
Hoe is deze ambitie ontstaan?
Menno van der Woude, bestuursvoorzitter van Energie Samen Zuid-Holland: ‘Vanuit de herijking van de omgevingsvisie. Daar horen 12 zoeklocaties voor windenergie bij, waar een aantal politieke partijen flink op tegen was. Wij maken ons daar zorgen over, willen niet dat die worden geschrapt. Windenergie is te belangrijk. We sloegen de handen ineen met andere organisaties die het belang van windenergie zien en onze leden – stelden gezamenlijk brieven op, organiseerden insprekers en voerden samen gesprekken met Statenleden. Het ging daarbij voornamelijk over de economische noodzaak van windenergie.’
Wat heeft dat met lokaal eigendom te maken?
Paulien Alblas, belangenbehartiger bij Energie Samen Zuid-Holland: ‘Als vertegenwoordiger van energiecoöperaties bespreken we altijd de voordelen van lokaal eigendom. Dat gaat over hoeveel zeggenschap de omgeving heeft over een project en de energie die het oplevert – en hoeveel die overhoudt aan de opbrengsten. Vooraf betekent dat niet zoveel voor mensen. Maar zodra vaststaat dat er turbines komen, helpt het in de acceptatie – tijdens en na het proces.’
Van der Woude: ‘Kunnen mensen meebeslissen en meeprofiteren, dan zijn ze aantoonbaar meer tevreden dan wanneer windturbines bijvoorbeeld draaien voor buitenlandse investeerders. Het kan ook bijdragen aan meer ruimte op het elektriciteitsnet, nu een hot item in de Staten en eigenlijk overal in Nederland. Middels lokaal eigendom kun je lokale energiesystemen organiseren met de opwek in de buurt van de afname.’
Kwam die minimale grens van 90 procent eigendom voor grote wind- en zonne-energieprojecten uit jullie koker?
Alblas: ‘Nee. Het kwam voort uit een amendement op de omgevingsvisie, ingediend door de Partij voor de Dieren. We wisten het niet van tevoren. Wij hebben het altijd over minimaal 50 procent lokaal eigendom, met een streven naar 100. Dat er een meerderheid van 90 procent voor was in de Provinciale Staten, begin juni, daar waren we al helemaal niet op voorbereid. Maar we waren er uiteraard wel aangenaam door verrast.’
Hoe realistisch is 90 procent, als 50 procent al vaak lastig is?
Alblas: ‘Het amendement had betrekking op de omgevingsvisie, niet op de verordening. Het is dus niet juridisch afdwingbaar op dit moment. Het toont echter wel een bepaalde ambitie. Voor de coöperatieve beweging is het sowieso een mooie opsteker. Hiermee wordt duidelijk gezegd dat het belang van de lokale omgeving in projecten het grootste belang zou moeten zijn. Dat is een prachtig streven, en wij zijn daar heel blij mee.’
Ontwikkelaars van projecten zullen zo hun bedenkingen hebben?
Van der Woude: ‘Dit besluit laat zien dat het zwaartepunt nu ligt bij de omgeving: die bepaalt zelf het percentage, tot en met de volle 90 procent als ze dat wil. Voor ontwikkelaars verschuift daarmee hun rol. Mogelijk gaan zij, vanuit hun expertise, diensten aanbieden aan de lokale omgeving om projecten te ontwikkelen. Overigens bestaat de lokale omgeving niet alleen uit bewoners, maar bijvoorbeeld ook uit bedrijven en lokale overheden. Vormen die samen een energiegemeenschap, dan ontstaat een sterke club met financiële middelen, wat het makkelijker maakt dan wanneer geld alleen bij huishoudens wordt opgehaald. Eigenlijk zou ik dit niet alleen voor wind en zon willen zien, maar voor alle energie- en warmteprojecten in de omgeving. Dan maken we energie niet afhankelijk van andere partijen, maar onderdeel en een basisvoorziening van de gemeenschap zelf.’
Wat is de volgende stap, gaat het er ook daadwerkelijk van komen?
Alblas: ‘Er zijn een aantal moties doorgekomen die nu vervolg krijgen, waaronder die over het schrappen van de 12 zoeklocaties. De provincie gaat nu kaders en normen uitwerken en onderzoekt de 12 locaties op geschiktheid. Provinciale Staten kiezen daarna welke locaties terugkomen in de omgevingsverordening. Mogelijk met 90 procent lokaal eigendom als voorwaarde. Maar mochten die zoeklocaties toch komen te vervallen, en er geen projecten zijn om te ontwikkelen, dan is lokaal eigendom natuurlijk een wassen neus.’
Het is ook niet wenselijk dat projecten niet doorgaan vanwege die eigendomseis?
Van der Woude: ‘Ik denk niet dat het zo zal lopen, we hebben al vaker gezien dat de omgeving die eis kan invullen. Maar als het nodig is, dan zijn er nog allerlei tussenvormen mogelijk. Zo kan een lokale coöperatie mee ontwikkelen door te beginnen met een kleiner aandeel eigendom en in de jaren daarna langzaam het eigendom overnemen. Je moet vooral goed met elkaar in gesprek gaan, en kijken wat voor elk project de beste oplossing is. Ik denk dat dat ook een belangrijke boodschap is.’
Zijn coöperaties zelf al klaar voor 90 procent?
Alblas: ‘We zien in onze wereld een steeds sterkere ondersteuningsstructuur ontstaan voor energiecoöperaties met de daarbij benodigde financiële fondsen. Ook Europees wordt er overigens sterk gepleit voor energiegemeenschappen: ze worden gezien als dé manier om de energietransitie samen met de omgeving voor elkaar te krijgen. Er zijn recent nog Kamerbrieven over verschenen waarin dat wordt erkend. Maar niets gaat natuurlijk vanzelf. Daarom is onze oproep aan onze leden: ga je nu verder organiseren. Nu is het moment en wij als Energie Samen Zuid-Holland helpen je daarbij. Met de nieuwe norm heeft Zuid-Holland nu de meest ambitieuze lokale-eigendomsnorm van het land, en daar zijn wij trots op.’
De juni 2026-editie van Solar & Storage Magazine is uit. Dit nummer staat in het teken van de NEN1010:2020 die in de wet vastgelegd wordt, zonnepanelen op huurwoningen en de druk op het Vlaamse stroomnet.