
Het Adviescollege toetsing regeldruk (ATR) is een onafhankelijk adviesorgaan dat de Nederlandse overheid beoordeelt op de gevolgen van nieuwe wet- en regelgeving voor bedrijven en instellingen. Het college toetst of de regeldruk proportioneel is en of alternatieven voldoende zijn onderzocht.
Terugverdientijd van 5 naar 7 jaar
Het adviesorgaan heeft de minister van Klimaat en Groene Groei geadviseerd over het wetsvoorstel ‘Actualisatie energiebesparingsplicht 2027’. Het eindoordeel van het ATR is om het wetsvoorstel niet in te dienen.
De huidige energiebesparingsplicht verplicht bedrijven en instellingen die jaarlijks meer dan 50.000 kilowattuur elektriciteit of 25.000 kubieke meter aardgas verbruiken alle energiebesparende maatregelen uit te voeren die zich binnen 5 jaar terugverdienen. Met het wetsvoorstel wil het kabinet die terugverdientijd verlengen van 5 naar 7 jaar. Dat betekent dat bedrijven ook maatregelen moeten nemen die pas na 7 jaar kostendekkend zijn. Volgens de toelichting op het wetsvoorstel kunnen maatregelen met een terugverdientijd tussen 5 en 7 jaar circa 11 petajoule aan extra energiebesparing opleveren. De initiële investeringen die daarvoor nodig zijn worden geraamd op circa 1 miljard euro.
Noodzaak niet aangetoond
ATR stelt dat de onderbouwing van de verlenging van de terugverdientijd te kort schiet. Uit evaluaties van de bestaande energiebesparingsplicht is namelijk niet aantoonbaar in hoeverre die plicht daadwerkelijk heeft geleid tot extra vermindering van de CO2-uitstoot. Ook is niet duidelijk of bedrijven de betrokken maatregelen vanwege hoge energieprijzen of ander beleid al uit zichzelf zouden nemen.
Zolang die vraag onbeantwoord is, valt volgens college niet te beoordelen of de verlenging naar 7 jaar extra resultaat oplevert boven op wat er toch al zou gebeuren. Het college constateert bovendien dat de toelichting niet beschrijft welke minder belastende alternatieven zijn overwogen om dezelfde energiebesparing te bereiken. Zo zou een betere handhaving van de bestaande energiebesparingsplicht evengoed kunnen leiden tot meer energiebesparing en minder CO2-uitstoot.
Naleving al problematisch
ATR wijst ook op de gebrekkige naleving van de huidige regels. Per 1 oktober 2024 had circa 55 procent van de onderzoeksplichtige bedrijven een rapportage ingediend; voor de informatieplichtige doelgroep lag dat aandeel nog lager, op circa 45 procent. De toelichting maakt onvoldoende duidelijk hoe de naleving zal worden verbeterd, terwijl de verlenging van de terugverdientijd juist een aanzienlijke verzwaring van de plicht betekent.
Het adviesorgaan concludeert bovendien dat het niet duidelijk is of de verzwaarde verplichting in de praktijk werkbaar zal zijn voor het bedrijfsleven.
Investeringsruimte bedrijven beperkt
Een bijkomend punt is dat de verplichting de investeringsruimte van bedrijven beperkt. Maatregelen met een terugverdientijd tot 7 jaar verplicht stellen, betekent dat bedrijven beschikbare middelen moeten inzetten voor verduurzaming, ook als zij die vanuit hun eigen bedrijfsstrategie anders zouden aanwenden voor productievernieuwing, digitalisering, personeel, veiligheid of continuïteit.
Het college constateert dat de toelichting deze gevolgen niet in kaart brengt en adviseert nader te onderbouwen hoe wordt voorkomen dat bedrijven worden gedwongen tot investeringen die op korte termijn niet passen binnen hun financiële ruimte of operationele mogelijkheden.
Doelgroep onderzoeksplicht verkleind
Niet alle onderdelen van het wetsvoorstel worden afgekeurd. ATR acht de 2 andere wijzigingen wel nuttig en noodzakelijk. Zo wordt de doelgroep van de onderzoeksplicht verkleind met circa 1.400 locaties, bijna 35 procent van de huidige doelgroep, voor bedrijven met eenvoudige of uniforme processen. Zij kunnen volstaan met de erkende maatregelenlijst (EML), een overzicht van bewezen energiebesparende maatregelen per bedrijfstak.
De geraamde lastenbesparing bedraagt circa 3,2 miljoen euro per jaar. Daarnaast verschuift de informatieplicht voor procesmaatregelen van de verhuurder naar de huurder, zodat degene die de maatregelen moet uitvoeren ook zelf over de naleving rapporteert. Dat beperkt fouten en verlaagt de administratieve last.
Bezwaren zijn niet opgelost
ATR adviseert minister Van Veldhoven inzichtelijk te maken in hoeverre de verlenging van de terugverdientijd daadwerkelijk bijdraagt aan energiebesparing en CO2-reductie, en daarbij ook duidelijk te maken hoeveel winst al te behalen is door betere handhaving van de bestaande plicht. Verder moet worden onderzocht in hoeverre bedrijven de betrokken maatregelen al uit zichzelf nemen.
Als het wetsvoorstel toch verder in procedure gaat, moet de minister per adviesvraag aantonen hoe rekening is gehouden met de opmerkingen van ATR, en het gewijzigde voorstel opnieuw ter beoordeling voorleggen. De eerdere aankondiging van een energiebesparingsfonds van 100 miljoen euro om bedrijven te ondersteunen bij de strengere plicht blijft van kracht, maar het fonds lost de bezwaren van ATR niet op.
De mei 2026-editie van Solar & Storage Magazine is uit. Het tijdschrift kent artikelen over Intersolar Europe, dubbele energiebelasting bij thuisbatterijen, recycling van batterijen en het Nationaal EMS Programma.