
TNO bestudeerde 8 projecten die groene waterstof maken via elektrolyse. Opdrachtgever van het onderzoek was de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). De onderzochte projecten variëren sterk van omvang: van kleine installaties van 400 kilowatt tot een groot project van 200 megawatt. TNO sprak met de initiatiefnemers over hun ervaringen in 3 fasen: voorbereiding en ontwerp, bouw en ingebruikname.
Technologie nog niet bewezen
Elektrolysetechnologie en de bijbehorende systemen zijn nog volop in ontwikkeling. Er zijn nauwelijks leveranciers die een gestandaardiseerd systeem kunnen leveren dat al meerdere keren in dezelfde vorm is uitgeleverd én waarvoor jarenlange praktijkervaring beschikbaar is. Dat maakt het lastig om een goed onderbouwde keuze te maken. Zo is de informatie bij een eerste oriëntatie bij leveranciers vaak beperkt tot mooie folders of presentaties met weinig technisch detail. Er zijn meerdere gesprekken nodig om helder te krijgen wat elektrolyse in de praktijk inhoudt op het gebied van installatie, bediening en onderhoud.
Een bijzonder risico schuilt volgens de onderzoekers in het snelle tempo van technologische doorontwikkeling. De kern van een elektrolysesysteem bestaat uit stacks, de componenten waar de daadwerkelijke splitsing van water plaatsvindt. Doordat fabrikanten snel doorontwikkelen, kan het voorkomen dat een leverancier na enige jaren geen vervangende stacks meer kan of wil leveren voor de geïnstalleerde versie. Goede contractuele afspraken vooraf kunnen voorkomen dat een projectontwikkelaar later zaken moet aanpassen. TNO adviseert om bij de leveranciersselectie altijd bedrijfsbezoeken te plannen en ter plekke de kennis en kunde in de werkplaats te beoordelen.
Tot 7 jaar doorlooptijd
Wie een waterstofinstallatie wil realiseren, moet rekening houden met een doorlooptijd van minimaal 4 tot 5 jaar. Van het eerste initiatief tot een definitief investeringsbesluit duurt het gemiddeld 3 tot 4 jaar. De levering van het elektrolysesysteem en de bouw van de installatie nemen daarna nog 1 tot 3 jaar in beslag. Voor definitieve oplevering op volledige capaciteit kan het nog langer duren.
Het ontwerpen en bouwen van een veilig en goed functionerend elektrolysesysteem vergt ook specialistische kennis van techniek, veiligheid en kwaliteitscontrole. Zelfs gerenommeerde partijen blijken volgens TNO niet altijd over alle benodigde competenties te beschikken. Tevens worden de complexiteit van systeemintegratie en de afstemming tussen elektrolyser, buffertanks, compressie en aflevering van waterstof structureel onderschat. Leveranciers zijn bovendien soms terughoudend om technische informatie te delen met een beroep op de bescherming van intellectueel eigendom. Het is zaak hierover in een vroeg stadium afspraken te maken.
Markt biedt geen zekerheid
De beschikbaarheid van het elektrolysesysteem is op dit moment de grootste zorg van exploitanten. Bij dynamisch bedrijf, met regelmatige starts en stops, treden storingen op die persoonlijk ingrijpen ter plekke vereisen. In theorie kunnen installaties 24 uur per dag en 7 dagen per week draaien, maar in de praktijk vraagt dit nog veel aandacht.
Tegelijkertijd zijn de marktomstandigheden voor groene waterstof onzeker. Projectontwikkelaars zijn veelal positief over de beschikbare subsidies voor elektrolysers, maar langlopende afnamecontracten met klanten blijken op dit moment vrijwel onmogelijk te sluiten. Dat zet de financierbaarheid van projecten voortdurend onder druk. Projectontwikkelaars wijzen daarvoor op het ontbreken van consistent langjarig overheidsbeleid. Vorig jaar trok toenmalig minister Hermans al eenzelfde conclusie en constateerde ze dat de waterstofmarkt trager op gang komt dan gehoopt. TNO beveelt beleidsmakers aan om de overheid een actievere rol te laten spelen bij het stimuleren van vraag naar groene producten, bijvoorbeeld door in aanbestedingen voor infrastructurele projecten en openbare diensten nul-emissieoplossingen beter te belonen.
Houd het simpel
TNO raadt projectontwikkelaars aan om zoveel mogelijk bij vergelijkbare projecten te rade te gaan, bij voorkeur inclusief een referentiebezoek aan een installatie die door de beoogde leverancier is gebouwd. Daarnaast is het advies om de projectorganisatie zo eenvoudig mogelijk te houden. Hoe meer aandeelhouders, stakeholders en technische deelstromen erbij komen, hoe groter de kans op vertraging en extra kosten. TNO wijst erop dat het leveren van aanvullende producten als warmte en zuurstof de complexiteit en het aantal betrokken partijen aanzienlijk vergroot.
Vroegtijdig contact zoeken met vergunningverleners, netbeheerders, waterleidingbedrijven, banken en RVO is eveneens essentieel. Zij kunnen informeren over vergunningprocedures, netaansluitingen, watercapaciteit, financieringsgaranties en beschikbare subsidieregelingen. Voor beleidsmakers beveelt TNO aan om kennisdeling structureler te organiseren, bijvoorbeeld via een gebruikersgroep of door transparantie-eisen als voorwaarde in subsidieprogramma’s op te nemen. Verder stelt TNO voor een checklist te ontwikkelen waarmee projectontwikkelaars elektrolysesystemen en leveranciers beter kunnen evalueren, en is nader onderzoek nodig naar terugkerende technische knelpunten.
De juni 2026-editie van Solar & Storage Magazine is uit. Dit nummer staat in het teken van de NEN1010:2020 die in de wet vastgelegd wordt, zonnepanelen op huurwoningen en de druk op het Vlaamse stroomnet.