Solar Industry Register
De volgende bedrijven hebben zich laten opnemen in het Solar Industry Register, meld uw bedrijf ook aan!
Ateliermeester Overijssel: ‘Tijdelijke zonneparken leiden af van zorg voor goede energielandschappen’
foto: Solarpark de Kwekerij

Ateliermeester Overijssel: ‘Tijdelijke zonneparken leiden af van zorg voor goede energielandschappen’

Tijdelijke zonneparken leiden af van de zorg voor goede energielandschappen. Dat stelt Frank Stroeken, ateliermeester bij AtelierOverijssel, die pleit voor het juist zo lang mogelijk oogsten van zonne-energie.

Stroeken houdt zijn betoog in een ingezonden brief aan de redactie van Solar Magazine. ‘In Nederland worden veel zonne-energieparken ontwikkeld’, opent Stroeken zijn brief. 'De invloed hiervan op het landschap is groot. De weidsheid wordt minder, groene terreinen worden omgevormd tot harde grijze gebieden en hekwerken verdelen het landschap. Zonneparken zijn een noodzakelijkheid, maar ze vormen ook een ontwikkeling die veel landschappelijke schoonheid op het spel zet. Zeker als we in ogenschouw nemen dat de huidige aantallen verveelvoudigen in de komende jaren. Op veel plaatsen worden zonneparken voorgesteld als tijdelijke ruimte-claims. Zo heeft een provincie een vergunningstermijn van 25 jaar vastgelegd en zijn er gemeenten die 15 jaar als limiet stellen. In Coevorden is geprobeerd een vergunning voor slechts 10 jaar te verstrekken. Dit is niet gelukt, maar de intentie was er.’

Tijdelijkheid sympathiek?
Het idee dat zonneparken tijdelijk zijn, lijkt volgens Stroeken sympathiek. ‘Het leidt soms tot interessante nieuwe vergezichten zoals de mogelijkheid om natuurgebieden te creëren als de zonnevelden opgeruimd zijn. Of plannen om landschapselementen die aangeplant worden om zonnevelden in te passen, te laten voortleven als landschapselementen in een agrarisch landschap. Vaker nog ontbreken dergelijke aanpassingsstrategieën, maar is de tijdelijkheid op zichzelf een verkoopargument: “zonnevelden zijn acceptabel in het landschap, want ze zijn maar tijdelijk”. Een door de markt gedicteerde aanleg van zonneparken, op plekken waar dit landschappelijk niet gewenst is, kan hiermee worden gelegitimeerd.’

Stroeken stelt 3 argumenten te hebben gehoord voor het idee van tijdelijkheid:

  1. De ontwikkeling van techniek gaat zo snel dat de (ongewenste) zonnevelden achterhaald zullen raken.
  2. Met tijdelijkheid als planologisch regime worden ontwikkelaars gedwongen om de installaties na gebruik weer op te ruimen.
  3. Men gebruikt tijdelijk de ruimte die men op termijn voor andere functies – bijvoorbeeld industrie – gaat benutten.

Zonne-energie zo lang mogelijk geoogst
Maar gaat het ook zo?’, vraagt Stroeken zich af. ‘Is het landschap met tijdelijke zonneparken gediend? Dat denk ik niet. De lichtzinnigheid jegens de inpassingsopgave in het landschap, die dreigt als we de duur van de zonne-energie onderschatten, is voor mij een grote zorg. Er zijn gelukkig goede argumenten om juist niet uit te gaan van tijdelijkheid. Deze komen voort uit duurzaamheid, grondwaarde en de zorg voor landschapskwaliteit.  Het eerste argument is de terugverdientijd. Zonnepanelen die we nu plaatsen, gaan waarschijnlijk lang mee. Volgens diverse instanties gaan ze gemiddeld 25 tot 30 jaar mee, zeker als je de onderdelen die slijten, zoals omvormers, vervangt. Na 30 jaar is het geschatte rendement nog ongeveer 80 procent. Dit is minder efficiënt, maar kan zeer aantrekkelijk zijn voor de eigenaar: de investeringskosten zijn tegen die tijd immers al terugverdiend. De basisfinanciering is vaak afgestemd op de SDE+-subsidie, met een looptijd van 15 jaar. Daarna zijn de panelen nog niet afgeschreven. Zoals iemand zei: “de eigenaar gaat pas echt geld verdienen nadat de geplande levensduur overschreden is.” Dat zonnepanelen lang functioneren is goed nieuws: immers, ze leveren lang energie zonder dat we nieuwe zaken hoeven te bouwen die ook energie vergen. Hoe langer iets functioneert, hoe duurzamer het is. Zou beleid zich niet moeten richten op het zo lang mogelijk oogsten van zonne-energie-installaties? Dit lijkt mij verstandiger dan nu al incalculeren dat er misschien wel efficiëntere en schonere technieken komen. Want die zijn er nog niet. En er is een grote kans dat we ook over 30 jaar veel vierkante meters nodig hebben om in de elektriciteit te voorzien waar we in toenemende mate afhankelijk van worden.’

Zonnepark blijft aantrekkelijk voor... zonne-energie
‘Een ander argument tegen tijdelijkheid is de duurzaamheid van de aangelegde infrastructuur’, stelt Stroeken. ‘Voor een zonnepark worden investeringen gedaan: netaansluiting en bekabeling, weginfrastructuur, hekwerken en draagconstructies. Als een bestaand zonnepark afgeschreven is, kan dit worden opgeruimd of omgevormd tot een functie die gebruikmaakt van infrastructuur en kabels. Zoals.. zonne-energie! In ons landschap vindt tot nu toe vaker intensivering – bijvoorbeeld bedrijventerrein – dan extensivering van gebruik plaats; zoals natuur of akkerbouw. In het laatste geval financiert doorgaans iemand de afwaardering. Afwaardering en omvorming naar landbouwgrond is echter niet vanzelfsprekend, zeker niet omdat we niet weten of we over 25 jaar nog wel al onze landbouwgrond nodig hebben. Een scenario-onderzoek voor Overijssel toont als energieopwekking zo efficiënt en goedkoop wordt dat we zonnevelden niet meer nodig hebben, dan telen we in 2050 wellicht voedsel in hallen waarvoor energiekosten nu de beperkende factor zijn. Of telen we dan nog gewoon in de bodem?’

Een derde argument is volgens Stroeken het feit dat tijdelijkheid altijd terechtkomt in de businesscase van ontwikkelaars. ‘Door alle mogelijke kosten en inkomsten te plannen binnen een voorgeschreven termijn, lukt het de ontwikkelaar om een renderende businesscase te maken. Als de verdienmogelijkheid wordt beperkt tot 15 of 25 jaar ontstaat een krappere businesscase dan wanneer een veld kan blijven liggen tot het daadwerkelijk vervangen moet worden. Minder inkomsten zullen leiden tot minder bereidheid om kosten te maken. Dit leidt ertoe dat er op voorhand minder geld besteed kan worden aan landschappelijke inpassing en sociale participatie. Landschappelijke inpassing kan bijvoorbeeld bestaan uit brede, groene randen rond een park, ruimte tussen de panelen voor kruidenrijke vegetaties en insecten of reconstructie van een beekloop langs een park of beplantingen. Het is ook denkbaar dat er kosten worden gemaakt om ervoor te zorgen dat een park op een optimale plek in het landschap komt te liggen. Een voorbeeld als het Solarpark de Kwekerij in het Gelderse Hengelo toont dat er diverse kwaliteitsmaatregelen zijn die ruimte en dus geld kosten. En dat gaat wringen in tijdelijke parken met een krappe businesscase. Oftewel de kwaliteit van het landschap krijgt minder aandacht als er uitgegaan wordt van de tijdelijke aanwezigheid van het park. Schoonheid van het landschap vraagt om verantwoordelijkheid. Zet bij zonnevelden in op een maximale bijdrage aan een vitaal en aantrekkelijk landschap. Dit kan alleen als er verantwoordelijkheid genomen wordt voor het feit dat duurzame-energieopwek langdurig ons landschap zal veranderen.’

Nu in Solar Magazine

September 2020

Harm Valk, voorzitter van de projectgroep NTA 8800: ‘Fantastisch als je zonder zonnepanelen aan BENG-eisen kunt voldoen’ Kans hagelschade zonnepanelen grootst op platte daken en kleinst bij zuidoost-oriëntatie: ‘We leggen...
Vacatures
Svea Solar B.V. zoekt:

Technical Product Manager

Fulltime (40 uur) - Binnen Parallelweg 10, Helmond
VDH Solar Groothandel B.V. zoekt:

Allround magazijn medewerker

Fulltime (40 uur) - Hazerswoude-Dorp, 239 PV, finlandlaan 1
Meld mij aan voor de nieuwsbrief van Solar Magazine!
Meld u aan voor onze nieuwsbrief en blijf op de hoogte van het laatste nieuws!