logo
© Svleusden | Dreamstime.com
© Svleusden | Dreamstime.com
24 juli 2026

Rechter: ‘losse’ zonnepanelen op dak toch onroerende zaak

Het gerechtshof in Den Bosch oordeelt dat een zonne-energie-installatie op het dak van een distributiecentrum als onroerende zaak geldt, ook al ligt de installatie enkel met ballast verzwaard los op dat dak.

Het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch heeft in hoger beroep bevestigd dat een zonnepaneleninstallatie op het dak van een distributiecentrum voor de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) als onroerende zaak moet worden aangemerkt.

847.000 euro waard
Het gaat om een installatie van zonnepanelen, inclusief draagconstructie, bevestigingsmateriaal, omvormers, bekabeling en meet- en regelapparatuur, die niet vast verankerd zit aan het dak maar er met alleen ballast op wordt gehouden.

Het distributiecentrum zelf is eigendom van een derde partij, waarmee de eigenaar van de zonnepanelen een huurovereenkomst en een recht van opstal heeft afgesloten. De gemeentelijke heffingsambtenaar had de waarde van de installatie voor het belastingjaar 2022 vastgesteld op 847.000 euro.

Bestemd om te blijven
Volgens de rechtbank is de installatie een ‘werk’ in de zin van het Burgerlijk Wetboek, omdat deze naar aard en inrichting bestemd is om duurzaam ter plaatse te blijven. Daarbij weegt mee dat het gaat om een technisch complexe samenstelling van zonnepanelen, onderstel en kabels die met ballast is verzwaard. Dat de installatie door eenvoudige demontage kan worden verplaatst, doet daar volgens de rechters niet aan af, evenmin als de omstandigheid dat de huurovereenkomst in bijzondere gevallen tot verplaatsing kan verplichten. Dat laatste betreft volgens het hof namelijk geen fysiek kenmerk van de installatie zelf. Deze redenering sluit aan bij een eerder advies over zonnepanelen en de WOZ, waarin dezelfde maatstaf werd toegepast.

Geen samenstel met dak
De eigenaar van de installatie voerde ook aan dat de zonnepanelen samen met het gebruiksrecht op het dak 1 WOZ-object zouden vormen, waardoor gekeken zou moeten worden of de installatie zelfstandigheid in bouwkundig opzicht heeft. Het gerechtshof verwerpt dit standpunt, omdat van zo’n samenstel alleen sprake kan zijn als beide eigendommen dezelfde eigenaar of beperkt gerechtigde hebben.

Dat is hier niet het geval, en ook het gevestigde recht van opstal verandert dat niet, omdat een opstalrecht zelf niet als onroerende zaak in de zin van de wet geldt. Voor het geval de installatie als afzonderlijk WOZ-object geldt, is de vastgestelde waarde volgens beide partijen niet te hoog. Het hoger beroep is daarom ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak van de rechtbank blijft in stand.

Deel dit artikel:

Nieuwsbrief

Meld u aan voor de nieuwsbrief met het laatste nieuws!
Ja, ik wil de nieuwsbrief ontvangen en heb de privacy policy gelezen.

Laatste Nieuws

Bekijk al het nieuws

Meest gelezen

Producten