logo
© Belusab | Dreamstime.com
© Belusab | Dreamstime.com
6 juni 2026

CPB: lagere inkomens profiteren nauwelijks van zonnepanelen

Waar zo’n 1 op de 3 Nederlandse huishoudens zonnepanelen heeft, is de verdeling echter sterk scheef: de rijkste 40 procent bezit ruim de helft van alle pv-installaties, zo blijkt uit nieuw onderzoek van het CPB.

De onderzoekers van het Centraal Planbureau (CPB) brachten in kaart hoe zonnepanelen zijn verdeeld over de ruim 8 miljoen Nederlandse huishoudens, met aandacht voor geografische spreiding, sociaal-economische kenmerken, woningtypen en de combinatie met andere duurzame technologieën.

Laagste inkomens
De groei van het aantal zonnepanelen is weliswaar fors geweest: tussen 2020 en 2024 steeg het aantal huishoudens met zonnepanelen van circa 1,5 miljoen naar ruim 3 miljoen. Maar die groei heeft de sociaal-economische kloof niet gedicht.

Ruim de helft van alle huishoudens met zonnepanelen, omgerekend ruim 1,5 miljoen huishoudens, behoort tot de 40 procent hoogste inkomens en vermogens. Ter vergelijking: slechts circa 20 procent van de zonnepanelenbezitters, ruim 0,5 miljoen huishoudens, valt in de 40 procent laagste inkomens en vermogens. Die verhouding is bovendien nagenoeg stabiel gebleven tussen 2019 en 2024. Van een inhaalslag door lagere inkomensgroepen is geen sprake, al loopt de achterstand ook niet verder op. Gemeten naar vermogen in plaats van inkomen is het beeld vergelijkbaar: de 40 procent huishoudens met het grootste vermogen bezit circa de helft van alle zonnepanelen.

Stad versus platteland
Ook geografisch zijn er duidelijke verschillen. Buiten de steden ligt zowel het aandeel als de groei van zonnepanelen hoger dan in stedelijke gebieden. Steden als Amsterdam, Rotterdam, Eindhoven, Maastricht en Leeuwarden blijven achter bij omliggende gemeenten. Het CPB keek voor de geografische vergelijking uitsluitend naar eengezinswoningen, om het vertekende effect van appartementen zonder eigen dak buiten beschouwing te laten.

Vrijstaande woningen hebben naar verhouding het vaakst zonnepanelen, maar in absolute aantallen scoren tussenwoningen het hoogst. Bij woningen met een WOZ-waarde tussen 600.000 en 1 miljoen euro is de adoptiegraad van zonnepanelen het hoogst. Opvallend genoeg geldt dat niet voor de allerduurste woningen: bij woningen boven 1,2 miljoen euro WOZ-waarde is de adoptiegraad lager. Nieuwere woningen zijn het vaakst uitgerust met zonnepanelen.

Woningcorporaties als sleutel
De rol van woningcorporaties springt in het oog als het gaat om toegang tot zonne-energie voor lagere inkomensgroepen. Eigenaar-bewoners lopen voorop met een adoptiegraad van circa 48 procent in 2024: bijna de helft van alle koopwoningen had zonnepanelen. Bij woningcorporaties lag de adoptiegraad op circa 24 procent. Dat klinkt bescheiden, maar heeft grote gevolgen voor de verdeling: dankzij woningcorporaties beschikken ook huishoudens met lagere inkomens over zonnestroom en daarmee over een lagere energierekening. Wanneer corporaties buiten beschouwing worden gelaten, daalt het aandeel zonnepanelenbezitters in de 2 laagste inkomenskwintielen (red. groepen van elk 20 procent van alle huishoudens) het sterkst.

Private huurders vormen de hekkensluiter met een adoptiegraad van slechts circa 12 procent, ook na correctie voor het hoge aandeel appartementen in de private huursector. Bewoners van huurwoningen kunnen immers niet zelf zonnepanelen installeren: het is aan de verhuurder om te investeren. Het CPB wijst erop dat de prestatieafspraken waarmee corporaties worden aangespoord tot verduurzaming, een blauwdruk kunnen bieden voor beleid gericht op de private huurmarkt.

Combinatie bij rijken
Huishoudens met zonnepanelen verbruiken gemiddeld meer elektriciteit dan huishoudens zonder. Dat hogere verbruik komt voor een belangrijk deel doordat zonnepaneelbezitters vaker een warmtepomp of elektrische auto hebben, en in mindere mate door overig verbruik. In 2024 hadden circa 700.000 huishoudens een warmtepomp, ook hier sterk geconcentreerd bij hogere inkomens: de rijkste 40 procent bezit ruim de helft van alle warmtepompen. De groei van warmtepompen gaat het hardst bij hogere inkomensgroepen, waardoor het aandeel lagere inkomens met een warmtepomp zelfs licht afneemt.

Slechts een beperkt deel van de huishoudens combineert meerdere duurzame technologieën. Circa 7 procent van alle huishoudens, goed voor ongeveer 19 procent van de zonnepanelenbezitters, had naast zonnepanelen ook een warmtepomp en/of een elektrische auto. Concreet gaat het om 465.000 huishoudens met zowel zonnepanelen als een warmtepomp, 82.000 huishoudens met zonnepanelen én een elektrische auto, en 38.000 huishoudens met alle 3 de technologieën tegelijk. Ter vergelijking: 2,4 miljoen huishoudens had uitsluitend zonnepanelen, zonder warmtepomp of elektrische auto.

Bij de combinatie van zonnepanelen en een warmtepomp bezit de rijkste 40 procent twee derde van alle installaties, tegenover de helft bij zonnepanelen alleen. Bij huishoudens met alle 3 de technologieën komen de laagste 2 inkomenskwintielen vrijwel niet meer voor. Elektrische auto's zijn daarin de cruciale factor: anders dan bij zonnepanelen en warmtepompen zijn er geen organisaties zoals woningcorporaties die deze investering voor lagere inkomens kunnen doen. Elektrische auto's zijn zelfs nog sterker geconcentreerd bij hogere inkomens dan zonnepanelen en warmtepompen.

Effect salderingsregeling onduidelijk
De CPB-onderzoekers benadrukken dat hun studie gegevens bevat tot en met eind 2024. Het effect van de aankondiging in december 2024 dat de salderingsregeling per 1 januari 2027 wordt afgeschaft, is daardoor nog niet zichtbaar in de cijfers. De afschaffing ervan heeft de afgelopen jaren tot veel politieke en maatschappelijke discussie geleid, met name over de gevolgen voor huishoudens met lagere inkomens en voor woningcorporaties die namens hun huurders investeerden.

De bevindingen van het CPB schetsen een dilemma voor beleidsmakers. Stimuleringsbeleid zoals de salderingsregeling en de Investeringssubsidie Duurzame Energie en Energiebesparing (ISDE) voor warmtepompen heeft de energietransitie in beweging gezet, maar de vruchten zijn ongelijk verdeeld. In 2024 had 61,5 procent van alle huishoudens, ruim 5,1 miljoen gezinnen, nog helemaal geen zonnepanelen, warmtepomp of elektrische auto. De overgang naar een breed duurzaam en geëlektrificeerd huishouden blijft vooralsnog grotendeels voorbehouden aan de meest welvarende groepen.

Deel dit artikel:

Nieuwsbrief

Meld u aan voor de nieuwsbrief met het laatste nieuws!
Ja, ik wil de nieuwsbrief ontvangen en heb de privacy policy gelezen.

Laatste Nieuws

Bekijk al het nieuws

Meest gelezen

Producten