logo
© ElaadNL
© ElaadNL
24 juni 2026

Kabinet overweegt greentimerregeling voor tweedehands elektrische leaseauto

Staatssecretaris Eerenberg meldt dat zijn ministerie een nieuwe belastingkorting overweegt voor rijders van tweedehands elektrische leaseauto’s die 5 tot 8 jaar oud zijn. Ook wordt de pseudo-eindheffing aangepast.

De zogeheten greentimerregeling is een belastingvoordeel voor werknemers die via hun werkgever een elektrische auto rijden van 5 tot 8 jaar oud. De regeling biedt een verlaagd tarief van 14 à 15 procent over de cataloguswaarde, de oorspronkelijke nieuwprijs van de auto. De bijtelling is het bedrag dat een werknemer bovenop zijn salaris moet opgeven als hij een leaseauto ook privé gebruikt; dat bedrag wordt normaal berekend over de oorspronkelijke cataloguswaarde. Probleem is dat de nieuwprijs van oudere elektrische modellen soms hoger lag dan die van nieuwere modellen, waardoor de bijtelling bij doorstroom naar de particuliere markt relatief hoog uitpakt.

Aanvullend onderzoek
De regeling richt zich op een groeiend knelpunt: voormalige elektrische leaseauto’s verlaten massaal Nederland in plaats van te worden aangeboden op de binnenlandse tweedehandsmarkt. ‘Op dit moment wordt namelijk een relatief groot aandeel van de elektrische auto’s die uit de lease komen geëxporteerd, in plaats van dat ze doorstromen naar de tweedehandsmarkt’, schrijft Eerenberg aan de Tweede Kamer. ‘Door de recente ontwikkelingen in het Midden-Oosten is de vraag naar tweedehands elektrische auto’s in Nederland toegenomen, maar de import blijft nog steeds achter bij de export. Een mogelijke verklaring hiervoor is dat veel zakelijke auto’s na 5 jaar te duur zijn voor de particuliere markt of dat de auto’s niet aan de wensen van de particuliere markt voldoen.’

Onderzoeksbureau Revnext heeft in opdracht van het kabinet de potentiële doelgroep en mogelijke gedragseffecten onderzocht. Werknemers die nu gebruikmaken van de youngtimerregeling, een bestaande belastingregeling voor auto’s van 16 jaar en ouder, zijn met de greentimerregeling duurder uit, maar aanmerkelijk goedkoper dan bij een nieuwe auto in de reguliere bijtelling. Voor werknemers die nu al in de reguliere bijtelling zitten, kan de regeling een prikkel zijn om over te stappen op een oudere elektrische auto, mits leasemaatschappijen deze willen aanbieden. Het kabinet laat aanvullend een enquête uitvoeren onder werkgevers en werknemers om de voorlopige conclusies te toetsen. In augustus beslist het kabinet of de regeling wordt ingevoerd en per wanneer.

4 aanpassingen pseudo-eindheffing
Per 1 januari 2027 treedt de pseudo-eindheffing fossiele auto in werking. Deze extra belasting verplicht werkgevers die een benzine- of dieselauto aan een werknemer ter beschikking stellen voor privégebruik inclusief woon-werkverkeer, om 12 procent over de cataloguswaarde te betalen. CDA en VVD vroegen het kabinet eerder via een aangenomen motie om de regeling praktisch te verbeteren. Na uitgebreid overleg met de sector past Eerenberg de maatregel op 4 punten aan.

Vervangende auto’s bij schade, reparatie, onderhoud of een bandenwissel zijn voortaan voor maximaal 14 aaneengesloten kalenderdagen vrijgesteld van de heffing. De overgangstermijn voor bestaande fossiele bedrijfsauto’s schuift op van 17 september 2030 naar 1 januari 2031, zodat werkgevers hun administratie niet midden in een boekjaar hoeven aan te passen. Daarnaast is het tot 1 januari 2031 toegestaan om voor 1 periode van maximaal 7 aaneengesloten dagen per jaar een fossiele auto tijdelijk in te zetten zonder heffing, een tegemoetkoming voor sectoren die moeite hebben huurvloten te elektrificeren. Rijscholen worden volledig vrijgesteld, omdat zij op grond van Europese rijbewijsregelgeving voorlopig verplicht zijn rijlessen in auto’s met een verbrandingsmotor aan te bieden voor rijbewijs B.

Praktijksituaties verduidelijkt
Eerenberg verduidelijkt in zijn Kamerbrief ook 3 concrete praktijksituaties. Als een werknemer werkzaam is in meerdere landen en een belastingverdrag het heffingsrecht deels aan een ander land toewijst, mag die verdeling ook worden gehanteerd voor de pseudo-eindheffing. Bij incidenteel gebruik van een taxi als passagier is de werkgever geen pseudo-eindheffing verschuldigd, omdat er dan geen sprake is van een auto die ter beschikking wordt gesteld. Als een werknemer door een fusie of overname van werkgever wisselt, kan het overgangsrecht van toepassing blijven bij de nieuwe werkgever. Bij een gewone werknemerswisseling vervalt het overgangsrecht voor de nieuwe werkgever echter, omdat de heffing gekoppeld is aan de werkgever en niet aan de auto of de werknemer. Stelt dezelfde werkgever de fossiele auto gedurende de overgangstermijn ter beschikking aan een andere werknemer, dan behoudt de auto het overgangsrecht. Tot slot start het kabinet een informatiecampagne om de bekendheid van de regeling onder werkgevers te vergroten.

Wegenbelasting onderzocht
Tot slot meldt Eerenberg dat hij de grondslag van de motorrijtuigenbelasting (mrb), de jaarlijkse wegenbelasting die automobilisten betalen, gaat onderzoeken. Het huidige systeem is gebaseerd op voertuiggewicht en dateert uit de Wegenbelastingwet van 1926. Dat pakt nadelig uit voor eigenaren van kleinere elektrische auto’s: de zware accu maakt bij compacte modellen een groter deel uit van het totaalgewicht, waardoor de kortingsregeling voor elektrisch rijden minder gunstig uitpakt. Bovendien vervalt die kortingsregeling in 2030, wat automobilisten onzekerheid geeft over het belastingregime daarna.

Het kabinet onderzoekt of de heffingsgrondslag kan worden vervangen door voertuigoppervlakte of omvang, of dat er een aparte tarieftabel voor elektrische auto’s moet komen. Revnext voert een impactanalyse uit naar de beleidseffecten, onder meer op verkeersveiligheid en ruimtegebruik. De Belastingdienst en de Rijksdienst voor het Wegverkeer (RDW) beoordelen de uitvoerbaarheid. Daarna bespreekt het kabinet met de provincies wat een grondslagwijziging betekent voor de provinciale opcenten, de toeslag die provincies heffen bovenop de rijksbelasting. De resultaten worden voor einde 2026 verwacht.

De aangekondigde beleidsaanpassingen worden uitgewerkt in het Belastingplan 2027, dat staatssecretaris Eerenberg op Prinsjesdag presenteert. Zowel de Tweede als de Eerste Kamer moeten daarna nog instemmen met de plannen.

Deel dit artikel:

Nieuwsbrief

Meld u aan voor de nieuwsbrief met het laatste nieuws!
Ja, ik wil de nieuwsbrief ontvangen en heb de privacy policy gelezen.

Laatste Nieuws

Bekijk al het nieuws

Meest gelezen

Producten