
Onderzoekers van de Rijksuniversiteit Groningen (RUG) hebben ontdekt dat zonneparken zich ontwikkelen tot een volledig nieuw type leefgebied. Dat concludeert het team onder leiding van doctor-ingenieur Raymond Klaassen, die binnen de faculteit Science & Engineering het meerjarige onderzoek naar de ecologische effecten van zonneparken aanstuurt.
Belangrijke graadmeters
Hun nieuwste bevindingen tonen aan dat zonneparken niet alleen andere soorten aantrekken dan agrarische gebieden, maar zich ontwikkelen tot ecosystemen die in het Nederlandse landschap nauwelijks voorkomen.
In de laatste tussentijdse rapportage neemt het onderzoeksteam het voorkomen van loopkevers onder de loep. Deze insecten gelden als belangrijke graadmeters voor de kwaliteit van een ecosysteem. Omdat ze gevoelig zijn voor veranderingen in bodemstructuur, vocht, schaduw en vegetatie, geven ze snel inzicht in de ecologische condities van een gebied.
Meer insecten
Uit de monitoring van zonneparken in Groningen en Drenthe blijkt dat loopkevers er in hogere aantallen voorkomen dan in omliggende akkers. Vooral de zones met ruigere vegetatie, die als ecologische compensatie zijn aangelegd, spelen een belangrijke rol. Daar worden niet alleen meer insecten gevonden, maar ook andere soorten dan de typische akkersoorten die kenmerkend zijn voor landbouwgronden.
Volgens Klaassen komt dat doordat zonneparken unieke omstandigheden creëren: meer schaduw en vocht onder de zonnepanelen, minder verstoring door landbouwwerkzaamheden en grotere variatie in vegetatiestructuren. Dat leidt tot een soortencombinatie die onderzoekers van de RUG eerder al constateerden bij andere diergroepen. De onderzoekers spreken daarom van een nieuw type ecosysteem, dat niet vergelijkbaar is met akkers, natuurgebieden of bos.
5-jarig programma
Het loopkeveronderzoek maakt deel uit van een 5-jarig programma waarin de RUG de ontwikkeling van biodiversiteit in zonneparken onderzoekt, vanaf de aanleg tot jaren erna. Naast insecten worden ook vogels, vegetatie, kleine zoogdieren en bodemkwaliteit gemonitord. Eerdere rapportages lieten al zien dat bepaalde vogelsoorten profiteren van zonneparken, terwijl andere juist minder worden aangetroffen.
Deze aanpak sluit aan bij eerdere Nederlandse studies. Zo presenteerde Wageningen University & Research in 2021 richtlijnen voor het vergroten van biodiversiteit op zonnevelden, waarbij beheer en ontwerp als cruciale factoren naar voren kwamen. Ook Naturalis Biodiversity Center concludeerde dat goed ingerichte zonneparken beter kunnen zijn voor biodiversiteit dan de meeste landbouwgrond.
Genuanceerd beeld
De onderzoekers benadrukken dat zonneparken geen vervanging zijn voor open agrarische landschappen. Soorten die afhankelijk zijn van uitgestrekte akkers blijven grotendeels weg. Toch lijkt de totale soortenrijkdom in het gebied toe te nemen, doordat zonneparken juist andere soorten ruimte bieden die in intensieve landbouwgebieden nauwelijks meer voorkomen.
‘We zien dat het ontwerp en beheer van grote invloed zijn op welke soorten profiteren’, zegt Klaassen. ‘Biodiversiteitswinst is geen gegeven, het vraagt bewuste keuzes om zonneparken natuurvriendelijk te maken.’ De onderzoeker noemt de resultaten veelbelovend, maar benadrukt dat ze nog in ontwikkeling zijn. Volgens hem toont het onderzoek vooral aan dat zonneparken ecologisch betekenisvol kunnen worden wanneer ze zorgvuldig worden ingericht.
De Solar & Storage Magazine Marktgids 2026 is verschenen. De jaarlijks terugkerende marktgids biedt een totaaloverzicht van de energieopslag- en zonne-energiemarkt en is een bijlage van de december 2025-editie van Solar & Storage Magazine. De marktgids kent dit jaar 14 rubrieken en bovendien zijn in samenwerking met een groot aantal bedrijven en organisaties de belangrijkste ontwikkelingen qua projecten, markt en technieken in kaart gebracht.