logo
© Wocozon
© Wocozon
11 maart 2026

TNO: woningcorporaties plaatsen te weinig warmtepompen

Woningcorporaties isoleren te veel en plaatsen te weinig warmtepompen. Dat concludeert TNO in een nieuw onderzoek naar verduurzaming van sociale huurwoningen, uitgevoerd samen met TDI 500-Team Duurzaam Installeren.

Jaarlijks worden circa 53.000 corporatiewoningen geïsoleerd, terwijl slechts 18.000 woningen een warmtepomp krijgen. Dat is lang niet voldoende om de Nationale Prestatieafspraken (NPA) – de landelijke afspraken tussen corporaties, gemeenten en het Rijk over verduurzaming – te halen.

Miljardentekort
Eerder bleek al dat woningcorporaties miljarden tekortkomen om hun verduurzamingsopgave te realiseren. Om in 2050 alle corporatiewoningen aardgasvrij te hebben, moeten er ruim 74.000 warmtepompen per jaar worden geplaatst – ongeveer 4 keer zoveel als nu. Concreet betekent dit dat elke cv-ketel die het einde van zijn levensduur bereikt, direct vervangen moet worden door een warmtepomp.

Isoleren alleen werkt niet
De huidige praktijk – eerst volledig isoleren, daarna pas een warmtepomp plaatsen — remt de energietransitie juist af. Hoofdonderzoeker Laure Itard legt uit waarom: ‘Isoleren is een dure en arbeidsintensieve stap, die per geïnvesteerde euro niet de meeste reductie in CO2 en energielasten oplevert. Ons onderzoek wijst uit dat bij gelijke investering 30 procent meer warmtepompen geplaatst kunnen worden dan wanneer er alleen goed geïsoleerd wordt, zodat 30 procent meer woningen sneller toegang krijgen tot lagere energielasten dan nu. Op dit moment is echter nog onvoldoende duidelijk wat dit betekent voor het comfort van deze woningen.’

Isoleren blijft daarmee wel degelijk noodzakelijk – maar de volgorde en timing verdienen meer aandacht. De warmtepomp bleek eerder financieel ook het aantrekkelijkst voor huurders van corporatiewoningen, met een gemiddelde besparing van ruim 700 euro per jaar.

Hybride als tussenstap
TNO onderzocht 3 routes naar een gasvrije sociale huursector. Voor een deel van de woningvoorraad blijft de huidige aanpak – eerst isoleren, dan een volledig elektrische warmtepomp – de juiste keuze. Voor een ander deel biedt een hybride warmtepomp die ‘all-electric-ready’ is, klaar om later volledig elektrisch te draaien, een slimmere tussenstap. Zo’n apparaat is goedkoper en eenvoudiger te installeren dan een volledig elektrische variant, verbruikt tijdelijk nog wel gas, maar kan later worden omgeschakeld zodra de woning alsnog geïsoleerd is.

‘Het leidt tot dezelfde CO₂-reductie en energielasten in 2050 als direct overstappen naar all-electric en biedt flexibiliteit in planning, capaciteit en investeringen’, aldus Itard. Wel benadrukt TNO dat hybride warmtepompen geen eindstation mogen worden: sturing vanuit corporaties en overheid blijft noodzakelijk om uiteindelijk volledig van het gas af te gaan.

Isolatieniveau belangrijk
Een minimaal isolatieniveau blijft een voorwaarde voor een goed werkende warmtepomp. TNO hanteert daarvoor het zogeheten schillabel D: het isolatieniveau waarbij een woning verwarmd kan worden op 50 graden zonder dat bewoners last krijgen van koude plekken of tocht. Dat is niet hetzelfde als het bekende energielabel, dat ook naar installaties en zonnepanelen kijkt. Het schillabel beoordeelt uitsluitend de isolatie van dak, gevel, vloer en ramen. Veel corporatiewoningen hebben dit basisniveau al bereikt, wat de overstap naar een warmtepomp in de praktijk haalbaarder maakt dan vaak gedacht.

TNO roept woningcorporaties en de installatiesector op om samen op te schalen naar ruim 74.000 warmtepompen per jaar. Dat vereist dat de sector structureel meer capaciteit opbouwt en dat de overheid voor de juiste sturing zorgt.

Deel dit artikel:

Nieuwsbrief

Meld u aan voor de nieuwsbrief met het laatste nieuws!
Ja, ik wil de nieuwsbrief ontvangen en heb de privacy policy gelezen.

Laatste Nieuws

Bekijk al het nieuws

Meest gelezen

Producten