logo
© Greenchoice
© Greenchoice
30 april 2026

Energy Storage NL kritisch op verouderde afstandsnormen voor batterijen

Energy Storage NL kan het concept-wijzigingsbesluit voor energieopslagsystemen niet onderschrijven. De brancheorganisatie waarschuwt dat verouderde afstandsnormen de uitrol van batterijen onnodig belemmeren.

Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat wil via een wetswijziging de Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen (PGS) 37-1 en 37-2 voor batterijen verplicht stellen.

Praktijk
Energy Storage NL (ESNL) meldt in haar zienswijze het streven naar meer uniformiteit en duidelijkheid te steunen, maar te constateren dat het geconsulteerde wijzigingsbesluit op meerdere punten onvoldoende aansluit bij de huidige stand van techniek en praktijk.

De grootste zorgen betreffen de afstandsnormen. Deze zijn volgens ESNL gebaseerd op een verouderde methodiek van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) met aannames die niet representatief zijn voor moderne batterijtechnologieën zoals lithium-ijzerfosfaatbatterijen. Onderzoeksbureau Tauw constateerde onlangs al dat er in de praktijk kleinere veiligheidsafstanden nodig zijn.

Aanzienlijke verschillen
In de onderliggende methodiek van het nieuwe kabinetsbesluit wordt uitgegaan van systemen met maximaal 100 kilowattuur per batterijmodule en 500 kilowattuur per rack. Deze aannames sluiten volgens Energy Storage NL niet aan bij de huidige markt, waarin aanzienlijk hogere capaciteiten per rack en batterijmodule gangbaar zijn.

‘Waar volgens de gehanteerde aannames meer dan 1 miljoen batterijcellen nodig zouden zijn voor een systeem van 5 megawattuur, ligt dit in de praktijk rond enkele duizenden’, betoogt de branchevereniging. ‘Dit verschil werkt direct door in de risicoberekeningen en leidt tot uitkomsten die niet representatief zijn voor moderne systemen.’

Geen alternatieven
Energy Storage NL waarschuwt dat de afstandentabel in de praktijk als harde norm zal worden gehanteerd door bevoegde gezagen, terwijl onvoldoende ruimte resteert voor projectspecifieke risicobeoordelingen waar maatwerk passend is.

‘In lid 1 wordt uitsluitend gewerkt met gestandaardiseerde afstanden op basis van de RIVM-methodiek, zonder expliciete mogelijkheid voor projectspecifieke berekeningen’, schrijft de brancheorganisatie. Energy Storage NL acht het daarom noodzakelijk dat voor alle projecten expliciet de mogelijkheid wordt geboden om via een kwantitatieve risicoanalyse (QRA) projectspecifieke afstanden te onderbouwen als volwaardig alternatief voor de standaardtabel.

Europese verordening
Daarnaast ontbreekt in de huidige opzet een expliciete koppeling tussen PGS 37-1 en de Europese Batterijverordening, terwijl deze verordening leidend is ten aanzien van productveiligheid en duurzaamheidseisen. Het is van belang, zo benadrukt de brancheorganisatie, dat in de regelgeving expliciet wordt vastgelegd dat Europese regelgeving prevaleert boven nationale richtlijnen, zodat geen onduidelijkheid ontstaat over de hiërarchie tussen beide kaders en tegenstrijdige verplichtingen worden voorkomen.

De voorgestelde overgangstermijn van 2 jaar kan tot slot in de praktijk tot aanzienlijke onzekerheid leiden. Bestaande systemen zijn voor het verkrijgen van een nieuwe vergunning afhankelijk van de doorlooptijden bij het bevoegd gezag. Indien een initiatiefnemer tijdig een vergunning aanvraagt, maar de procedure langer duurt dan de overgangstermijn, is onduidelijk wat dit betekent voor de voortzetting van de exploitatie. Energy Storage NL benadrukt dat regelgeving veilig moet zijn, maar ook werkbaar, proportioneel en toekomstbestendig. In de huidige vorm schiet het voorstel daarin tekort, zo besluit de branchevereniging.

Deel dit artikel:

Nieuwsbrief

Meld u aan voor de nieuwsbrief met het laatste nieuws!
Ja, ik wil de nieuwsbrief ontvangen en heb de privacy policy gelezen.

Laatste Nieuws

Bekijk al het nieuws

Meest gelezen

Producten