Bouwbedrijf hoeft zonnepanelen niet te verwijderen ondanks bezorgde bewoners
De Raad van Arbitrage heeft in een geschil tussen 8 woningeigenaren en een bouwbedrijf geoordeeld dat de geïnstalleerde indakzonnepanelen niet verwijderd hoeven te worden, ondanks angst over brand.
De 8 eigenaren van een nieuwbouwwoning hadden de Raad van Arbitrage ingeschakeld, omdat zij zich zorgen maken over de brandveiligheid van hun indakzonnepanelen en de onderliggende dakconstructie. Het geschil speelt al sinds oktober 2021, waarbij de Raad van Arbitrage in februari 2022 deskundigen heeft benoemd die een onderzoeksrapport hebben opgesteld. Na hoor en wederhoor heeft de raad in september uitspraak gedaan.
50.000 euro
De woningeigenaren formuleerden de eis dat de aannemer binnen 30 dagen na de uitspraak de zonnepanelen en de onderliggende constructie zou moeten vervangen om zo te voldoen aan de omgevingsvergunning, de bouwtekeningen, de montagevoorschriften en het Bouwbesluit 2012.
De woningeigenaren eisten daarbij een dwangsom van 200 euro per woning voor iedere dag dat daaraan niet wordt voldaan, met een maximum van 50.000 euro per woning.
1 veld
De 2-onder-1-kapwoningen zijn bij de bouw voorzien van indakzonnepanelen. Anders dan op de verkooptekening en de vergunningstekening aangegeven, zijn de zonnepanelen niet per woning op het dakvlak aangebracht ‒ met daartussen een dakstrook zonder zonnepanelen ‒ maar doorlopend over het dakvlak. De zonnepanelen zijn namelijk over de woningscheidende wand in 1 veld aangebracht.
Dit was volgens het bouwbedrijf nodig omdat veel toekomstige bewoners voor een uitbouw hadden gekozen. Om aan de energieprestatiecoëfficiënt (epc)-eisen te voldoen, moesten extra zonnepanelen geïnstalleerd worden. Om die reden zijn de zonnepanelen doorlopend aangebracht.
Meerdere deskundigen
Bij de Raad van Arbitrage zijn rapportages van 4 deskundigen ingebracht. Zo heeft Oosterwijk Brandadvies een rapportage over de brandveiligheid van het dak ingebracht ‘PV-panelen in relatie tot de Weerstand tegen Brand Doorslag en Brand Overslag’ (WBDBO). Het bedrijf concludeert dat in voldoende mate is aangetoond dat de uitvoering van de zonnepanelen in combinatie met de onderpanelen en de onderliggende dakconstructie voldoet aan het Bouwbesluit.
Verder heeft Efectis geconcludeerd dat de opgeleverde situatie bij de woningen niet overeenkomt met de vergunningstekening. Op basis van de aangeleverde documenten in combinatie met de gesignaleerde brandveiligheidsrisico’s stelt Efectis dat onvoldoende aannemelijk is gemaakt dat de opgeleverde situatie voldoet aan de voorschriften uit Bouwbesluit 2012.
Brandoverslag
De derde deskundige, ABT, concludeert dat er vanuit het wettelijk kader geen specifieke regelgeving was (red. in september 2021) voor de toepassing van (indak-)zonnepanelen op woningen. ABT heeft voor haar deskundigenrapport met behulp van een mock-up testen uitgevoerd en geconcludeerd dat ook onder extreme omstandigheden wordt voldaan aan de gestelde temperatuurcriteria.
Wel heeft een vierde deskundige, ingenieur Peter van de Leur die door de Raad van Arbitrage is benoemd, in december 2022 geconstateerd dat de daken van de woningen niet voldoen aan de door het Bouwbesluit vereiste weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag, zowel qua overslag via dakopeningen als qua doorslag via de aansluiting tussen dak en woningscheidende wand. Hierdoor is sprake van een technische tekortkoming en wordt niet voldaan aan de garantienormen. Volgens de deskundige lopen de bewoners een ‘overmatig risico’ op schade door brand.
Niet bewust
Van de Leur hierover: ‘De deskundige constateert nergens dat de betrokken aannemer(s) en leveranciers bewust in negatieve zin afwijken van gebruikelijke werkwijzen en producten. De geconstateerde tekortkomingen lijken breed voor te komen, en de betrokken partijen lijken zich niet bewust van het bestaan van de tekortkomingen. Dat geldt zowel voor partijen die werken op basis van de KOMO-attesten voor houten daken als voor partijen die pv-installaties bouwen met in-dak montagesystemen. Ook bij de toetsende partijen, en zelfs bij een aantal brandveiligheidsadviseurs, is er geen besef dat in strijd met de bouwregels en in strijd met fabrikantvoorschriften wordt gewerkt. De deskundige is ervan overtuigd dat er geen sprake is van kwade wil bij de betrokken partijen. Dat neemt niet weg dat de geconstateerde tekortkomingen concreet en aanwijsbaar zijn, en dat de negatieve gevolgen te groot zijn om ze te negeren.’
Dit betekent volgens de deskundige overigens niet dat de daken van de nieuwbouwwoningen vervangen moeten worden. ‘Tussenoplossingen en alternatieve oplossingen zijn denkbaar; ook is denkbaar, omdat geen sprake is van een grote kans op slachtoffers, dat in plaats van herstel overeenstemming wordt bereikt over een vergoeding.’
Bouwbesluit
De Raad van Arbitrage concludeert dat er tussen de woningeigenaren en het bouwbedrijf geen discussie bestaat of de elektrotechnische installatie voldoet aan de NEN 1010.
De woningeigenaren vinden echter wel dat de gerealiseerde situatie afwijkt van de omgevingsvergunning, de tekeningen en de montagevoorschriften. Daarnaast is het volgens hen zeer onwaarschijnlijk dat wordt voldaan aan het Bouwbesluit. Om die reden stellen zij dat ook niet is voldaan aan de eisen van goed en deugdelijk werk.
Geen specifieke regelgeving
De Raad van Arbitrage stelt tegelijkertijd dat ten tijde van de bouw van de woningen er geen specifieke regelgeving bestond over de brandveiligheid van indakzonnepanelen. De arbiter merkt daarbij op dat betrokken deskundigen het erover eens zijn dat de huidige situatie naar verwachting geen onacceptabel verhoogd risico op slachtoffers door brand geeft.
In plaats van de standaard dampdoorlatende folie met brandklasse E is onder de zonnepanelen een dampdoorlatende folie toegepast met een hogere temperatuurbestendigheid en brandklasse E. Omdat de brandwerendheid van binnen naar buiten én van buiten naar binnen ten minste 30 minuten bedraagt, is volgens de raad ook voldaan aan de eis voor de weerstand tegen brandoverslag van 60 minuten. Daarmee wordt ook aan het Bouwbesluit voldaan.
Goed en deugdelijk werk
Ondanks dat ten tijde van de bouw al normen en richtlijnen in voorbereiding waren voor indakzonnepanelen, vindt de Raad van Arbitrage dat deze niet kunnen gelden als eisen van goed en deugdelijk werk.
‘Hoewel mogelijk – achteraf gesproken – een andere methode beter zou zijn geweest, betekent dat niet dat onderneemster zich dat toen al had moeten realiseren en voor een andere uitvoeringswijze had moeten kiezen’, aldus de arbiter. ‘In zoverre heeft onderneemster voldaan aan de eisen van goed en deugdelijk werk.’
Montagevoorschriften
Wel is de arbiter mening oordeel dat het tot de eisen van goed en deugdelijk werk behoort om ofwel de montagevoorschriften van de fabrikant te volgen ofwel te onderbouwen dat daaraan in dit concrete geval niet aan voldaan hoeft te worden.
De fabrikant schrijft een ventilatieruimte van ten minste 10 centimeter onder de zonnepanelen voor, wat bij de gebouwde woningen niet het geval is. Omdat bij metingen van ABT – in de mock-up – de temperatuur van de zonnepanelen niet boven de 75 graden Celsius is geweest en enkel in de meest extreme zomer zou kunnen oplopen tot 84 graden Celsius, oordeelt de arbiter dat de zonnepanelen onder de maximale gebruikstemperatuur van 85 graden Celsius blijven. Om die reden is de aanbevolen ventilatieruimte van 10 centimeter niet noodzakelijk.
Conclusie
Al met al concludeert de Raad van Arbitrage dat het bouwbedrijf heeft voldaan aan de eisen van het bouwbesluit en goed en deugdelijk werk heeft geleverd. De eisen van de woningeigenaren worden daarom afgewezen.
Maak Solar & Storage Magazine jouw voorkeursbron in Google
Met een nieuwe functie van Google bepaal je zelf welke bronnen je als eerste ziet wanneer je zoekt naar nieuws. Volg ons en mis nooit meer het laatste nieuws over zonne-energie en energieopslag.
Laatste Nieuws
Nieuwsbrief
Meest gelezen
Vacatures
Nu in Het Tijdschrift
De juni 2026-editie van het tijdschrift Solar & Storage Magazine is uit. Dit nummer staat in het teken van de beurs Sustainable Solutions Kortrijk, het naderende einde van de salderingsregeling en thuisbatterijen.
















