
Het beleid maakt onderscheid tussen 4 typen batterijen: batterijen bij hoogspanningsstations, batterijen bij opweklocaties zoals wind- en zonneparken, batterijen bij energiehubs en buurtbatterijen, en stand-alone batterijen.
27 zienswijzen
Het beleid is de opvolger van het experimenteerkader voor grootschalige energieopslag dat Gedeputeerde Staten in juli 2023 vaststelden. Hiermee werd het mogelijk gemaakt om voor 3 initiatieven een bestemmingsplanwijziging of afwijkvergunning te realiseren. Na evaluatie van dat experimenteerkader is gewerkt aan het definitieve beleid voor grootschalige energieopslag in batterijen.
De provincie ontving 27 zienswijzen op het ontwerpbeleid dat afgelopen december en januari ter inzage lag. Naar aanleiding van deze zienswijzen zijn gesprekken gevoerd met indieners, zoals gemeenten, netbeheerders en initiatiefnemers. Daarbij is volgens de provincie een zorgvuldige afweging gemaakt tussen het energetisch belang om met de inzet van batterijen de pieken van netcongestie te verzachten en het landschappelijk belang om solitaire clusters in het landschap te voorkomen.
Meer locaties toegestaan
Op basis van de inspraakreacties is het beleid op een aantal punten verduidelijkt en verbeterd. In totaal heeft meer dan de helft van de genoemde punten uit de inspraakreacties geleid tot een verduidelijking of aanpassing van het beleid.
Batterijen bij hoogspanningsstations mogen worden ontwikkeld bij de 380 kilovolt-stations Lelystad en Ens. Gelet op de zienswijzen van onder meer Liander en TenneT worden dit soort batterijen ook toegestaan bij de 150/110-kilovolt-stations Zeewolde, Dronten en Lelystad Natuurpark. Deze batterijen dragen namelijk bij aan de balancering van het energiesysteem en het verlichten van netcongestie. Bij de 380 kilovolt-stations geldt een maximaal ruimtebeslag van 5 hectare exclusief landschappelijke inpassing, bij de 150 / 110 kilovolt-stations 2,5 hectare.
Batterijen bij windparken
Naar aanleiding van de zienswijzen van gemeenten, het regioteam energietransitie en windparken worden batterijen ook bij windparken in passende mate toegestaan. Bij windparken mogen batterijen worden ontwikkeld bij het aansluitpunt van het windpark op het hoogspanningsnet. Hier is al een onderstation aanwezig waar de batterij kan worden aangesloten.
Hierdoor kunnen batterijen bij windlocaties makkelijker worden ontwikkeld, terwijl wordt voorkomen dat er bij elke windlijn een batterij in het landschap wordt geplaatst. Bij zonneparken moet de batterij ruimtelijk onderdeel zijn van het zonnepark en qua beleving hieraan ondergeschikt zijn. De landschappelijke inpassing is hier maatwerk.
Vergunningsduur verlengd
De inpassing van batterijen bij energiehubs en buurtbatterijen is vrijwel altijd aan de gemeenten, omdat deze batterijen nagenoeg alleen aansluiten op energiesystemen die binnen stedelijk gebied bestaan. Naar aanleiding van de zienswijzen wordt de landschappelijke inpassing van batterijen binnen het stedelijk gebied aan de gemeenten gelaten.
Stand-alone batterijen, die ook congestieverzachtend zijn, mogen alleen daar geplaatst worden waar ze ingepast kunnen worden in bestaande structuren zoals bedrijventerreinen of erven. Dit om het ontstaan van solitaire clusters in het landschap te voorkomen. Naar aanleiding van de zienswijzen van gemeenten en initiatiefnemers is de maximale vergunningsduur voor deze batterijen verlengd van 15 naar 20 jaar.
De verwachting is namelijk dat ook na 15 jaar elektriciteit schaars zal blijven en deze batterijen daardoor een belangrijk onderdeel van het energiesysteem zullen blijven. Voor batterijen bij hoogspanningsstations geldt een maximale vergunningsduur van 25 jaar.
Capaciteitsratio aangepast
Om te borgen dat een batterij ‘een doelmatige omvang’ heeft in relatie tot de opwekinstallatie waarop deze is aangesloten, stelde de provincie oorspronkelijk voor dat de opslagcapaciteit niet groter mag zijn dan 4 keer het opgesteld vermogen. Naar aanleiding van zienswijzen is dit aangepast. De provincie neemt nu als uitgangspunt dat het ruimtebeslag van de batterij-inrichting niet groter mag zijn dan 220 vierkante meter per megawatt van de opwekinstallatie.
In lijn met het uitgangspunt dat een batterij momenteel gemiddeld 4 uur moet laden of ontladen, en dat de energiedichtheid van een batterij bij een opweklocatie ongeveer 55 vierkante meter per megawattuur bedraagt, stimuleert dit innovatieve en betere batterijen op dezelfde oppervlakte. Ook is de omvang van de groene kraag schaalbaar gemaakt naar de grootte van de batterijen, zodat voor kleine batterijen geen buitenproportionele groene kraag hoeft te worden gerealiseerd.
Congestieneutraal of -verzachtend
Het provinciale beleid schrijft voor dat energieopslag in batterijen niet mag leiden tot toename van netcongestie. Om het energiebelang mee te kunnen wegen in het kader van het gemeentelijk omgevingsplan en bij de beoordeling van een omgevingsvergunning is het daarom noodzakelijk dat door de netbeheerder een energietoets wordt uitgevoerd. Deze toets moet vaststellen of de batterij ten minste congestieverzachtend of neutraal is.
Hiervoor wordt een instructieregel opgenomen in de Omgevingsverordening. De provincie anticipeert hiermee op de bij het Rijk in voorbereiding zijnde wijziging van het Energiebesluit op grond van artikel 6.12 tweede lid Energiewet. Zo nodig kan de instructieregel later worden aangepast aan de mogelijkheden van het dan geldende Energiebesluit.
Landschappelijke inpassing
Om verrommeling van het landschap te voorkomen moeten toekomstige batterijen in het buitengebied integraal onderdeel worden van structuren die onderdeel zijn van de landschappelijke kernkwaliteiten van het gebied zoals bedoeld in het Programma Landschap van de Toekomst. Denk hierbij onder andere aan erfsingels, beplanting langs vaarten, lanen, singels en boscomplexen.
De provincie hanteert 3 criteria die zijn gebaseerd op de huidige landschappelijke maat van het landschap en de ervaring met het experimenteerkader voor batterijen. Minimaal 30 procent van het oppervlak dat nodig is voor het plaatsen van de batterij moet worden gebruikt voor landschappelijke inpassing. Deze ruimte wordt gebruikt om de groene beplantingskraag rondom de batterij te maken en bij te dragen aan doorlopende bestaande landschappelijke structuren.
De gesloten groene kraag moet bestaan uit inheemse bomen en onderbeplanting en heeft een minimale breedte van 3 tot 7 meter. De landschappelijke inpassing wordt aangeplant binnen 1 jaar na de start van de bouw en bevat een onderhoudsplan ter waarborging van de ruimtelijke kwaliteit. Deze eisen gelden voor batterijen groter dan 1 megawatt, met uitzondering van batterijen die binnen de landschappelijke inpassing van zonneparken worden gerealiseerd en voor batterijen die geheel binnen stedelijk gebied liggen.
Financiële participatie
De provincie vereist verder dat initiatiefnemers mogelijkheden voor participatie verkennen en hierop ingaan in hun plannen. Financiële participatie kan bijdragen aan draagvlak in de omgeving en zorgt ervoor dat de omgeving kan meeprofiteren aan een initiatief. Zo kan een bijdrage aan een lokaal gebiedsfonds bijvoorbeeld projecten of ontwikkelingen financieel mogelijk maken die van maatschappelijke meerwaarde zijn.
Omdat de energiewereld onder invloed van netcongestie en de energietransitie in een snel tempo, zal volgend jaar gestart worden met de evaluatie van het batterijkader. Daarnaast zijn Gedeputeerde Staten voornemens na de zomer een bijeenkomst voor Provinciale Staten te organiseren waarin de eerste ervaringen van de vergunningaanvragen binnen dit batterijbeleid worden gedeeld.
De maart 2026-editie van Solar & Storage Magazine is verschenen. Het tijdschrift bevat artikelen over de vakbeurs Solar Solutions Amsterdam, stekkerbatterijen, zonnepaneelbeleid bij woningcorporaties en onderhoud van zonnepanelen.