsnet, het deel van het Landelijk Actieprogramma Netcongestie dat nog los stond van eerdere afspraken over het hoogspanningsnet.
Andere manier van samenwerken
Aanleiding is de snel groeiende druk op het elektriciteitsnet door woningbouw, verduurzaming van bedrijven, elektrisch vervoer en andere maatschappelijke voorzieningen. Netbeheerders, gemeenten en provincies breiden al op grote schaal stroomstations, kabels en transformatorhuisjes uit, maar volgens de opstellers van de aanpak loopt de uitvoering regelmatig vast in langdurige afstemming, ingewikkelde procedures en gebrek aan ruimte.
Het gevolg is een groeiende wachtlijst van klanten die een nieuwe of grotere aansluiting willen, terwijl kleinverbruikers geconfronteerd worden met een naderende aansluitstop. Om die opstapeling van problemen tegen te gaan is niet alleen aanvullend beleid nodig, zo stellen de opstellers, maar ook een andere manier van samenwerken tussen overheden en netbeheerders: minder versnippering, meer gezamenlijke regie en een kortere weg van besluit naar uitvoering.
Eén werkwijze voor iedereen
De eerste pijler moet ervoor zorgen dat netbeheerders en overheden niet langer per project opnieuw onderhandelen. Zij stellen daartoe één landelijk samenwerkingskader op voor projecten op het midden- en laagspanningsnet, met afspraken over beschikbare capaciteit, een gezamenlijke probleemanalyse, escalatielijnen naar bestuurders, mandaat aan de overlegtafel en de duur van elke procesfase.
Om die werkwijze uit te kunnen voeren, komt er extra en flexibel inzetbare capaciteit. Onderzocht wordt of de bestaande expertpool voor elektriciteitsinfrastructuur – de Vliegende Brigade – ook ingezet kan worden bij projecten op laagspanningsniveau, waarmee onder meer gemeenten juridische ondersteuning krijgen. Daarnaast komt er een pool van versnellingsspecialisten en projectleiders die knellende projecten op middenspanningsniveau moeten vlottrekken. Overheden en netbeheerders breiden verder het aanbod aan e-learning, praktijksessies en uitwisseling van best practices uit, en zoeken aansluiting bij lopende rijkstrajecten als Bodem, Ondergrond en Grondwater (BOG).
Locaties eerder in beeld
De tweede pijler draait om het tijdig in kaart brengen van geschikte locaties voor nieuwe stations en kabels, zodat schaarse ruimte zo vroeg mogelijk gereserveerd kan worden. Netbeheerders, gemeenten en provincies moeten locatiekeuzes daarom vanaf het begin van een project samen maken, zodat technische, ruimtelijke en maatschappelijke afwegingen in één keer worden meegenomen.
Overheden gaan ruimte voor energie-infrastructuur voortaan structureel opnemen in omgevingsvisies, gebiedsontwikkelingen, energievisies en omgevingsplannen. Dat sluit aan bij bestaande instrumenten zoals de provinciale en nationale Meerjarenprogramma’s Infrastructuur Energie en Klimaat (MIEK) en het Programma Energiehoofdstructuur (PEH). Het ministerie van Economische Zaken en Klimaat werkt daarnaast aan een wetsvoorstel waarmee gemeenten en provincies bevoegdheden krijgen om te sturen op schaarse ruimte voor energieprojecten. Tegelijkertijd gaan netbeheerders en overheden meer informatie met elkaar delen over netcapaciteit, congestie, projectplanning en ruimtelijke ontwikkelingen, onder meer via gezamenlijke digitale toepassingen.
Grond sneller beschikbaar
Voor de derde pijler, grondverwerving, komt een gezamenlijke handreiking die duidelijk maakt welke instrumenten netbeheerders kunnen inzetten, zoals eigendom, opstalrecht, gedoogplicht en eerste recht van koop. Partijen onderzoeken bovendien hoe grondverwerving verder versneld kan worden. Daarbij kijken ze naar de bevoegdheden bij onteigening, de juridische en financiële mogelijkheden bij grondaankoop, een soepeler minnelijk proces en de inzet van publieke grond.
Ook maken ze afspraken over instrumenten als zakelijkrechtovereenkomsten, gedoogplichten en recht van opstal. Deze aanpak vult eerder onderzoek aan naar een uniforme taxatiemethode voor grondprijzen bij hoogspanningsprojecten, die naar verwachting een half tot 1 jaar tijdwinst opleverde.
Minder discussie, meer duidelijkheid
De vierde pijler moet terugkerende discussies tussen de 6 regionale netbeheerders en de 342 gemeenten in Nederland voorkomen. Landelijke afspraken moeten helderheid geven over onderwerpen die nu telkens opnieuw ter discussie staan, zoals elektromagnetische velden, participatie, de verdeling en het verhalen van kosten, ruimtelijke inpassing, vergunningseisen en de inpassing van inpandige middenspanningsruimtes. Ook komt er duidelijkheid over welke overheid in welk geval bevoegd is om te besluiten.
Netbeheerders werken daarnaast toe naar technische standaardisatie van hun stationsontwerpen, met eenduidige uitgangspunten en modulaire bouwconcepten, terwijl overheden en netbeheerders samen een keuzemenu voor lokaal maatwerk ontwikkelen. Voor vergunningen komt er een zogenoemde vergunningenwasstraat: een strakkere inrichting van het aanvraagproces, met complete aanvragen, maximale doorlooptijden per fase en het gelijktijdig in plaats van na elkaar aanvragen van vergunningen. Het Rijk onderzoekt samen met gemeenten en provincies welke kleine uitbreidingen en tijdelijke voorzieningen helemaal vergunningsvrij kunnen worden of onder lichtere eisen kunnen vallen, aansluitend op maatregelen die eerder al voor het hoogspanningsnet zijn genomen.
Netbeheerders werken parallel door
Los van deze versnellingsaanpak werken de regionale netbeheerders en TenneT ook zelf aan een strategisch grondaankoopproces, aan onderling afgestemde technische standaarden en aan een meer integrale samenwerking, bijvoorbeeld door gezamenlijke kickoffs te organiseren. De versnellingsaanpak wordt dit najaar verder uitgewerkt, waarna netbeheerders en overheden aanvullende bestuurlijke afspraken maken over de uitvoering.
De juni 2026-editie van Solar & Storage Magazine is uit. Dit nummer staat in het teken van de NEN1010:2020 die in de wet vastgelegd wordt, zonnepanelen op huurwoningen en de druk op het Vlaamse stroomnet.