logo
© Stedin
© Stedin
7 februari 2026

Wat leveren de 8 maatregelen van het Aansluitoffensief op? Alle feiten en cijfers op een rij

Het kabinet presenteerde deze week het Aansluitoffensief om de wachtrij voor het stroomnet binnen 2 jaar fors terug te dringen. Maar wat behelzen de 8 doorbraakmaatregelen? Alle feiten en cijfers op een rij.

De focus van het Aansluitoffensief ligt op het beter benutten van beschikbare netcapaciteit door flexibiliteit, waarbij ‘flex als norm’ als individuele maatregel de meeste impact heeft.

Maatregel

Potentiële winst

Verhogen risicobereidheid

2 tot 4 gigawatt

Optimalisatie van prognoses

2 tot 4 gigawatt

Herziening contractvoorwaarden*

0 gigawatt

Inzicht in flexverwachtingen

0 gigawatt

Regionale tenders voor flexibele inzet

0,5 gigawatt

Individuele top 50-flexafspraken

1 tot 2 gigawatt

Flex als norm

2 tot 5 gigawatt

Contracteren boven de financiële ondergrens

2 tot 4 gigawatt

*de impact van deze doorbraak is ingeschat in combinatie met ‘loslaten financiële grens’

Meer risico accepteren
De eerste maatregel richt zich op het verhogen van de risicobereidheid bij netbeheerders. Momenteel is het uitgangspunt dat het elektriciteitsnet altijd en overal en voor iedereen beschikbaar moet zijn. Dit leidt tot een hoge betrouwbaarheid, maar gaat ten koste van de betaalbaarheid en vooral de beschikbaarheid van het net door lange wachtlijsten.

De gewenste situatie is een betere balans tussen betrouwbaarheid, beschikbaarheid en betaalbaarheid. Deze maatschappelijke afweging kan niet alleen door netbeheerders worden gemaakt. Daarom komt er een onafhankelijke adviesraad die rapporteert aan de minister van Klimaat en Groene Groei. Deze raad beoordeelt 5 concrete voorstellen op betrouwbaarheid, betaalbaarheid en beschikbaarheid.

De voorstellen omvatten onder andere het hanteren van een ander weerscenario, het inboeken van verwachte flexibiliteit door financiële prikkels, en het rekenen met de mogelijkheid tot 10 procent terugschakeling in geval van nood. Werkgroepen werken de voorstellen de komende periode uit en onafhankelijke experts toetsen deze. Netbeheerders beslissen in overleg met het ministerie en de Autoriteit Consument en Markt (ACM) over de toepassing.

Batterijen standaard flexibel

Batterijen spelen een belangrijke rol in het Aansluitoffensief. Voor batterijen groter dan 100 kilowatt maken netbeheerders standaard capaciteitssturende contracten (csc) en redispatch- afspraken. Dit geldt zowel binnen als buiten congestiegebieden. Bij hoogspanningsnetbeheerder TenneT worden batterijen groter dan 100 megawatt standaard met flexibiliteitscontracten aangesloten.

De maatregel zorgt ervoor dat batterijen automatisch bijdragen aan het ontlasten van het stroomnet. Wanneer het net overbelast dreigt te raken, kunnen batterijen stroom opnemen. Op momenten van grote vraag leveren ze juist stroom terug. Netbeheerders passen batterijen waar technisch en financieel haalbaar congestieverzachtend in. Door deze standaardafspraken met de systeemeigenaren wordt de onbenutte flexibiliteit van batterijen daadwerkelijk benut voor een stabieler energiesysteem.

Realistische verwachtingen
De tweede maatregel betreft het optimaliseren van prognoses. De huidige prognoses, gebaseerd op langetermijnscenario’s uit de Klimaat- en Energieverkenning, sluiten niet altijd aan bij kortetermijnverwachtingen. Deze prognoses bepalen of er netcongestie wordt voorzien en of er wachtlijsten worden ingesteld.

Netbeheerders gaan hun prognoses bijstellen zodat deze beter aansluiten bij realistische aannames over de groei van het elektriciteitsgebruik. Er komt een gezamenlijke flexverwachting op basis van alle net-intensieve assets, zoals al bij laadpalen voor elektrische voertuigen wordt toegepast. Op basis van een quickscan wordt zo snel mogelijk vrijgespeelde ruimte beschikbaar gesteld op regionaal niveau. Dit gebeurt in een transparant en gezamenlijk proces met netbeheerders, het ministerie, de ACM en de markt.

Aangepaste contracten
De derde maatregel richt zich op herziening van contractvoorwaarden voor capaciteitsbeperkende contracten (cbc) en capaciteitssturende contracten (csc). Brancheorganisaties geven aan dat flexibele afspraken voor afnemers moeilijk te standaardiseren zijn. Productieprocessen variëren sterk, bijvoorbeeld door batchproductie versus continue productie, klantcontracten met leveringsverplichtingen en veiligheidsvoorschriften. Standaard privaatrechtelijke contractvoorwaarden zorgen ervoor dat afnemers in een mal gedrukt worden waar zij niet altijd in passen.

De gewenste situatie is een betere balans waarbij netbeheerder en afnemer elkaar beter vinden en dezelfde taal spreken over contractvoorwaarden. Begin 2026 wordt een sessie georganiseerd met juristen met mandaat namens netbeheerders, marktpartijen, de toezichthouder en het ministerie, met externe begeleiding ter mediation. Na herziening van de contracten is er volledig commitment aan de uitkomst en zal actieve promotie van capaciteitssturende contracten plaatsvinden door brancheorganisaties.

Transparante flexvraag
De vierde maatregel is randvoorwaardelijk voor de realisatie van andere maatregelen: het geven van inzicht in flexverwachtingen. Netgebruikers hebben momenteel onvoldoende inzicht in wanneer problemen zich voordoen op het stroomnet. Hierdoor bestaat er onvoldoende kennis en zekerheid om weloverwogen een bijdrage aan flexibiliteit te leveren.

Netbeheerders gaan netgebruikers en marktaanbieders transparant voorzien van informatie over de flexverwachting per voedings- of congestieonderzoeksgebied. Deze informatie omvat de frequentie en blokduur van verwachte congestie, periodes wanneer deze congestie voorkomt, het totale aantal megawatt aan capaciteitstekort dat door flexibiliteit opgelost moet worden en eventuele additionele voorwaarden.

Er wordt gewerkt met verschillende tijdsniveaus: een meerjaarlijkse flexverwachting op basis van een typisch jaarlijks weerprofiel, een dynamische maandelijkse flexverwachting met hogere waarschijnlijkheid en een flexradar met zeer hoge waarschijnlijkheid voor de komende dagen. De informatie wordt aangeboden op de bestaande capaciteitskaart van Netbeheer Nederland.

Regionale flextenders
De vijfde maatregel betreft regionale tenders voor flexibele inzet. Het ontsluiten van bestaande flexibiliteit via een-op-eengesprekken met bedrijven en netbeheerders kost veel tijd en levert nog te weinig resultaat op. De markt is niet transparant en de behoefte van de netbeheerder is niet duidelijk. Er wordt op de markt vertrouwd, maar de markt wordt niet ingezet. Pas wanneer er onvoldoende flexibiliteit wordt gevonden, wordt het instrument flextender ingezet.

In 2026 worden minimaal 4 regionale tenders voor flexibele inzet uitgeschreven. In de tender kan bestaande en nieuwe capaciteit en zowel invoeding als afnamesturing meedoen. Hiermee wordt relatief snel onderzocht of een deel van de regionale wachtrij voor afname aangesloten kan worden. Elke grote regionale netbeheerder en TenneT schrijven minimaal 1 tender uit in een zelf geselecteerd gebied.

De netbeheerder moet de gebiedsspecifieke behoefte expliciet maken aan de markt. Uitgangspunt is techniekneutraliteit, maar afhankelijk van de behoefte kan een tender technologiespecifiek worden uitgezet. De tender loopt parallel aan regulier congestiemanagement en is transparant: partijen zien achteraf hoe hun bod heeft gescoord. Decentrale overheden worden betrokken voor het borgen van randvoorwaarden zoals stikstof, ruimte en draagvlak.

Individuele flexafspraken
De zesde maatregel richt zich op individuele flexafspraken met de top 50 van grote afnemers en invoeders. Voor kleinere aansluitingen wordt flexibiliteit gestimuleerd met de subsidieregeling Flex-e. Op grotere aansluitingen zijn grotere volumes aan flexibiliteit mogelijk, maar die vereisen vaak een individuele benadering vanwege specifieke bedrijfsprocessen en risico’s.

Alle netbeheerders identificeren en benaderen per congestiegebied een beperkt aantal individuele bedrijven die de grootste structurele bijdrage kunnen leveren aan het verminderen of beperken van netcongestie. De gesprekken worden geïnitieerd op topmanagementniveau. Elke netbeheerder start in het eerste kwartaal van 2026 met individuele gesprekken met 3 klanten om tot flexafspraken te komen.

Bedrijven verkennen op welke manier ze flexibiliteit kunnen leveren die het congestieprobleem helpt oplossen en onder welke voorwaarden. Dat kan gaan om financiële voorwaarden, andere voorwaarden aan de netbeheerder, of benodigde vergunningen. Netbeheerder en bedrijf komen vervolgens tot een set bindende afspraken. Indien nodig speelt de overheid hierbij ook een rol, bijvoorbeeld voor vergunningsruimte of stikstof. Een Flex-e XL-subsidie moet ervoor zorgen dat een deel van de investeringskosten voor flexibiliteit niet in de flexcontracten terechtkomt.

Flex als norm
De zevende maatregel normaliseert flexibel elektriciteitsgebruik. Flexibiliteit van laadinfrastructuur en batterijen blijft nu nog te vaak onbenut. Slim laden en slim batterijgebruik zijn voldoende getest in pilots en dit kan volgens de betrokken partijen worden versneld en opgeschaald. Deze potentie moet nationaal worden benut via een structurele, gefaseerde aanpak met alle ketenpartijen.

Voor batterijen groter dan 100 kilowatt maken netbeheerders standaard capaciteitssturende contracten en redispatch-afspraken voor iedere batterij binnen en buiten congestiegebied. Voor laadinfrastructuur wordt de aanpak uit het gebied Flevoland-Gelderland-Utrecht (FGU) landelijk uitgerold. Netbeheerders maken afspraken met de grootste charge point operators (cpo’s) over laden buiten de spits. Voor thuisladen komt er een nationale aanpak slim thuisladen, waarbij gedragsverandering bij consumenten wordt gepromoot.

Bij publieke laadpalen en laadpleinen met nieuwe aansluitingen bieden netbeheerders standaard non-firm contracten (non-firm ato’s) aan. Concessies worden geharmoniseerd door standaard capaciteitsbeperkende contracten en flexafspraken te maken. Voor bestaande aansluitingen wordt voortgebouwd op de FGU-aanpak om te komen tot nationale uitrol van dynamisch netbewust laden. Parallel wordt onderzoek gedaan naar de diverse mogelijkheden voor en risico’s van normering binnen juridische kaders.

Contracten boven financiële ondergrens
De achtste en laatste maatregel betreft contracteren boven de financiële ondergrens. Netbeheerders zijn al verplicht flexibiliteit in te kopen tot de financiële ondergrens voor congestiemanagement. De hoogte van deze grens lijkt een belemmerende factor te zijn bij het contracteren van flexibel vermogen. Netbeheerders zijn terughoudend vanwege onduidelijkheid over wat doelmatig wordt geacht.

Netbeheerders kopen in 2026 en 2027 vooruitstrevend flexibiliteit in boven de financiële ondergrens om zoveel mogelijk vermogen vrij te maken voor partijen op de afnamewachtrij. Het streven is om op doelmatige wijze 500 miljoen euro per jaar extra te contracteren bovenop de financiële grens. Deze flexibiliteit kan meerjarig worden vastgelegd en wordt meerjarig geëvalueerd.

De ACM nodigt netbeheerders uit om bij twijfel per casus in gesprek te gaan en de casus voor te leggen. De autoriteit monitort de totale kosten en vergoedingen op doorlopende wijze en houdt er rekening mee dat de flexibiliteitsmarkt op sommige plekken relatief onvolwassen is. In een halfjaarlijkse evaluatie worden onder andere het effect, benodigde verdere criteria en de wijze waarop deze kosten gefinancierd worden, geanalyseerd.

Brancheverenigingen positief over doorbraken

De Nederlandse Vereniging Duurzame Energie (NVDE) is blij met het Aansluitoffensief. ‘Een doorbraak’, aldus voorzitter Olof van der Gaag. ‘Als we bedrijven sneller aansluiten, kunnen zij ook sneller hun ovens op schone stroom laten draaien in plaats van op aardgas, hun elektrische vrachtwagens opladen en hun warmtepompen installeren. Op naar een toekomstbestendige economie, met schone energie van eigen bodem en minder fossiele energie uit Rusland of de Verenigde Staten.’

De vereniging benadrukt dat het offensief niet alleen goed nieuws is voor duurzame ondernemers. Ook woningbouwprojecten, scholen, laadpleinen, zorginstellingen en boerderijen kunnen sneller worden aangesloten. Minder vertraging betekent meer groene banen, meer betaalbare energie op termijn en meer leveringszekerheid.

Ook Techniek Nederland ziet mogelijkheden in het Aansluitoffensief. Voorzitter Mark Harbers stelt dat de druk op het elektriciteitsnet met 25 procent kan afnemen door gebruik te maken van bestaande technische oplossingen. ‘Als we de bestaande netcapaciteit slimmer benutten, is er veel meer mogelijk. Zo kunnen we 22 miljard euro besparen en voorkomen dat de energierekening van mensen onnodig stijgt door oplopende netkosten’, zegt Harbers.

Techniek Nederland vindt wel dat de beschikbaarheid van data met voorrang moet worden aangepakt. Netbeheerders moeten eindgebruikers en installateurs inzicht geven in waar en wanneer netcongestie optreedt.

Deel dit artikel:

Nieuwsbrief

Meld u aan voor de nieuwsbrief met het laatste nieuws!
Ja, ik wil de nieuwsbrief ontvangen en heb de privacy policy gelezen.

Laatste Nieuws

Bekijk al het nieuws

Meest gelezen

Producten