logo
© ODE Vlaanderen
© ODE Vlaanderen
25 augustus 2026

Slechts 12 nieuwe warmtenetten in Vlaanderen: ‘Er moet boter bij de vis komen’

Warmtenetten moeten een sleutelrol spelen in de Vlaamse energietransitie, maar de sector is nog klein en groeit traag, aldus Jo Neyens van Warmtenetwerk Vlaanderen. Wat is nodig voor versnelling?

Waar staat Warmtenetwerk Vlaanderen precies voor?
‘We zijn in 2010 opgericht als dochter van de Nederlandse Stichting Warmtenetwerk. In 2013 gingen we verder onder de vlag van ODE, de koepelvereniging voor hernieuwbare energie, omdat het beleid hier te veel verschilt van Nederland. We hebben nu zo’n 90 leden, 2 keer zoveel als bij de start, uit de hele waardeketen. Dat zijn bijvoorbeeld fabrikanten, leveranciers, projectontwikkelaars, beheerders en ook gemeenten en provincies. We lobbyen voor beter warmtenetbeleid: we schrijven adviesnota’s, gaan in overleg met de overheid, doen zelf voorstellen… Daarnaast bieden we onze leden netwerkmogelijkheden en informatie, bijvoorbeeld via nieuwsbrieven en studiedagen.’

Hoe groot is de sector en hoe gaat het met de uitrol van warmtenetten?
‘De Vlaamse Nutsregulator (VNR) brengt daar elk jaar een rapport over uit. We zien een trage groei. In 2025 werden er maar 12 in gebruik genomen. Het totaal staat nu op 103. Ongeveer een derde van de afnemers bestaat uit huishoudens: zo’n 12.000, waarvan 90 procent in een appartement woont. Bedrijven vormen nog eens een derde van de aangeslotenen. De rest is gemengd. Maar kijk je naar geleverde megawattuur, dan gaat 94 procent naar bedrijven, dankzij een paar hele grote industriële warmtenetten, bijvoorbeeld in de Antwerpse haven.’

Het staat allemaal in de kinderschoenen?
‘Ja, eigenlijk wel. We hebben een paar historische grote warmtenetten, maar die kun je op één hand tellen. Roeselare heeft sinds de jaren tachtig een sterk vertakt net voor publieke gebouwen en appartementen. In Gent wordt al lang warmte aan de universiteit en appartementsgebouwen geleverd, nu nog gegenereerd door een warmtekrachtkoppeling, maar in transitie naar aquathermie. Oostende heeft een sterk groeiend warmtenet, vooral voor appartementen, met afvalverbranding als warmtebron. En Antwerpen heeft naast industriële warmtenetten in de haven een groeiende lijn naar woningen, met een strategie tot 2030. De meeste warmtenetten zijn klein en bedienen vooral nieuwbouwprojecten, schoolcampussen of zorginstellingen.’

Hoe groot is het potentieel?
‘Heel groot. Een studie van onderzoeksinstelling Vito uit 2020 schat het potentieel van industriële restwarmte alleen al tussen de 13 en 52 procent, een brede vork. De mogelijkheden voor ondiepe geothermie met gesloten bodemlussen zijn legio. Dat wordt vooral toegepast bij nieuwbouw. Warmte-koudeopslag (wko) komt minder voor, omdat de ondergrond in Vlaanderen daar minder geschikt voor is. Aquathermie – warmte uit rioolwater, oppervlaktewater of drinkwater – is kansrijk. Dat wordt nu onderzocht onder meer in een gezamenlijk project met Nederlandse partners.’

En zonnewarmte?
‘Dat kan ook, zoals bijvoorbeeld wordt bewezen in Groningen waar zon sinds kort een belangrijke bron is voor een groot warmtenet voor huishoudens. In Vlaanderen is daar echter weinig animo voor: het blijft een dure bron en er is weinig ruimte beschikbaar. Waar het op neerkomt: de knelpunten zijn eigenlijk niet technisch, maar financieel en organisatorisch, en dat begint met een goed lokaal warmteplan. Vlaamse steden met meer dan 45.000 inwoners, 20 stuks, zijn daar intussen toe verplicht. Bijna allemaal hebben er ondertussen een. De uitvoering laat echter nog op zich wachten.’

Warmtenetten moeten ook concurreren met de warmtepomp…
‘Een collectief systeem is vooral rendabel in dichtbebouwde kernen met veel verbruikers op een kleine oppervlakte, niet alleen grote steden, maar ook kleinere gemeenten. In buitenwijken en verkavelingen ligt een individuele warmtepomp meer voor de hand. Er is nog een argument vóór warmtenetten: netcongestie – een probleem dat in Vlaanderen begint te spelen. Schakelen heel veel woningen in dezelfde straat of wijk tegelijk over op een individuele warmtepomp, dan trekt dat zwaar op het elektriciteitsnet. En als iedereen in een straat met rijwoningen een warmtepomp installeert, dan is ook geluid een aandachtspunt. Zet je in plaats daarvan één centrale warmtepomp neer, op middelhoge temperatuur voor de hele straat, dan adresseer je beide problemen tegelijk: die verbruikt minder stroom en is voor de netbeheerder ook veel makkelijker te organiseren.’

Wat zijn de grootste uitdagingen bij versnelling?
‘Financiering, vooral. De Vlaamse subsidiepot is klein en staat maar kort open: de Call groene warmte staat dit jaar 6 weken open, vorige keer maar 2 weken. In de ronde van 2025 was er 21 miljoen euro beschikbaar, waarvan 15 miljoen naar 4 warmtenetprojecten ging. Dat is een peulenschil in vergelijking met Nederland, waar in de warmtenetten-investeringssubsidie in één keer honderden miljoenen euro’s beschikbaar zijn, voor een half jaar lang. Daarnaast hanteren we noodgedwongen het niet-meer-dan-anders-principe: warmte uit een warmtenet moet goedkoper zijn dan aardgas. Dat is een handicap. Antwerpen vergelijkt intussen niet meer met aardgas, maar met de luchtwaterwarmtepomp. Dat is een eerlijkere maatstaf.’

Iemand moet het ook allemaal organiseren…
‘Commerciële partijen focussen op de echt rendabele projecten. Ze stappen vooral in nieuwbouw. Gemeenten willen het ook, maar weten niet altijd hoe. Kortrijk richtte een gemeentelijk warmtebedrijf op, samen met private partners. Wij zien veel in zo’n model, zeker met het oog op de uitdagingen aangaande warmtenetten voor de bestaande bouw. België kent weinig seriematige woningbouw, dus elke woning moet apart bekeken worden, en de ondergrond ligt vaak chaotisch vol leidingen. In Leuven loopt een project waarbij het aanpakken van straat en riolering samenvalt met de aanleg van een warmtenet. Zo’n integrale aanpak zouden we vaker willen zien.’

Is er wel genoeg politieke wil?
‘Die is er. Maar er is een grote spreidstand met de budgetten die men ervoor over heeft. We zitten ook in een besparingsperiode, federaal en Vlaams. We kijken dus met enige jaloezie naar Nederland. Nochtans noemen het Vlaams regeerakkoord en de beleidsbrief energie warmtenetten expliciet als prioriteit. Wallonië heeft een eigen subsidie en heeft Vlaanderen enigszins bijgebeend, met in totaal 29 miljoen subsidie voor 12 projecten, vooral bodemlussen en grotere netten in Charleroi en Luik. Brussel komt trager op gang, met nog maar 2 projecten. Er moet dus in heel België boter bij de vis komen, anders lukt het niet.’

Hoe zie jij de toekomst?
‘Wij werken daar ook van onderop aan, via de Coalitie Weerbare Wijken. Daarbinnen loopt het project Five Fossil Free Districts: 5 pilootwijken in Brugge, Leuven, Mechelen, Mortsel en Oostende, waar warmtenetten in een integrale aanpak worden uitgerold, samen met heraanleg van straten, riolering en energierenovatie. Die lessen moeten het beleid informeren. En op termijn willen we warmtenetten koppelen aan de uitfasering van aardgas. Daarbij moet dan wel de juiste volgorde worden gehanteerd: eerst in elke gemeente een lokaal warmteplan of een warmteclusteranalyse om zones af te bakenen, dan een uitvoeringsplan en pas dan het aardgasnet afbouwen. Niet gas uitfaseren en dan maar zien wat er op ons afkomt dus – het moet planmatig, en de gemeente speelt daarin een cruciale rol.’

Maak Solar & Storage Magazine jouw voorkeursbron in Google

Met een nieuwe functie van Google bepaal je zelf welke bronnen je als eerste ziet wanneer je zoekt naar nieuws. Volg ons en mis nooit meer het laatste nieuws over zonne-energie en energieopslag.

Deel dit artikel:

Nieuwsbrief

Meld u aan voor de nieuwsbrief met het laatste nieuws!
Ja, ik wil de nieuwsbrief ontvangen en heb de privacy policy gelezen.

Laatste Nieuws

Bekijk al het nieuws

Meest gelezen

Producten