
Uit nieuw onderzoek van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) blijkt dat het aandeel huishoudens met zonnepanelen in het persoonlijke netwerk van grote invloed is op de eigen keuze voor zonnepanelen. Naarmate meer huishoudens in het netwerk zonnepanelen hebben, neemt de kans toe dat een huishouden zelf ook zonnepanelen neemt. Dit effect blijft overeind, ook wanneer gecorrigeerd wordt voor achtergrondkenmerken zoals inkomen, opleiding en leeftijd.
Familie, buren, collega’s
De onderzoekers maken wel de kanttekening dat het niet alleen met sociale beïnvloeding te maken kan hebben, maar ook met gedeelde normen en waarden rondom duurzaamheid.
De individuele effecten van het familienetwerk, burennetwerk en colleganetwerk zijn vergelijkbaar groot. Voor elk van deze netwerken neemt de kans op het nemen van zonnepanelen toe met ongeveer 0,08 tot 0,09 procent per extra procentpunt zonnepanelen in dat specifieke netwerk. In 2019 had gemiddeld 16,7 procent van het netwerk zonnepanelen, terwijl dit in 2012 nog maar 1,5 procent was.
Groei met verschillen
Het aandeel huishoudens dat zonnepanelen nam, was elk jaar het hoogst onder huishoudens met een referentiepersoon van 46 tot en met 65 jaar. Huishoudens waarvan de referentiepersoon een hbo- of wo-diploma had, namen het vaakst zonnepanelen. Ook financieel welvarendere huishoudens kozen vaker voor zonnepanelen.
Door de jaren heen werden de verschillen tussen groepen kleiner. In 2012 namen huishoudens met een hbo- of wo-diploma nog meer dan 2 keer zo vaak zonnepanelen als huishoudens met een mbo1-diploma of lager. In 2019 was dit verschil teruggelopen tot 1,6 keer zo vaak. Een mogelijke verklaring is dat zonnepanelen door fiscale stimulering, subsidies en betere betaalbaarheid toegankelijker werden voor een bredere groep.
Woning en locatie
Huishoudens in woningen met een bouwjaar vanaf 1981 namen vaker zonnepanelen dan huishoudens in oudere woningen. Dit verschil werd in recentere jaren juist groter. Ook speelt de stedelijkheid van de woonplaats een rol. Hoe minder stedelijk de woonplaats, hoe groter het aandeel huishoudens dat zonnepanelen nam. Dit heeft waarschijnlijk te maken met grotere daken en meer ruimte om zonnepanelen te plaatsen.
In Noord-Nederland nam relatief het meeste aantal huishoudens zonnepanelen. De hoge aantallen in Groningen worden waarschijnlijk verklaard door subsidies voor aardbevingsschade. Via de Subsidie Waardevermeerdering kunnen bewoners van gebouwen met aardbevingsschade subsidie krijgen om hun woning te verduurzamen, onder andere met zonnepanelen.
De onderzoekers benadrukken dat de modellen slechts ongeveer 2 procent van de spreiding in de data verklaren. Dit betekent dat andere factoren meespelen bij het nemen van zonnepanelen, zoals persoonlijke interesses of financiële voordelen zoals de salderingsregeling.
De Solar & Storage Magazine Marktgids 2026 is verschenen. De jaarlijks terugkerende marktgids biedt een totaaloverzicht van de energieopslag- en zonne-energiemarkt en is een bijlage van de december 2025-editie van Solar & Storage Magazine. De marktgids kent dit jaar 14 rubrieken en bovendien zijn in samenwerking met een groot aantal bedrijven en organisaties de belangrijkste ontwikkelingen qua projecten, markt en technieken in kaart gebracht.