logo
© Enexis
© Enexis
15 april 2026

Decentrale interventies kunnen tot 24,5 miljard euro besparen op verzwaring stroomnet

Decentrale interventies kunnen 4,5 tot 24,5 miljard euro besparen op verzwaring van het elektriciteitsnet tot 2040. Netbewuste aansturing van thuisbatterijen, warmtepompen en laadpalen is daarbij cruciaal.

Dat blijkt uit een nieuw rapport van TNO dat in opdracht van het ministerie van Klimaat en Groene Groei onderzoek heeft gedaan naar decentrale interventies in het energiesysteem.

Bij elkaar brengen
Decentrale interventies in het energiesysteem zijn ingrepen waarmee regionale en lokale productie van energie en de veranderende vraag naar energie zo veel mogelijk bij elkaar worden gebracht, in tijd en ruimte, zodat er minder energie getransporteerd hoeft te worden op momenten van piekbelasting, en er bespaard kan worden op de verzwaring van het elektriciteitsnet.

Het besparingspotentieel van decentrale interventies varieert volgens TNO van 4,5 tot 24,5 miljard euro op de investeringen in het elektriciteitsnet tot 2040. Dat is aanzienlijk ten opzichte van de totale benodigde investeringen van 107 miljard euro in de landelijke infrastructuur.

Rol batterijen
In het onderzoeksrapport refereert TNO aan een eerdere studie van CE Delft waaruit enkele jaren geleden bleek dat thuisbatterijen kunnen in de afname van elektriciteit met 5 tot 15 procent kunnen terugbrengen en pieken in opwek zelfs met 5 tot 25 procent kunnen verlagen.

TNO verwacht dat het aantal thuisbatterijen groeit naar 400.000 tot 1,8 miljoen systemen in 2040, met een totale opslagcapaciteit van 4 tot 18 gigawattuur. De onderzoekers benadrukken dat de energieopslagsystemen congestie kunnen reduceren, mits ze netbewust worden aangestuurd. Bij marktgestuurde inzet zonder goede prijs- of capaciteitsprikkels kan de congestie juist toenemen. Goed ontworpen nettarieven kunnen bijdragen aan het verminderen van de piekbelasting. Het piekreducerende effect neemt toe wanneer batterijen gecoördineerd worden aangestuurd via een energiemanagementsysteem of op wijkniveau via een aggregator. Dynamische tarieven die sturen op lokale netwaarden versterken dit effect.

Bereid tot flexibiliteit
TNO stelt verder toont dat 80 tot 92 procent van de huishoudens bereid is om flexibiliteit te leveren. Consumenten zijn bereid tot verplaatsen of uitstellen van de energievraag onder randvoorwaarden: behoud van comfort, transparantie over energiekosten en besparing en eenvoudige bediening. De bereidheid hangt samen met beloning. Een financiële beloning is de meest gekozen reden om flexibiliteit te leveren.

Een groter bewustzijn onder consumenten van het congestievraagstuk kan volgens de onderzoekers bijdragen aan de bereidheid van consumenten om flexibiliteit te delen. Ook blijken mensen meer bereid om flexibiliteit te leveren vanuit het laden van een auto, naarmate men meer ervaring heeft met een elektrische auto.

Randvoorwaarden nodig
Beëindigen van de salderingsregeling voor zonnepanelen en het oplossen van dubbele energiebelasting op energieopslag zijn daarbij volgens TNO randvoorwaardelijk voor de grootschalige inzet van thuisbatterijen als flexibel vermogen. Verder zijn de type nettarieven of contracten die sturen op piekvermogen bepalend voor de mate van piekreductie of zelfs piekverhoging.

Auto’s en warmtepompen
De potentie van flexibiliteit bij kleinverbruikers wordt door TNO niet alleen gezien bij thuisbatterijen, maar ook bij laadpalen voor elektrische voertuigen en warmtepompen. De elektriciteitsvraag van warmtepompen en laadpalen worden als een van de grotere problemen gezien voor netbelasting, omdat ze relatief veel vermogen vragen en een grote mate van gelijktijdigheid kennen. Dat wil zeggen dat de vermogensvraag van de apparaten veelal op hetzelfde moment is. Ook valt de vraag vaak binnen de avondpiek, grofweg tussen 4 en 9 uur ‘s's avonds. Dat is momenteel het moment op de dag dat er de meeste vraag naar stroom is.

Actieve aansturing van laadpalen en warmtepompen kan zorgen voor een verlaging van de piek, zowel door elektrische vraag in piekuren te reduceren of tijdelijk uit lokale opslag te leveren, als door vraag en teruglevering beter te spreiden zodat de gelijktijdigheid afneemt.

Bredere interventies nodig
De decentrale interventies die TNO heeft geïdentificeerd richten zich niet alleen op kleinverbruikers, maar ook op grootverbruikers. Op bedrijventerreinen gaat het bijvoorbeeld om industriële vraagrespons, power-to-heat en opslag. Ook warmtenetten en energiehubs dragen bij aan het besparingspotentieel.

Voor het benutten van het potentieel zijn aanvullende beleidsmaatregelen nodig: bewustwording, normering, tijd- en locatieafhankelijke nettarieven, dynamische energietarieven of directe sturing.

Aanbevelingen voor beleidsmakers
TNO doet in het rapport tot slot een reeks aanbevelingen aan beleidsmakers en netbeheerders. De potentiële besparing is – zo benadrukken de onderzoekers – dermate groot dat het nut heeft beleidsmaatregelen voor flexibiliteit, energiebesparing en locatiekeuzes maximaal in te zetten. Dit realiseert voordelen zoals het beperken van economische schade door wachtrijen voor netaansluiting.

TNO raadt aan om de interventies te richten op het beheersbaar en voorspelbaar maken van de piekvraag. Het is aan de markt met ondersteuning van netbeheerders om pieken beheersbaar en voorspelbaar te houden, zodat netbeheerders hun investeringsplannen kunnen aanpassen. Ook moeten maatschappelijke kosten en baten inzichtelijk worden.

Deel dit artikel:

Nieuwsbrief

Meld u aan voor de nieuwsbrief met het laatste nieuws!
Ja, ik wil de nieuwsbrief ontvangen en heb de privacy policy gelezen.

Laatste Nieuws

Bekijk al het nieuws

Meest gelezen

Producten