
Onderzoeksbureaus BlueTerra Energy Experts en Trinomics hebben het onderzoeksrapport opgesteld in opdracht van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat. Daarvoor spraken zij uitgebreid met bedrijven en netbeheerders over hun ervaringen met congestiemanagement: de mogelijkheid waarbij een bedrijf op verzoek van de netbeheerder zijn elektriciteitsverbruik tijdelijk aanpast om overbelasting van het stroomnet te voorkomen. Netbeheerders zetten dit instrument in om ruimte te creëren binnen het bestaande net, als aanvulling op de uitbreiding en verzwaring van de infrastructuur. In de praktijk blijkt het ontsluiten van die flexibiliteit echter complex en blijven de effecten tot nu toe beperkt.
Financiële prikkel doorslaggevend
Bedrijven staan volgens de onderzoekers over het algemeen open voor gesprekken met hun netbeheerder en tonen bereidheid om mee te denken over oplossingen. Voor de meeste bedrijven is de financiële vergoeding echter doorslaggevend om daadwerkelijk mee te doen, terwijl slechts een deel van hen deelname ook als maatschappelijke verantwoordelijkheid ziet. Een groot deel van de geïnterviewde bedrijven vindt netcongestie bovendien primair een probleem van de netbeheerders zelf.
Het identificeren van geschikte flexibiliteit vergt daarnaast aanzienlijke inspanning. Sommige bedrijven onderzoeken dit voor het eerst, andere denken geen mogelijkheden te hebben en onderzoeken het daarom ook niet, en een laatste groep levert al flexibiliteit op onbalansmarkten en heeft dus al technische kennis in huis. De contracten die netbeheerders aanbieden, door hen zelf ‘producten’ genoemd, blijken voor veel bedrijven te complex, een ervaring die volgens de onderzoekers ook wordt gedeeld door congestion service providers (csp’s).
Het werkelijk beschikbare flexibiliteitspotentieel blijkt vooral te zitten in secundaire installaties zoals batterijen en elektrische boilers, en veel minder in de primaire productieprocessen van bedrijven zelf. Die processen zijn voor de meeste bedrijven, in vrijwel elke sector, lastig te sturen zonder de eigen bedrijfsvoering te schaden.
Verschillende logica’s botsen
De kern van het probleem ligt volgens de onderzoekers in botsende belangen. Netbeheerders redeneren vanuit hun systeemverantwoordelijkheid en publieke kaders, terwijl bedrijven vooral naar hun eigen bedrijfsvoering, risico’s en rendement kijken. Wat voor het stroomnet als geheel noodzakelijk is, is daardoor niet automatisch aantrekkelijk voor een individueel bedrijf.
Die spanning is goed zichtbaar rond informatie en tempo. Bedrijven willen concreet weten wat er van hen verwacht wordt, terwijl netbeheerders terughoudend zijn met het delen van onzekere informatie, uit angst zich juridisch aan iets te binden. In combinatie met lange en onvoorspelbare doorlooptijden voedt dit onzekerheid bij bedrijven. Ook de rolverdeling speelt mee: congestiemanagement vraagt van netbeheerders een vragende rol richting bedrijven, terwijl er weinig ruimte is voor maatwerk. Bedrijven ervaren de aanpak daardoor soms als eenzijdig, terwijl ze juist behoefte hebben aan een gezamenlijk gesprek over mogelijke oplossingen.
Systeem nog volop in ontwikkeling
Onder deze spanningen liggen volgens de onderzoekers bredere, systemische belemmeringen. Netcongestie is een relatief nieuw en snel groeiend probleem, terwijl de uitbreiding van het stroomnet tot ongeveer 10 jaar in beslag neemt. Tussentijdse oplossingen zoals congestiemanagement zijn daardoor organisch en onder hoge druk ontstaan, wat tot onduidelijke en wisselende spelregels leidt. Ook is de governance complex: het aantal overleggroepen en verbetertrajecten is sterk gegroeid, waardoor het voor betrokkenen niet altijd duidelijk is welke partij verantwoordelijk is voor welk onderdeel.
Daarnaast is de toekomstige ontwikkeling van netcongestie inherent onzeker, en is informatie over de vraag naar en het aanbod van flexibiliteit versnipperd over talloze partijen. Nederland telt daarbij tienduizenden bedrijven met sterk uiteenlopende processen, terwijl netbeheerders juist behoefte hebben aan standaardisatie om met al die bedrijven tegelijk afspraken te kunnen maken. Voor veel bedrijven staat energie ten slotte niet in de 10 belangrijkste kostenposten, waardoor de balans tussen inspanning en opbrengst vaak ongunstig uitvalt. Netbeheerders zelf hebben daarbij weinig directe sturingsmogelijkheden op bedrijfsprocessen en zijn gebonden aan regels over doelmatigheid en gelijke behandeling, wat hen voorzichtig maakt.
Focus op batterijen en boilers
Om deze belemmeringen te verminderen, doen de onderzoekers 12 aanbevelingen, verdeeld over 4 thema’s. Binnen het eerste thema, proces en focus, adviseren zij netbeheerders vooral in te zetten op flexibiliteit uit secundaire installaties zoals batterijen, warmtekrachtkoppeling (wkk) en elektrische boilers, in plaats van op de moeilijker te ontsluiten primaire processen van bedrijven. Alleen bij bedrijven met grote impact op de netcongestie in hun regio loont een diepere verkenning van flexibiliteit binnen het productieproces zelf. Kleinere bedrijven kunnen volgens de onderzoekers het best gebundeld worden benaderd, bijvoorbeeld via een congestieserviceprovider, zodat hun gezamenlijke bijdrage toch meetelt.
Ook een gebiedsgerichte aanpak, waarbij netbeheerders niet naar losse bedrijven maar naar de gecombineerde flexibiliteit binnen een heel congestiegebied kijken, kan volgens de studie helpen. Daarnaast bevelen de onderzoekers aan de doorlooptijden van trajecten te verkorten, onder meer door meer capaciteit voor assetmanagers en netarchitecten, een betere afstemming tussen regionale netbeheerders en TenneT, en meer gewicht voor snelheid in de besluitvorming.
Transparanter communiceren
Het tweede thema betreft communicatie. Netbeheerders moeten volgens de onderzoekers vanuit een opener en kwetsbaarder houding communiceren, waarbij zij expliciet benoemen wat zij wel en niet weten. Ook is vaker en concreter contact nodig over de voortgang van lopende trajecten, bijvoorbeeld via periodieke updates, en moet communicatie beter aansluiten op bedrijven voor wie energie niet de kernactiviteit is.
Een belangrijke aanbeveling is dat netbeheerders vaker concrete scenario’s delen over wanneer, hoe vaak en voor hoe lang flexibiliteit nodig zou kunnen zijn, inclusief een indicatie van mogelijke vergoedingen. Dat geeft bedrijven een houvast, ook al is dat geen garantie, om een eigen businesscase te maken. Ook adviseren de onderzoekers om bedrijven te benaderen vanuit hun eigen situatie in plaats van met een directe vraag om flexibiliteit, en om bij verplicht congestiemanagement duidelijk te maken dat de verplichting alleen geldt voor het uitbrengen van een bod, en niet voor het daadwerkelijk leveren van flexibiliteit.
Contracten moeten flexibeler
Binnen het derde thema, contracten en vergoedingen, bevelen de onderzoekers aan om kortere en makkelijker opzegbare contracten te ontwikkelen en risico’s evenwichtiger te verdelen tussen netbeheerder en bedrijf. Standaardcontracten blijven daarbij het uitgangspunt, maar met gerichte ruimte voor variatie in bijvoorbeeld inzetvensters en boeteregelingen.
Ook zien de onderzoekers meerwaarde in een ruimere toepassing van beschikbaarheidsvergoedingen, naast de bestaande vergoeding per daadwerkelijke afroep, en in instrumenten zoals flextenders en cofinanciering om de businesscase voor bedrijven aantrekkelijker te maken.
Flankerend beleid overheid
Het laatste thema richt zich op ondersteunend beleid vanuit de rijksoverheid. Zo adviseren de onderzoekers extra financiële ondersteuning voor de rol van congestieserviceproviders die begeleiden bij het daadwerkelijk organiseren en contracteren van flexibiliteit. Sinds 2025 bestaat daarvoor al de subsidieregeling Flex-e, die volgens de onderzoekers mogelijk verder kan worden ingezet voor deze begeleidingskosten. Deze aanbeveling sluit aan bij het bredere Aansluitoffensief van het kabinet, waarin ook al werd ingezet op ruimere ondersteuning van flexibiliteit bij kleinere aansluitingen.
Daarnaast adviseren de onderzoekers het ministerie van Economische Zaken en Klimaat om verduurzamingsbeleid en het behoud van flexibiliteitspotentieel meer in samenhang te bekijken, omdat het verwijderen van bijvoorbeeld een wkk-installatie uit milieuoverwegingen ook waardevolle flexibiliteit kan wegnemen. Ook vragen zij de Autoriteit Consument en Markt (ACM) om verder te verduidelijken wanneer hogere kosten voor flexibiliteit gerechtvaardigd zijn, en welke vormen van differentiatie tussen bedrijven daarbij zijn toegestaan binnen de regels voor gelijke behandeling. Die verduidelijking moet voortbouwen op het bestaande codebesluit voor congestiemanagement van de toezichthouder. Tot slot bevelen de onderzoekers aan om de governance rond congestiemanagement inzichtelijker te maken, met een breed gedeeld overzicht van wie waarvoor verantwoordelijk is, zodat knelpunten sneller op de juiste plek worden opgelost.
De onderzoekers benadrukken dat geen van de 12 aanbevelingen afzonderlijk een wondermiddel is. Wel zien zij in de interviews dat bedrijven en netbeheerders de urgentie van netcongestie inmiddels breed erkennen, wat volgens hen een gedeelde basis biedt om het proces van congestiemanagement stap voor stap te verbeteren.
De juni 2026-editie van Solar & Storage Magazine is uit. Dit nummer staat in het teken van de NEN1010:2020 die in de wet vastgelegd wordt, zonnepanelen op huurwoningen en de druk op het Vlaamse stroomnet.