
De voormalig topman van ASML was door het demissionair kabinet-Schoof gevraagd om een onafhankelijk advies uit te brengen over het toekomstige verdienvermogen van Nederland. In zijn advies ‘De route naar toekomstige welvaart – een sterk Nederland in een relevant Europa’ schenkt Wennink ruimschoots aandacht aan de problemen op het Nederlandse stroomnet.
Nationale crisis
De problemen op het elektriciteitsnet hebben zich de afgelopen jaren ontwikkeld tot een ware nationale crisis. Waar in 2022 minder dan 700 bedrijven en organisaties op de wachtlijst stonden voor een stroomaansluiting, is dit aantal in 3 jaar tijd geëxplodeerd tot meer dan 14.000. De wachttijd voor een aansluiting kan vele jaren beslaan. Voor grote projecten die aangesloten moeten worden op het hoogspanningsnet kan het zelfs oplopen tot 8 à 12 jaar.
Bedrijven op de wachtlijst zijn volgens Wennink vaak nieuwe, innovatieve bedrijven die Nederland verder kunnen helpen in zijn maatschappelijke transities. Zo kan in de regionale industrie bijna driekwart van de verduurzamingsplannen niet tijdig doorgaan omdat de energie-infrastructuur niet op orde is. De totale kosten hiervan zijn enorm. De gemiste omzet wordt nu al op 10 tot 35 miljard euro per jaar geschat, en zal naar verwachting alleen maar toenemen.
Elektriciteitsprijzen te hoog
Naast netcongestie kampt Nederland volgens Wennink ook met structureel te hoge elektriciteitsprijzen. Toen Mario Draghi in 2024 zijn rapport publiceerde, waren de gemiddelde elektriciteitsprijzen in Europa – exclusief subsidies – 158 procent hoger dan de gemiddelde prijzen in China en de Verenigde Staten. De prijzen in Europa zijn na de schok van de Russische invasie van Oekraïne inmiddels gedaald, maar nog altijd structureel hoger. Wennink wijst erop dat elektriciteitsprijzen in Nederland zelfs nog 20 tot 50 procent hoger zijn dan in buurlanden.
Opvallend is dat de oud ASML-topman in zijn rapport schrijft dat zonne-energie in Nederland relatief beperkte potentie heeft door het klimaat en het grote ruimtebeslag van zonnepanelen. De voornaamste schaalbare optie voor industriële doeleinden die Wennink ziet bestaat daarom uit windmolenparken op de Noordzee.
Naast de opwekkosten zijn ook de nettarieven in Nederland relatief hoog, vanwege de enorme investeringen die nodig zijn in de elektriciteitsinfrastructuur. De nettarieven zullen daarom de komende jaren blijven stijgen, naar verwachting met 5 procent per jaar. Dat zal in 2040 tot een ruime verdubbeling van de nettarieven leiden. Deze kosten moeten wat Wennink betreft zo veel mogelijk worden gedempt. Dezelfde acties die netcongestie verminderen, kunnen ook tot tientallen miljarden aan kostenbesparingen opleveren. Daarnaast moeten de kosten zo veel mogelijk over tijd worden verspreid, zodat bedrijven en burgers deze stijging kunnen dragen.
Pragmatische aanpak nodig
De energietransitie vraagt volgens de kabinetsadviseur niet alleen om meer duurzame opwek, maar om een energiesysteem dat gelijktijdig investeert in infrastructuur, flexibiliteit, besparing en leveringszekerheid. Een dergelijke systeemaanpak is ook internationaal gezien de norm. Duitsland zet bijvoorbeeld naast grote investeringen in zon en wind ook nieuwe gascentrales in om fluctuaties in aanbod op te vangen. Deze keuzes zijn niet strijdig met de klimaatambities, maar helpen om de transitie uitvoerbaar en betaalbaar te houden, omdat deze nu eenmaal tijd kost.
‘Nederland moet gecommitteerd blijven aan de langetermijnklimaatdoelen, maar tegelijkertijd erkennen dat op korte termijn een beperkte CO2-stijging onvermijdelijk kan zijn om het elektriciteitsnet te ontlasten en het systeem stabiel te houden’, schrijft Wennink. ‘Om dat in goede banen te leiden moeten we prijzen zo veel mogelijk dempen, flexibiliteit creëren, innoveren met hernieuwbare energiebronnen en voorkomen dat strategisch essentiële energie-intensieve industrie - zoals de chemie - wegtrekt. Het doel van de energietransitie is het ombouwen van onze industrie, niet het afbouwen. Alleen met een realistische en robuuste energiestrategie kan Nederland zowel klimaatverantwoord als economisch concurrerend blijven.’
Kortetermijnoplossingen
Deze crisis moet volgens hem zo snel mogelijk worden opgelost. De wachtlijst moet op korte termijn worden verminderd, de kosten voor bedrijven en burgers moeten worden gedempt, en het net moet uitgerust zijn om de verduurzaming van de Nederlandse economie te dragen. Daarvoor moet het bestaande stroomnet optimaal worden benut, de huidige energieopwekking pragmatisch worden gebruikt, en de uitbouw van netcapaciteit drastisch worden versneld.
‘De Nederlandse stabiliteitseisen voor het elektriciteitsnet zijn extreem hoog vergeleken met omliggende landen’, vervolgt Wennink. ‘Hierdoor zijn de netten gemiddeld maar voor 30 procent in gebruik. Door de stabiliteitseisen iets te verlagen kan er direct ruimte worden vrijgemaakt voor nieuwe bedrijven, zonder de stabiliteit van het net serieus in het geding te brengen. Daarnaast wordt er te weinig gebruik gemaakt van besparing en flexibilisering van energiegebruik. Door elektriciteitsgebruik buiten piekmomenten te stimuleren, kan het net optimaler worden gebruikt. In Zeeland heeft netbeheerder TenneT bijvoorbeeld een afspraak gemaakt met grootverbruiker Air Liquide om hun elektriciteitsverbruik efficiënter over de dag te spreiden, wat in één keer de wachtlijst voor stroomaansluitingen in Zeeland met 87 procent heeft verminderd.’
Capaciteitsmarkt en batterijen
De verduurzaming van de elektriciteitsvoorziening mag geen obstakel worden voor de elektrificatie en daarmee verduurzaming van de industrie. Om dat te bereiken moet er in de visie van Wennink pragmatisch worden omgegaan met de potentie van de huidige gascentrales. Omdat ze snel op- en afgeschaald kunnen worden, kunnen ze pieken in elektriciteitsverbruik opvangen op dagen waarop de wind niet waait en de zon niet schijnt.
‘Maar gascentrales die worden overgelaten aan de grillen van de elektriciteitsmarkt sluiten omdat ze niet meer rendabel zijn’, duidt Wennink. ‘Daarom moeten gascentrales op strategische locaties op de middellange termijn toekomstperspectief krijgen, totdat batterijtechnologie geavanceerd genoeg is om piekbelasting op te vangen. Een capaciteitsmarkt, waarin marktpartijen via een capaciteitsveiling betaald worden om capaciteit beschikbaar te houden, biedt hierin uitkomst. Een dergelijke markt bestaat al in vrijwel heel Europa, maar nog niet in Nederland. Op termijn kan de capaciteit overgaan op duurzame bronnen, wanneer deze goedkoper te leveren is via batterijen.’
Enorm investeringspotentieel
Het potentiële verdienvermogen in het domein energie- en klimaattechnologie is in de ogen van Wennink enorm. De wereld zal de komende decennia overstappen op schone energie, industrie en mobiliteit. Niet investeren betekent daarom niet alleen dat Nederland grote marktpotentie misloopt, maar ook dat de strategische afhankelijkheden verder toenemen.
De investeringsvoorstellen binnen dit domein laten een enorme diversiteit zien, van innovatieve chemie, kritieke grondstoffen, cleantech-maakindustrieën en elektrolysers tot batterijen, water- en milieutechnologie en kleine modulaire kernreactoren (red. small modular reactors, smr’s). In totaal vertegenwoordigen de voorstellen van Wennink in dit domein ruim 26 miljard euro aan investeringspotentieel, maar het totale marktpotentieel zou nog vele malen groter zijn.
Zo ontwikkelen batterijtechnologieën zich tot een belangrijke groeimarkt. De voorstellen in het rapport worden gekarakteriseerd door een nadruk op de opschaling van innovatieve technologieën naar first-of-a-kind modellen of fabrieken op commerciële schaal. Wennink: ‘Waar deze technologieën worden ontwikkeld bepaalt niet alleen hoe snel transities kunnen verlopen, maar ook waar de economische en industriële waarde wordt gecreëerd. Deze investeringen kunnen een strategisch relevante niche in batterijtechnologie mogelijk maken, onder meer essentieel voor de drones van onze krijgsmacht.’
Strategische afhankelijkheid verminderen
De proposities bieden ook de potentie om strategische afhankelijkheden af te bouwen. Voor kritieke grondstoffen, zoals germanium, kobalt, lithiumhydroxide en silicium, is Nederland nu vrijwel volledig afhankelijk van China. ‘En deze grondstoffen zijn onmisbaar voor onder andere halfgeleiders, zonnecellen, batterijen en defensiematerieel’, aldus Wennink. ‘Door eigen grondstofvoorraden aan te leggen, wederzijdse strategisch afhankelijkheden te creëren of circulair om te gaan met beschikbare grondstoffen, kan Nederland voorkomen dat het gebrek aan natuurlijke hulpmiddelen een geopolitiek drukmiddel wordt dat tegen ons gebruikt kan worden.’
Nederland behoort inmiddels tot de grootste importeurs van kritieke grondstoffen in Europa, waarvan een aanzienlijk deel uit China komt. Daarnaast importeert Nederland voor tientallen miljarden euro’s aan producten waarin kritieke grondstoffen zijn verwerkt, zoals zonnepanelen, elektronica en medische apparatuur. Deze materialen zijn essentieel voor de energie-, digitale en industriële transitie, maar worden vrijwel volledig buiten Europa gewonnen of verwerkt. ‘Nederland zal op veel gebieden afhankelijk blijven’, vervolgt Wennink. ‘Binnen mondiale waardeketens is dat onvermijdelijk als kleine economie. Maar er zijn gebieden waar Nederland niet van afhankelijk kan zijn, zoals de chemische industrie en de energievoorziening. De toegang tot schone energie en industriële producten kan niet afhankelijk zijn van landen waarvan een stabiele levering door geopolitieke spanningen hoogst onzeker is. We moeten binnen Europese samenwerking deze afhankelijkheden afbouwen en een strategisch onmisbare spil worden in een duurzame, circulaire Europese economie.’
|
Kansen op 4 technologische domeinen ‘Nederland heeft alles in huis om niet alleen een land te zijn dat consumeert maar ook produceert.’ Met die woorden benadrukt Peter Wennink dat er voor Nederland ook in de toekomst kansen zijn om een productieland te blijven. ‘De keuzes die we nu maken bepalen of onze kinderen in een sterk of verzwakt Nederland leven. Deze routekaart laat zien: het kan, het is haalbaar en het is betaalbaar. Maar het vraagt richting, snelheid en consistentie. Welvaart bouw je niet door te wachten, wel door te investeren en te doen.’ Het rapport identificeert 4 technologische domeinen waar Nederland strategische posities en relevantie kan opbouwen en behouden: digitalisering & AI (red. kunstmatige intelligentie), life sciences & biotechnologie, veiligheid & weerbaarheid en energie- & klimaattechnologie. In een eerste brede inventarisatie in deze domeinen heeft Wennink 51 concrete proposities opgehaald die samen een investeringspotentieel vertegenwoordigen van circa 126 miljard euro. Een aanzienlijk deel hiervan kan privaat worden gefinancierd, mits volgende kabinetten cruciale randvoorwaarden op orde brengen. Nederland moet tot 2035 volgens Wennink minstens 151 tot 187 miljard euro extra aan productiviteitsverhogende investeringen mobiliseren om structurele economische groei van minimaal 1,5 procent per jaar te realiseren. Het ontbreken van de juiste randvoorwaarden vormt momenteel de grootste belemmering voor de noodzakelijke groei. Vergunningverlening gaat veel te traag en complex, het tekort aan goed geschoold talent loopt op, energieprijzen liggen hoger dan in omliggende landen, stikstof en netcongestie zetten te veel economische ontwikkelingen op slot, en zowel fysieke als digitale infrastructuur kent achterstallig onderhoud. Deze randvoorwaarden voor private investeringen moeten zo snel mogelijk op orde worden gebracht. Als Nederland hier niet in slaagt, blijven noodzakelijke investeringen uit en stagneert onze economie. Het rapport stelt verder dat een slagvaardiger bestuur noodzakelijk is om deze strategische opgaven te realiseren. Een Regeringscommissaris voor Toekomstige Welvaart moet daarbij een centrale rol krijgen. Deze commissaris wordt voorgesteld als onafhankelijke uitvoeringsautoriteit met de bevoegdheid om strategische projecten te versnellen, interdepartementale blokkades te doorbreken en publiek-private samenwerking te versterken. Daarnaast beveelt Wennink een Nationale Investeringsbank met een werkkapitaal van minimaal 10 miljard euro en een Nationaal Agentschap voor Baanbrekende Innovatie, met een budget van 2 miljard euro, aan om met publieke middelen private investeringen effectiever aan te jagen. |
De Solar & Storage Magazine Marktgids 2026 is verschenen. De jaarlijks terugkerende marktgids biedt een totaaloverzicht van de energieopslag- en zonne-energiemarkt en is een bijlage van de december 2025-editie van Solar & Storage Magazine. De marktgids kent dit jaar 14 rubrieken en bovendien zijn in samenwerking met een groot aantal bedrijven en organisaties de belangrijkste ontwikkelingen qua projecten, markt en technieken in kaart gebracht.