
Een doorsnee Vlaams gezin betaalde in 2025 gemiddeld 1.298 euro voor elektriciteit en 1.476 euro voor gas. Dat is een stijging van 13,5 procent voor elektriciteit en 2,6 procent voor gas ten opzichte van 2024. Dat alles blijkt uit het prijzenrapport van de Vlaamse Nutsregulator (VNR). Het rapport geeft een gedetailleerd overzicht van wat de Vlaming in 2025 effectief betaalde voor elektriciteit en gas en analyseert de prijzen van het contractaanbod.
Kleinere prijsverschillen
Ongeveer 1 op de 4 gezinnen had een vast contract in 2025. Zij betaalden gemiddeld 131 euro meer voor elektriciteit en 179 euro meer voor gas dan gezinnen met een variabel contract. De prijsverschillen tussen de verschillende contracttypes zijn kleiner dan in 2024. Dat komt vooral doordat steeds minder gezinnen een duur vast contract uit de energiecrisis van 2022 hadden.
Een dynamisch contract was in 2025 nog altijd het goedkoopst, hoewel het verschil ten opzichte van vaste en variabele contracten afnam. Een gezin met een dynamisch contract betaalde gemiddeld 1.203 euro voor elektriciteit. Dat is 62 euro minder dan met een variabel contract en 193 euro minder dan met een vast contract.
520 uren
Door het verbruik af te stemmen op de uurprijzen van zo’n contract kunnen gezinnen meer besparen. Die besparingsmogelijkheden namen in 2025 toe. Het aantal uren met negatieve prijzen steeg in 2025 verder tot 520, ofwel 6 procent van alle uren. Het gemiddeld verschil tussen de hoogste en laagste uurprijs per dag was 110 euro, 18 procent meer dan in 2024.
Voor consumenten die hun verbruik actief opvolgen of openstaan voor slimme aansturing met een energiemanagementsysteem loont het zeker de moeite om ook het dynamisch contractaanbod te bekijken, zo stelt de Vlaamse Nutsregulator. Het aantal dynamische contracten op de markt nam in 2025 sterk toe. De prijsverschillen tussen dynamische contracten werden onderling groter.
2.000 verschillende contracten
Eind 2025 hadden Vlaamse gezinnen samen 2.000 verschillende contracten voor elektriciteit en 1.421 voor gas. Sommige van die contracten hebben dezelfde naam, maar hebben een andere prijs of prijsformule. Leveranciers passen hun aanbod maandelijks aan. Daardoor kunnen de prijzen of prijsformules in het contractaanbod elke maand veranderen. Elk contract heeft een eigen tariefkaart, waarin staat hoe de prijs in het contract berekend wordt.
De Vlaamse Nutsregulator berekende de gemiddelde prijs per leverancier. Dat deed de organisatie door de prijs van elk contract te vermenigvuldigen met het percentage klanten dat dat contract heeft bij die leverancier. Zo wordt rekening gehouden met de grootte van de groep klanten per contract.
|
Marktprijs zonne-energie stijgt, maar solar capture rate daalt Door de gestegen gemiddelde day ahead-prijs bedroeg de marktprijs van zonne-energie afgelopen kalenderjaar 4,49 eurocent per kilowattuur, wat iets meer is dan de 4,22 eurocent per kilowattuur in 2024. De solar capture rate daalde echter van 60 procent in 2024 naar 54 procent in 2025. De waarde van op het stroomnet geïnjecteerde zonne-energie daalt wel, maar eigen verbruikte zonnestroom behoudt zijn waarde volledig. Een prosument (red. een consument met zonnepanelen) bespaarde volgens de VNR in 2025 gemiddeld 468,69 euro door gebruik van eigen zonnestroom. |
Duurste versus goedkoopste
Over het algemeen zijn de prijsverschillen tussen contracten kleiner dan in 2024. Het aantal afnemers met een energiecontract uit het duurdere marktsegment nam toe, terwijl het aantal afnemers met een contract uit het goedkoopste marktsegment daalde.
1 op de 15 gezinnen had eind 2025 volgens de regulator een van de 10 procent duurste elektriciteitscontracten. Zij betaalden gemiddeld 353 euro meer dan gezinnen met de 10 procent goedkoopste contracten. 1 op de 13 gezinnen had eind 2025 één van de 10 procent duurste gascontracten. Zij betaalden gemiddeld 731 euro meer dan gezinnen met de 10 procent goedkoopste contracten. Het valt op dat kleinere leveranciers vaak de goedkopere contracten aanbieden. Prijsverschillen kunnen volgens de VNR te maken hebben met een andere dienstverlening of bepaalde contractvoorwaarden.
Zelfverbruik loont
Een doorsnee Vlaams gezin met zonnepanelen bespaarde in 2025 gemiddeld 469 euro door gebruik van eigen zonnestroom en ontving gemiddeld over vaste en variabele contracten heen 107 euro voor zijn geïnjecteerde stroom op het net. Wie actief inzet op zelfverbruik, heeft daardoor een groter voordeel.
Eind 2025 hadden zonnepaneeleigenaren samen 1.357 verschillende terugleveringscontracten afgesloten. 9 op de 10 prosumenten had daarbij een variabel terugleveringscontract en kreeg dus een variabele terugleververgoeding.
Negatieve terugleververgoedingen
Negatieve terugleververgoedingen kwamen in 2025 vaker voor dan in 2024. Bij negatieve terugleververgoedingen betalen zonnepaneeleigenaren voor de stroom die ze op het stroomnet injecteren. De gemiddelde terugleververgoedingen in het contractaanbod voor consumenten daalde van 6 eurocent per kilowattuur in december 2023, naar 4 eurocent een jaar later en 3 eurocent afgelopen december.
Bij 84 variabele contracten moest gezinnen voor de teruglevering van zonnestroom in minimaal 1 maand bijbetalen. Het aantal klanten dat hiermee te maken krijgen is significant gestegen ten opzichte van 2024.
29.000 prosumenten
Net zoals vorig jaar hadden sommige contracten in 2025 over het hele jaar een negatieve terugleververgoeding. Dit ondanks dat de vergoeding in enkele maanden positief was. Omdat de positieve vergoedingen vooral in de wintermaanden vielen en de zonne-energieproductie dan laag is, compenseerden deze niet de negatieve vergoedingen in de lente- en zomermaanden wanneer de productie juist veel groter is. Bij 15 van die contractversies – verdeeld over 8 contracten – was de prijsformule zo nadelig dat een doorsnee gezin met zonnepanelen over heel 2025 moest betalen voor zijn geïnjecteerde stroom.
In 2025 betaalden naar schatting bijna 29.000 prosumenten minstens één maand voor hun teruglevering. Dat is meer dan in 2024, maar zo benadrukt de nutsregulator, het gaat nog altijd om een klein deel (red. zo’n 0,3 procent) van de bijna 1 miljoen prosumenten met een digitale meter.
Dynamische terugleveringscontracten
Al met al blijken dynamische terugleveringscontracten voor zonnepaneeleigenaren minder voordelig. De gewogen gemiddelde dynamische terugleververgoeding bedroeg in 2025 slechts 65,10 euro, oftewel 1,92 eurocent per kilowattuur, wat flink lager is dan bij vaste en variabele contracten.
Dit komt doordat zonnepaneelbezitters met dynamische contracten direct geconfronteerd worden met negatieve day ahead-prijzen. Consumenten met een pv-installatie moeten dan betalen voor de stroom die zij op het net injecteren. Omdat uren met hoge zonne-energieproductie vaak samenvallen met lage of negatieve prijzen, is de impact groot. Wel kunnen consumenten met een dynamisch contract en een thuisbatterij op dagen dat de zon weinig schijnt maar het bijvoorbeeld wel waait, profiteren van lage stroomprijzen door de batterij op te laden tijdens goedkope uren en deze stroom later te verbruiken.
De mei 2026-editie van Solar & Storage Magazine is uit. Het tijdschrift kent artikelen over Intersolar Europe, dubbele energiebelasting bij thuisbatterijen, recycling van batterijen en het Nationaal EMS Programma.