
Beide conclusies staan in de Klimaat- en Energieverkenning (KEV) 2026 die het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) heeft gepubliceerd in aanloop naar Prinsjesdag. Ze sluiten aan bij de bevindingen uit de KEV 2025, maar bevatten een opmerkelijke nuance: de raming voor het aandeel hernieuwbare energie in 2030 is dit jaar 2 procent hoger dan een jaar geleden.
Doel buiten bereik
Voor Nederland geldt een EU-doel van 39 procent hernieuwbare energie van het totale bruto energieverbruik in 2030. In 2025 bedroeg het aandeel hernieuwbare energie 23 procent, een stijging van 2,5 procent ten opzichte van 2024 en bijna een verdubbeling ten opzichte van 2020. De KEV 2026 raamt dat dit in 2030 uitkomt op 34 procent in het basispad, met een bandbreedte van 31 tot 37 procent. Zelfs met aanvullend beleid, waaronder de tweerichtingscontracten en nieuwe SDE++-rondes die het kabinet-Jetten aankondigde, komt de bandbreedte niet verder dan 32 tot 38 procent.
Het doel van 39 procent valt in beide ramingen buiten de bandbreedte. De kans om het te halen schat het PBL op minder dan 5 procent. Ten opzichte van de KEV 2025 is de raming dus wel 2 procent hoger, onder meer doordat de elektriciteitsvraag lager uitvalt dan eerder geraamd en het verbruik van hernieuwbare energie iets hoger. Toch blijft het doel buiten bereik.
Nederland importeert stroom
Naast het hernieuwbare-energiedoel signaleert het PBL een structurele verschuiving op de elektriciteitsmarkt. Nederland is nu nog netto-exporteur van elektriciteit, maar dat verandert rond 2030. De elektriciteitsvraag groeit met gemiddeld circa 4 terawattuur per jaar, aangedreven door elektrisch rijden, de uitbreiding van datacenters en de elektrificatie van de industrie. Die vraaggroei overtreft het tempo waarmee nieuw vermogen aan windmolens en zonnepanelen wordt toegevoegd.
Tegelijkertijd daalt de energieafhankelijkheid van Nederland. Van 77 procent in 2025 zakt die naar 67 procent, met een bandbreedte van 65 tot 70 procent, in 2030. Die daling is het gevolg van minder gebruik van fossiele brandstoffen door meer hernieuwbare energie en warmtepompen, en dat staat los van de veranderende positie op de elektriciteitsmarkt.

Richting 2040 keert
Op de langere termijn kantelt het beeld. Met de ambitie van 30 tot 36 gigawatt windvermogen op zee in 2040, ondersteund via tweerichtingscontracten, wordt Nederland richting 2040 naar verwachting opnieuw een netto-exporteur van elektriciteit. De keerzijde is dat bij zo veel extra hernieuwbare energie steeds vaker opwekcapaciteit moet worden afgeschakeld wegens overaanbod op momenten dat windmolens en zonnepanelen tegelijk volop produceren.
De stroomsector stoot in 2040 bovendien nog steeds CO2 uit, ook al groeit de hoeveelheid windenergie op zee flink. De reden: windmolens en zonnepanelen leveren niet altijd stroom op het moment dat die nodig is. Om die gaten op te vullen blijven gascentrales nodig. Alternatieven zoals batterijen, waterstofcentrales en slim verbruik zijn in 2040 nog onvoldoende beschikbaar om gascentrales volledig te vervangen.
Het aandeel hernieuwbare energie stijgt in het basispad naar 42 tot 55 procent in 2040, en met aanvullend beleid naar 52 tot 67 procent. Over de vraag of Nederland ook op koers ligt voor een klimaatneutrale toekomst is het PBL eveneens somber. Er is op Europees niveau een doel van 90 procent emissiereductie in 2040 vastgesteld. Nederland heeft zelf nog geen nationaal doel voor 2040 wettelijk verankerd, maar het vorige kabinet noemde 90 procent reductie in het Klimaatplan 2025-2035 een logische tussenstap. Het PBL toetst zijn raming hieraan en concludeert dat Nederland ook voor die uitstootreductie ver uit koers ligt, met een kans van minder dan 5 procent.
Maak Solar & Storage Magazine jouw voorkeursbron in Google
Met een nieuwe functie van Google bepaal je zelf welke bronnen je als eerste ziet wanneer je zoekt naar nieuws. Volg ons en mis nooit meer het laatste nieuws over zonne-energie en energieopslag.
De juni 2026-editie van Solar & Storage Magazine is uit. Dit nummer staat in het teken van de NEN1010:2020 die in de wet vastgelegd wordt, zonnepanelen op huurwoningen en de druk op het Vlaamse stroomnet.