logo
© Martijn Beekman
© Martijn Beekman
7 april 2026

Definitief geen maximumvergoeding zonnepanelen in nieuwe regeling servicekosten

Per 1 januari 2027 treedt de nieuwe regeling servicekosten in werking. Daarin staat hoe verhuurders kosten van zonnepanelen mogen doorberekenen aan huurders. De maximumvergoeding is definitief geschrapt.

Minister Elanor Boekholt-O’Sullivan (D66) van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening heeft de definitieve Regeling servicekosten gepubliceerd die per 1 januari samen met de Wet modernisering servicekosten en het Besluit servicekosten van kracht. Het eerder voorgestelde maximum van 2 euro per zonnepaneel per maand is definitief naar de prullenbak verwezen.

Ingangsdatum verschoven
De ingangsdatum is verschoven van de eerder gecommuniceerde datum van 1 juli 2026 naar 1 januari 2027. Dit moet meer tijd bieden voor de zorgvuldige invoering van het nieuwe stelsel. Het besluit en de regeling gaan gelden voor huurcontracten die op of na 1 januari 2027 worden afgesloten.

Het voorgestelde maximumbedrag van 2 euro per zonnepaneel per maand was het meest genoemde onderwerp tijdens de internetconsultatie over de regeling. Vrijwel alle partijen zagen dit voorstel als problematisch. Koepelorganisatie Aedes en de branchevereniging voor institutionele beleggers in vastgoed VGM NL en IVBN stelden dat het gestelde maximum niet uitging van het servicekostenprincipe van werkelijke, redelijke kosten.

Ook de Nederlandse orde van advocaten (NOvA) zag het voorgestelde maximum als verregaande inbreuk op het eigendomsrecht van verhuurders. Branchevereniging Holland Solar en Stichting Wocozon vonden de vaste vergoeding per zonnepaneel onlogisch omdat zonnepanelen sterk verschillen in vermogen en opbrengst.

Niet kostendekkend
Meerdere partijen benadrukten dat 2 euro per zonnepaneel per maand niet kostendekkend is voor verhuurders en leidt tot negatieve rendementen op investeringen. Deze partijen onderbouwden dit met voorbeeldberekeningen en verwezen naar eerder onderzoek. Ook werd kritiek geuit over de invoering van het maximumbedrag op bestaande installaties.

De Woonbond juichte een maximumbedrag voor roerende zonnepanelen juist toe, maar wilde een koppeling aan wattpiek per zonnepaneel. Stichting WOON vond het een goed voorstel om een maximumbedrag per zonnepaneel per maand vast te stellen.

Maximum vervallen
Het voorgestelde maximum van 2 per zonnepaneel is door alle kritiek komen te vervallen. De minister hierover: ‘Doel van het voorgestelde maximumbedrag was de berekening van servicekosten met betrekking tot roerende zonnepanelen in deze regeling eenvoudig te houden. Dat doel werd echter niet bereikt. Voor in gebruik gegeven roerende zonnepanelen kan een gebruiksvergoeding op grond van paragraaf 3 Roerende zaken van deze regeling worden gevraagd. Ook de voorgestelde tweede mogelijkheid om de vergoeding voor zonnepanelen te mogen berekenen op basis van de door de verhuurder aan de huurder geleverde elektriciteit, is geschrapt. Deze werd door verschillende partijen als onuitvoerbaar gezien.’

Definitieve regels
In de definitieve versie van de nieuwe regels is over zonnepanelen nu de volgende passage opgenomen: ‘De kapitaals- en onderhoudslasten van aan de huurder in gebruik gegeven roerende zonnepanelen kunnen in rekening worden gebracht conform de methode beschreven in paragraaf 3. De kapitaals- en onderhoudslasten van zonnepanelen die onroerend aanhorig aan de gehuurde woonruimte zijn kunnen niet via de servicekosten worden verrekend.’

Daarmee mogen voor zonnepanelen als ze vastzitten aan het gebouw géén servicekosten worden doorberekend aan de huurder. In theorie zou dit voor zonnepanelen die verplaatst kunnen worden – bijvoorbeeld balkonzonnepanelen of een ander zonnepaneelsysteem dat niet vast aan het gebouw zit – wel mogen.

Afwijken
‘De opbrengsten van de zonnepanelen (de opgewekte elektriciteit en eventueel saldering of terugleververgoeding) worden verdeeld overeenkomstig hetgeen verhuurder en huurder daarover hebben afgesproken bij het aangaan van de servicekosten’, duidt minister Boekholt O’Sullivan. ‘In beginsel zal dit neerkomen op de situatie waarin de huurder een bedrag betaalt voor het gebruik van de zonnepanelen en daarvoor 100 procent van de opbrengsten ontvangt. Hiervan kan worden afgeweken door bijvoorbeeld een lagere vergoeding overeen te komen voor het gebruik van de zonnepanelen waarbij ook een lager percentage van de opbrengsten aan de huurder toekomen.’

Het is aan de verhuurder om inzichtelijk te maken hoe de verdeling is en wat de verhouding is tot de vergoeding die de huurder betaalt voor de zonnepanelen. ‘De kapitaal- en onderhoudslasten voor onroerende zonnepanelen kunnen niet via de servicekosten in rekening worden gebracht, deze panelen zijn immers onderdeel van het gehuurde waarvoor de huurder huurprijs betaalt’, besluit de minister.

Deel dit artikel:

Nieuwsbrief

Meld u aan voor de nieuwsbrief met het laatste nieuws!
Ja, ik wil de nieuwsbrief ontvangen en heb de privacy policy gelezen.

Laatste Nieuws

Bekijk al het nieuws

Meest gelezen

Producten