logo
© Solarwatt
© Solarwatt
6 maart 2026

Nieuwe EU-wet voert eisen voor Europese productie batterijen en zonnepanelen in

De Europese Commissie heeft de Industrial Accelerator Act gepubliceerd. De wet moet de Europese maakindustrie versterken via Made in EU-eisen, vereenvoudigde vergunningverlening en tot 150.000 nieuwe banen creëren.

De Industrial Accelerator Act (IAA) – een nieuwe Europese verordening die bepaalt welke producten bij overheidsopdrachten en veilingen als ‘Europees gemaakt’ mogen worden aangemerkt –bouwt voort op de Net-Zero Industry Act.

Schone energie
De IAA is mede gebaseerd op de aanbevelingen van het Draghi-rapport over het concurrentievermogen van de Europese Unie (EU). De IAA werd eerder aangekondigd in de Clean Industrial Deal. De wet verplicht overheden om bij hun inkoop en bij veilingen voor hernieuwbare energie de voorkeur te geven aan producten die in Europa zijn gemaakt of een lage CO2-uitstoot hebben.

Dit geldt voor staal, cement, aluminium, auto-onderdelen en zogeheten netto-nultechnologieën; schone energietechnologieën die de CO2-uitstoot terugdringen – zoals zonnepanelen, batterijen, windturbines, warmtepompen, elektrolysers en kernenergie. De wet legt ook een raamwerk vast voor een latere uitbreiding naar de chemische industrie.

Naar 20 procent
Het aandeel van de maakindustrie in het bruto binnenlands product (bbp) van de EU bedroeg in 2024 14,3 procent; de IAA stelt als doel dit te verhogen naar 20 procent in 2035.

De wet vult het Automotive Package aan dat half december werd aangenomen. Dat pakket bevat flexibiliteitsbepalingen in CO2-normen voor auto’s en subsidies voor het verduurzamen van wagenparken; de IAA definieert de ‘Made in EU’-voorwaarden waaraan bedrijven moeten voldoen om daarvoor in aanmerking te komen.

Batterijen en zonnepanelen
Voor zonnepanelen gaat de ‘Made in EU’-verplichting 3 jaar na inwerkingtreding in. Vanaf dat moment moeten zowel omvormers als zonnecellen en andere componenten uit Europa afkomstig zijn – een ingrijpende eis, want China heeft meer dan 90 procent van de mondiale waardeketen voor zonne-energie in handen.

Voor batterij-energieopslagsystemen (bess) geldt een gefaseerde aanpak voor ‘Made in Europese’- vereisten. Vanaf 1 jaar na de inwerkingtreding moeten batterijen afkomstig zijn uit de EU en moeten de energieopslagsystemen groter dan 1 megawattuur een in de EU vervaardigd batterijbeheersysteem bevatten, dat lading en ontlading van de batterij aanstuurt. Vanaf 3 jaar na de inwerkingtreding worden de eisen aangescherpt: dan moeten ook de batterijcellen en ten minste één andere hoofdcomponent uit Europa komen. Waar de branche de zonne-energievereisten als haalbaar beschouwt, worden de batterij-eisen als te streng en te vroeg ingaand beoordeeld (red. zie kader). Batterijopslag wordt gezien als de meest directe weg naar maximaal gebruik van in Europa opgewekte hernieuwbare elektriciteit en naar minder afhankelijkheid van dure importprijzen voor fossiel gas. Te vergaande eisen in een vroeg stadium kunnen de broodnodige opschaling van de uitrol van batterijen volgens brancheorganisaties juist afremmen of duurder maken.

Vergunningen vereenvoudigd
Bij publieke aanbestedingen worden de toegestane meerkosten voor Europese producten verhoogd van 15 procent naar 25 procent, om de doorgaans hogere prijs van Europese producten ten opzichte van niet-Europese concurrenten te compenseren. Bij veilingen voor hernieuwbare energie worden de drempels voor niet-prijscriteria – normen op het gebied van herkomst of duurzaamheid, naast prijs – verhoogd van 30 procent of 6 gigawatt van de jaarlijkse veilingvolumes per lidstaat naar 40 procent of 8 gigawatt.

Buitenlandse investeringen
De EU blijft open voor buitenlandse directe investeringen , maar stelt voorwaarden aan grote investeringen van meer dan 100 miljoen euro in strategische sectoren – zoals elektrische voertuigen (ev’s), batterijen, zonnepanelen en kritieke grondstoffen – wanneer een enkel land buiten de EU meer dan 40 procent van de mondiale productiecapaciteit controleert. Zulke investeringen moeten ten minste 50 procent van de werkgelegenheid invullen met Europese medewerkers, en moeten bijdragen aan technologieoverdracht, onderzoek en ontwikkeling, en lokale inbedding in de Europese economie.

Vervolg
De IAA is nog een wetgevingsvoorstel dat al meerdere keren vertraagd is. Voordat de wet in werking kan treden, moeten het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie er nog over onderhandelen en formeel mee instemmen.

Als de IAA eenmaal wordt aangenomen, geldt voor de meeste maatregelen een implementatietermijn van 1 jaar waarbinnen alle lidstaten de wet moeten omzetten in nationale wetgeving.

Kritiek en lof van brancheverenigingen

De Europese koepelorganisatie voor zonne-energie SolarPower Europe meldt in een eerste reactie de Europese Commissie een evenwicht heeft gevonden tussen het terughalen van strategische productie naar Europa en het vermijden van te vergaande eisen in een vroeg stadium.

Vereenvoudigen
Adjunct-chief executive officer Dries Acke van de Europese koepelorganisatie SolarPower Europe spreekt van een keerpunt met de komst van de IAA: ‘Dit voorstel geeft EU-landen voor het eerst de mogelijkheid om in een deel van hun publieke veilingen, aanbestedingen en steunregelingen de voorkeur te geven aan in de EU vervaardigde zonne- en batterijopslagsystemen.’

Over de uitvoerbaarheid is hij kritisch: ‘Het is nu essentieel dat de wetgevers de wetgeving vereenvoudigen zodat die effectief en geharmoniseerd in heel Europa kan worden uitgevoerd, met een beperkte administratieve last. Alles wat daartegen ingaat, is rechtstreeks in tegenspraak met de oproep van de EU-leiders om de Interne Markt te versterken en de administratieve lasten te verlagen.’

SolarPower Europe plaatst tot slot een belangrijke kanttekening: ‘Made in EU’ moet daadwerkelijk betekenen dat producten in de EU én de Europese Economische Ruimte (EER) zijn vervaardigd, en niet enkel op papier.

Holland Solar
Brancheorganisatie Holland Solar beschouwt de IAA als een belangrijke stap richting een sterkere en meer onafhankelijke Europese maakindustrie voor zonne-energie en batterijopslag, en een middel om een deel van de waardeketen terug naar Europa te halen. Met name de verplichting om zonnecellen uit Europa te betrekken wordt positief ontvangen.

Holland Solar pleit al langer voor het toepassen van niet-prijscriteria – normen op het gebied van circulariteit en internationaal maatschappelijk verantwoord ondernemen (IMVO) – in tenders, veilingen en subsidies, waaronder de Stimulering Duurzame Energieproductie en Klimaattransitie (SDE++) en in de toekomst de zogenoemde Contract for Difference (CfD), een instrument waarbij de overheid een vaste vergoeding per kilowattuur garandeert aan energieproducenten. De organisatie benadrukt daarbij dat die criteria betaalbaar en uitvoerbaar moeten zijn voor zowel grote als kleine partijen.

Energy Storage Europe
Senior beleidsmedewerker Aurélien Ballagny van Energy Storage Europe reageert genuanceerd op de herkomstnormen voor batterijen: ‘Energy Storage Europe erkent de ambitie om de Europese industriële mogelijkheden in de productie van energieopslagtechnologieën te versterken. De invoering van eisen voor Europese herkomst in de batterij-toeleveringsketen moet echter geleidelijk zijn, om duidelijke signalen aan investeerders te geven en voldoende tijd te bieden om de benodigde industriële capaciteit op te bouwen.’

Hij waarschuwt ook voor negatieve effecten op de energietransitie: ‘Geïdentificeerde afhankelijkheden moeten worden aangepakt via een realistisch diversificatiepad, zodat de inzet van energieopslag – en daarmee hernieuwbare energie – niet wordt vertraagd of kostbaarder wordt gemaakt.’

NVDE: IAA mag ambitieuzer
De Nederlandse Vereniging Duurzame Energie (NVDE) ziet in de Industrial Accelerator Act (IAA) voorzichtige aanzetten naar vraagcreatie — het actief stimuleren van een markt voor duurzaam geproduceerde producten. ‘Als we bedrijven meer zekerheid geven dat hun duurzaam gemaakte spullen verkocht worden, dan zullen ze graag investeren in schone fabrieken en groene energie van eigen bodem’, stelt voorzitter Olof van der Gaag. De NVDE vindt dat private inkoop een prominentere rol had mogen krijgen en waarschuwt dat een te sterke focus op ‘Made in Europe’ zonder duurzaamheidseisen de energietransitie kan vertragen.

Deel dit artikel:

Nieuwsbrief

Meld u aan voor de nieuwsbrief met het laatste nieuws!
Ja, ik wil de nieuwsbrief ontvangen en heb de privacy policy gelezen.

Laatste Nieuws

Bekijk al het nieuws

Meest gelezen

Producten