
Demissionair minister Keijzer wilde in het kader van de Wet modernisering servicekosten naar een maximumvergoeding van 2 euro per zonnepaneel per maand. Dit was een goed idee?
‘Het is een goed idee om er iets aan te doen. Als je stroom inkoopt, betaal je altijd dezelfde prijs, afhankelijk van de energieleverancier en het contract, ongeacht waar je woont, hoe die wordt geproduceerd, et cetera. Bij zonnepanelen heb je te maken met je eigen opwek. De huidige wet bepaalt dat woningcorporaties geen winst mogen maken op zonnepanelen; het moet een kostenneutrale maatregel zijn. Maar dat is niet werkzaam.’
Waarom niet?
‘Zou je dat in extremis doorzetten, dan moet je elke zonnepaneelinstallatie doorrekenen. De prijs per opgewekte kilowattuur verschilt immers; die is duurder voor kleinere zonnepanelen en goedkoper voor grote. Er zijn woningcorporaties die dat willen doen, maar dat is uiteraard een drama. De meeste maken één prijs voor iedereen. Mensen met zonnepanelen die meer opwekken, hebben een groter voordeel, wat in principe niet eerlijk is. De variatie in servicekosten is bovendien groot.’
Wocozon was een van de partijen, naast Holland Solar en de Woonbond bijvoorbeeld, die kritiek had op het voorstel van het kabinet.
‘Het is een stap in de goede richting. Standaardisering is goed. Maar kies dan niet voor een norm per zonnepaneel. Leg die vast per kilowattpiek. Wil je gelijke monniken, gelijke kappen, dan is het relateren van de servicekosten aan de opwek logisch. Daarbij moet een prijs worden gevonden waarbij de huurder financieel voordeel heeft van de zonnepanelen op het dak én de investering gunstig is voor de woningcorporatie.’
Hoe zie jij die 2 euro per zonnepaneel per maand in dit licht?
‘Er werd uitgegaan van een zonnepaneel van 400 wattpiek. Je betaalt dan dus een halve cent per wattpiek. Dat betekent een verbetering voor veel sociale huurders met zonnepanelen. Dat bedrag lijkt ook voldoende om animo bij woningcorporaties te houden aangaande investeren in zonnepanelen. Maar wat redelijk is – de Woonbond kwam uit op 2,25 euro – kun je natuurlijk niet los zien van de verandering in wetgeving; zo’n norm moet ook in die context worden bepaald.’
Saldering gaat verdwijnen vanaf 2027.
‘Wat een grote invloed gaat hebben op de verdiensten uit zonnepanelen; je krijgt dan nog maar zo’n 50 procent van het leveringstarief. Vanaf begin dit jaar is de nieuwe Energiewet van kracht; energiedelen is nu mogelijk. Als je daarmee straks meer kunt verdienen dan met injectie in het net, kan dat een behoorlijk positief effect hebben. Er komen bovendien variabele nettarieven aan, in 2028 waarschijnlijk. Dit kun je combineren met een dynamisch energiecontract, en de terugleverkosten die energieleveranciers in rekening brengen, gaan dan waarschijnlijk naar beneden.’
Ook de thuisbatterij is in opkomst…
‘Lokale opwek, opslag en gebruik wordt het nieuwe normaal. Batterijen, thuis en in de wijk, worden gemeengoed. Wat wordt zonnestroom straks waard, met dat nieuwe wettelijke kader en deze ontwikkeling in het verschiet? Dat is feitelijk het dilemma bij het bepalen van de servicekosten voor sociale huurders.’
Wat iedereen wil weten: blijven zonnepanelen rendabel voor hen?
‘De markt van dit moment is lastig, met name door alle commotie rondom zonnepanelen en saldering. Maar de rekensom is eenvoudig, uitgaande van een zonnepaneel van 400 wattpiek. Dat wekt zo’n 360 kilowattuur per jaar op, 30 kilowattuur per maand. Als stroom een kwartje per kilowattuur kost, dan heb je een maandelijks voordeel van 7,5 euro. Die zonnestroom wordt echter niet 100 procent zelf gebruikt; het gemiddelde is 30 procent.’
Betaal je 2,25 euro aan servicekosten, de suggestie van de Woonbond, dan kom je dus kostenneutraal uit?
‘Exact. En daarbovenop schuilt winst in andere zaken, zoals energiedelen, slim gebruik van het net en meer zelfverbruik realiseren middels een thuisbatterij. Wat echter, zoals ik al aangaf, blijft staan: het is eerlijker om de servicekosten te relateren aan het piekvermogen van de zonnepanelen op het dak.’
De keuze is nu aan sociale huurders: wel of geen zonnepanelen op het dak. Moet dat niet veranderen om de markt weer los te trekken?
‘De tweede keuze is gewoon zonnepanelen op alle daken leggen en dat doorrekenen in de huurprijs. Het probleem is echter dat daar geen ruimte meer voor is, en die keuze werd toch al weinig gemaakt. Hoe dan ook, zonnepanelen blijven, even uitgaande van die standaard- servicekosten van 2 euro, interessant voor huurders en woningcorporaties. Voor corporaties die nu meer rekenen, wordt de investeringshorizon groter. Andere rekenen nu al minder, ten koste van de businesscase, maar ten behoeve van rust en zekerheid bij hun huurders. Dat helpt absoluut.’
Moet er naast het invoeren van een servicekostennorm nog meer gebeuren om de energietransitie in de sociale huursector gaande te houden?
‘De opkomst van de thuisbatterij speelt daarin een grote rol. Die kan zonder problemen worden meegenomen bij het installeren van nieuwe pv-systemen; het financiële plaatje klopt. Dat is echter niet het geval bij reeds geïnstalleerde zonnepanelen. Zet je daar een thuisbatterij naast, dan is dat een stuk duurder vanwege noodzakelijke aanpassingen aan de installatie. Dit betreft zo’n 500.000 woningen in Nederland. Voor die gevallen moet er een subsidie komen op de thuisbatterij, ook met het oog op het verwezenlijken van de Nederlandse energietransitie.’
De Solar & Storage Magazine Marktgids 2026 is verschenen. De jaarlijks terugkerende marktgids biedt een totaaloverzicht van de energieopslag- en zonne-energiemarkt en is een bijlage van de december 2025-editie van Solar & Storage Magazine. De marktgids kent dit jaar 14 rubrieken en bovendien zijn in samenwerking met een groot aantal bedrijven en organisaties de belangrijkste ontwikkelingen qua projecten, markt en technieken in kaart gebracht.